Droogtrainen brengt veel uitdagingen met zich mee. Er zijn echter diverse acties mogelijk om de negatieve effecten te beperken. In dit hoofdstuk bespreken we deze acties en laten we stap voor stap zien hoe dit er in de praktijk uitziet.
In dit hoofdstuk nemen we de volgende parameters/onderdelen door:
Het tempo waarmee iemand afvalt is enorm belangrijk, omdat leptine vooral wordt gereguleerd door veranderingen in vetmassa en voedingsinname. Te snel vetverlies, vaak in combinatie met een groot calorietekort, vergroot de kans op metabolische adaptatie en spierverlies. Een tempo van 0,5-1% gewichtsverlies per week is een veilige en vaak realistische richtlijn (Helms et al., 2014). Snel afvallen vereist een groot calorietekort, wat resulteert in een restrictiever dieet. Dit maakt het psychologisch moeilijker vol te houden.
Het beste tempo om te kiezen hangt af van drie belangrijke factoren:
Een droogtrainfase duurt minimaal 4-6 weken. Hoewel een kortere fase niet gevaarlijk is, maakt het het lastig om echte progressie te zien en onderscheid te maken tussen vet- en vochtverlies. Door het vermoeiende karakter van droogtrainen en de toenemende problemen bij een steeds lager vetpercentage, zit er een maximum aan de duur. Een richtlijn hiervoor is 12-16 weken. Na 12, en zeker na 16 weken, raken de meeste mensen extreem vermoeid. Dit maakt niet alleen het volhouden moeilijker, maar vergroot ook de kans op terugval aanzienlijk. Wil een cliënt het behaalde resultaat vasthouden? Dan is het cruciaal dat er nog voldoende energie en motivatie over is. Als iemand kruipend over de finish komt, wordt het behouden van het resultaat namelijk een stuk lastiger.
Een andere belangrijke richtlijn is om niet meer dan 10% van het lichaamsgewicht te verliezen per fase (Israetel, Hoffman, & Davis, 2019). Hierna kan een herstelfase worden gestart. Als de cliënt dit wenst, kan daarna verder worden drooggetraint. Later gaan we dieper in op herstelfases.
De belangrijkste variabele om het afvaltempo te controleren is, uiteraard, de omvang van het calorietekort. In dit hoofdstuk ligt de focus op gevorderde tot zeer gevorderde krachtsporters. Voor deze groep is het advies om te starten met 10-20% onder de onderhoudsinname. Hoe hoger het beoogde tempo, hoe groter het tekort.
Zodra iemand start met een calorietekort schiet het gewicht in de eerste 2 weken vaak relatief hard naar beneden. Dit komt door een combinatie van vet- en vochtverlies. Maar ook doordat iemand gewoon minder eten in zijn spijsvertering heeft. Wanneer iemand na het verlagen van de calorieën nog niet afvalt, ook al zijn de verdere richtlijnen uit dit hoofdstuk aangehouden, haal dan nog eens 10% van de calorie-inname af.
De bron van de calorieën heeft ook een belangrijk effect. Het lichaam reageert op droogtrainen met beschermingsmechanismes tegen schaarste. Een kwalitatief sterk dieet geeft het lichaam echter het signaal dat er geen reden is voor paniek.
Eiwitten spelen hierin een cruciale rol. Er zitten receptoren in de darmen die de eiwitinname meten (Guyenet, 2017). Voldoende eiwitten eten vermindert honger, heeft een hoog thermisch effect en verkleint de kans op spierafbraak. Daarnaast lijkt een hoge eiwitinname de leptinegevoeligheid te vergroten, waardoor leptine het afvalproces minder belemmert (Weigle et al., 2005). Het advies van 1,6-2,4gr eiwitten blijft staan, waarbij het aan te raden is om aan de hoge kant van deze schaal te blijven.
Om de algemene gezondheid en testosteronwaarden te ondersteunen, is het belangrijk voldoende vetten te blijven eten (Aragon et al., 2017; Whittaker et al., 2021; Chappell et al., 2018). We hanteren hiervoor hetzelfde advies als voorheen: ≥0,7gr/kg. Zodra de caloriebehoefte en de minimale vet- en eiwitbehoefte bekend zijn, kunnen de resterende calorieën worden besteed aan koolhydraten.
Tijdens het droogtrainen ontstaat vaak een sterke trek in smaakvolle, calorierijke producten, wat leidt tot meer cravings. Een dieet rijk aan volwaardige en voornamelijk onbewerkte producten helpt juist bij het ontwikkelen van stabieler eetgedrag (Guyenet, 2017). Het vermijden van ultra-bewerkt voedsel en junkfood is dan ook een kenmerk van mensen die succesvol hun gewichtsverlies behouden, net als een hogere groente- en fruitinname (Varkevisser et al., 2019). Zoals eerder in de opleiding besproken: kies vooral voor voedingsmiddelen met veel volume en lage caloriedichtheid.
Cravings nemen tijdens het droogtrainen toe. Hoe minder vaak je toegeeft aan een craving, hoe zwakker deze wordt. De frequentie van toegeven is daarom belangrijker dan de hoeveelheid (Myers et al., 2018). Zo heeft één reep chocola per maand waarschijnlijk minder impact op de trek naar chocola dan elke dag één blokje. Dit principe is een belangrijke strategie om het effect van cravings te verminderen.
Tijdens het droogtrainen zijn de foutmarges klein en de gevolgen groot. Het is zonde als een cliënt wel zijn best doet, maar twee weken lang geen resultaat boekt. Precisie is voor deze doelgroep daarom essentieel. Om die reden staat calorie tracken meestal bovenaan de lijst. Dit heeft twee voordelen: de precisie zelf en de flexibiliteit om waar nodig af te wijken, bijvoorbeeld bij sociale gelegenheden. Zo kan iemand nog steeds zijn calorie-inname afstemmen en resultaat blijven boeken. Deze situaties worden sneller als procesverstorende situaties gezien tijdens het droogtrainen, omdat de ruimte voor afwijkingen steeds kleiner wordt.
Een tool die kan helpen bij voedingskeuzes is de bordindeling, te gebruiken naast calorie tracken. De meeste mensen hebben al goede eetgewoontes die ze kunnen aanpassen. Tijdens het droogtrainen ligt de focus op volume- en eiwitrijke maaltijden. Dit bereik je door de groenteporties te verhogen van 1-2 vuisten naar 2-3 vuisten. De koolhydraten verlaag je van 1 open hand naar een halve hand of zelfs helemaal niets. De eiwitporties verhoog je van 1-2 handpalmen naar 2-3 handpalmen. Deze aanpassingen verlagen de calorieën en vergroten de verzadiging van de maaltijd.
Krachttraining is een effectief middel om spierverlies te voorkomen. Ook blijkt de combinatie van training met een voedingsinterventie effectiever in het beperken van metabolische adaptatie dan een voedingsinterventie alleen (Flanagan et al., 2024). Daarnaast heeft training een positief effect op leptineregulatie tijdens een fase van gewichtsverlies (de Assis et al., 2023). Ten slotte wordt het energietekort dat ontstaat door training veel minder gecompenseerd dan wanneer datzelfde tekort door voeding zou zijn ontstaan (Deighton & Stensel, 2014; Schubert et al., 2013; Hubner et al., 2021).
Voor krachttraining tijdens het droogtrainen gelden dezelfde principes als tijdens spiergroei, aangezien het doel is om spiermassa te prikkelen. Houd er wel rekening mee dat iemands herstelvermogen beperkt is door het energietekort, waardoor minder trainingsvolume mogelijk is. De kans op spiergroei tijdens een calorietekort is zeer klein, zeker bij gevorderde sporters. Het heeft daarom weinig zin om bepaalde spiergroepen extra te benadrukken — spieronderhoud is het hoofddoel. Een hoog trainingsvolume aanhouden voegt weinig toe aan progressie of onderhoud vergeleken met een lager volume (Roth et al., 2023). Een reductie in trainingsvolume van ongeveer 20% tijdens een calorietekort kan zelfs helpen om pure kracht op te bouwen (Rebaï et al., 2013). Omdat training wel calorieën verbrandt, is het advies om niet het minimale, maar het maximale volume binnen iemands herstelvermogen aan te houden. Een reductie van 20% is hiervoor een goede richtlijn.
De eerste logische observatie is dat cardio calorieën verbruikt. Dit helpt bij het behalen van een negatieve energiebalans. De spieradaptatie bij lichte intensiteit cardio verschilt echter van die bij krachttraining. Bij grote hoeveelheden cardio neemt de kans op spierverlies toe. Dit effect is kleiner bij High Intensity Interval Training (HIIT) (Balabinis et al., 2003). Sommige vormen van cardio, zoals hardlopen, hebben daarnaast relatief veel impact op pezen en gewrichten. Dit is niet per se problematisch, maar low-impact cardio machines zoals een fiets, roeier of ski-erg vragen minder van het herstelvermogen en geven een lagere kans op blessures.
Kortom, cardio is een goede optie om het calorietekort te vergroten, zeker als iemand het leuk vindt om te doen. Alle vormen zijn mogelijk, maar de kans op nadelige effecten is kleiner bij HIIT en op low-impact machines.
Naast doelbewust trainen heeft alledaagse beweging een grote invloed op het behalen en behouden van een laag vetpercentage. In een studie van Wing & Phelan uit 2005 werden groepen mensen gevolgd die langer dan 5 jaar hun gewichtsverlies hadden vastgehouden. Het bleek dat de meeste mensen uit deze groep enorm actief waren, tot wel meer dan 1 uur per dag. In een recentere systematische review van 67 studies over succesvol gewichtsverlies bleek verhoogde fysieke activiteit een van de sterkste voorspellers (Varkevisser et al., 2019). Daarnaast komen andere onderzoeken tot dezelfde conclusies (Wing et al., 2008; Ostendorf et al., 2019).
Bij andere bevolkingsgroepen die succesvol een laag vetpercentage vasthouden, zoals atleten en de Amish (een traditionele gemeenschap uit N-Amerika), lijkt dagelijkse beweging een bepalende factor (Júdice et al., 2022; Bassett et al., 2004). Dit werkt onder andere omdat fysieke activiteit, naast de energiekosten, helpt eetgedrag te reguleren (Beaulieu et al., 2018). Een cliënt begeleiden naar een actieve levensstijl, naast het trainen, kan een enorm verschil maken in de kans op succes en het vasthouden daarvan.
Cortisol speelt een belangrijke rol tijdens het droogtrainen. Een calorietekort en het monitoren van een dieet zorgen voor meer stress en cortisol. Naast de dalende leptineconcentraties (Bouillon-Minois et al., 2021) maakt cortisol het registreren van leptine moeizamer (Zakrzewska et al., 1997). Daarnaast verlaagt het de testosteronwaarden en versterkt het de aantrekkingskracht van calorierijk en smaakvol eten (Yau et al., 2013). Wanneer er nog meer stress bijkomt door bijvoorbeeld een verhuizing, relatieproblemen of het studeren voor een Milo-examen, worden deze problemen verergerd.
Ook op psychologisch vlak wordt het voor de meeste mensen uitdagender om goede keuzes te maken wanneer de stress oploopt. Al met al zorgt meer stress dus voor een grotere kans op spierverlies, trek in calorierijk eten en verminderde impulscontrole. Stress kan echter niet altijd worden vermeden. Het is de taak van de voedingscoach om samen met de cliënt te beoordelen of de stressvolle situatie vraagt om een pauze in het droogtraintraject. Kijk ook terug naar de interventies rondom stressmanagement.
Een slaaptekort beïnvloedt alle belangrijke hormonen die we hebben besproken: leptine, ghreline, cortisol en testosteron (Stich et al., 2022). Deze verstoring leidt tot een verhoogde eetlust, met name voor calorierijk voedsel (Greer et al., 2013). Onderzoek toont aan dat mensen met chronisch slaaptekort gemiddeld 300 calorieën meer per dag eten dan mensen die voldoende slapen (St-Onge et al., 2011; Patel & Hu, 2011). Bij een calorietekort blijkt bovendien dat mensen met 5,5 uur slaap meer spiermassa verliezen dan mensen met 8,5 uur slaap (Nedeltcheva et al., 2010). Een langdurig calorietekort en toenemende ‘droogheid’ kunnen de slaapkwaliteit negatief beïnvloeden (Israetel, Hoffman, & Davis, 2019). Als iemand moeite heeft met het volhouden van het plan en spiermassa lijkt te verliezen, is slaap dan ook een van de eerste aspecten om te onderzoeken.
Vanwege het belang van slaap verdient ook alcohol extra aandacht tijdens het droogtrainen. Dit komt door drie factoren: het hoge aantal calorieën in alcoholische dranken, het katabole effect op spierweefsel en de verstoring van de slaapkwaliteit. De richtlijn van 0,5 gr/kg blijft van kracht voor het behoud van slaap en herstel. In de praktijk blijkt het echter vooral lastig om alcohol in te passen binnen een strikt caloriebudget. Als voedingscoach is het belangrijk om hier rekening mee te houden.
Het lichaam heeft overlevingsmechanismes ontwikkeld om verhongering te voorkomen. Deze mechanismes werken ons echter tegen tijdens een fase van gewichtsverlies, vooral wanneer het lichaam al erg droog begint te worden. Bij een calorietekort, verlies van vetmassa en toename van cortisol worden er processen in gang gezet om verder verlies te voorkomen. Dit gebeurt door een reeks hormonale reacties, waarbij leptine de belangrijkste rol speelt. Het metabolisme vertraagt, de kans op spierverlies stijgt, de honger neemt toe, de verzadiging daalt en de kans op psychologische klachten zoals vermoeidheid groeit. Ook raken mensen sneller somber of geïrriteerd. Door een droogtrainfase slim te ontwerpen kunnen deze gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt.
In deze tabel staan de adviezen op een rij:
| Calorietekort | 10-20% |
|---|---|
| Gewichtsafname/week | 0,5-1% |
| Eiwitten | 1,6-2,4 gr/kg Liever aan de hoge kant. |
| Vetten | ≥0,7 gr/kg |
| Koolhydraten | Opvullen met de calorieën die over zijn. Idealiter: 3-8 gr/kg |
| Slaap & stress | 7-9 u kwaliteitsslaap en gecontroleerde stressniveaus |
| Alcohol | ≤0,5 gr/kg |
Na het behalen van het doel is de eerste stap het verhogen van de calorie-inname om het afvalproces te stoppen. Maar wat gebeurt er dan met de verdedigingsmechanismes die het lichaam heeft opgebouwd? Zelfs als de calorie-inname wordt verhoogd naar onderhoudsniveau, blijven de meeste negatieve effecten op de hormoonhuishouding (leptine, testosteron en cortisol) bestaan (Trexler et al., 2014). Het metabolisme blijft zelfs tot een jaar lang lager dan passend zou zijn voor de nieuwe lichaamscompositie (Rosenbaum et al., 2008).
Deze combinatie van hormonale veranderingen, aanpassingen in de vetcellen en mentale vermoeidheid maakt het lichaam gevoelig voor gewichtstoename. Hoe meer iemand is afgevallen of hoe slanker iemand is geworden, hoe sterker dit rebound effect (Maclean et al., 2011). Dit verschijnsel staat bekend als bodyfat overshooting — een mechanisme waarmee het lichaam probeert om verloren vetmassa, maar vooral verloren spiermassa terug te krijgen (Dulloo et al., 2015). Dit verklaart waarom het zo belangrijk is om met droogtrainen te stoppen voordat fysieke en mentale uitputting toeslaan en men vervolgens alle remmen los gooit.
Wanneer iemand nog droger wil worden en een nieuwe droogtrainfase nodig is, is het essentieel dat diegene fysiek volledig hersteld is voordat hij of zij hier weer aan begint. Zonder voldoende herstel is de kans groot op stagnatie, zelfs bij relatief lage calorie-innames. Ook psychologisch moet een cliënt er klaar voor zijn. De praktijk leert dat de meeste mensen onderschatten hoe belangrijk dit herstel is en hoeveel tijd ervoor nodig is. Maar wat zegt de wetenschap hierover?
Uit een studie met 27 vrouwelijke fitnessatleten bleek dat na 4 maanden droogtrainen een periode van 3-4 maanden met verhoogde calorie-inname nodig was om de hormoonhuishouding te laten herstellen (Hulmi et al., 2017). Voor sommige hormonen, zoals testosteron en leptine, kan het herstel zelfs nog langer duren (Trexler, (z.d.)). Op basis hiervan en adviezen van andere wetenschappers wordt een herstelfase van 2/3 tot 1 keer de lengte van de originele droogtrainfase aangeraden (Israetel, Hoffman, & Davis, 2019).
Begin het herstel door de calorie-inname met 10% te verhogen en het lichaamsgewicht te monitoren. Een lichte gewichtstoename is normaal door veranderingen in de vochtbalans. Verhoog daarna de calorie-inname wekelijks met 5-10% zolang het gewicht stabiel blijft. Naarmate iemand meer last heeft van de negatieve gevolgen van droogtrainen, des te sneller moet de calorie-inname worden verhoogd. Je hebt waarschijnlijk je onderhoudsinname bereikt wanneer verdere calorieverhoging leidt tot gewichtstoename. Dit is ook het moment om te stoppen met het tracken van calorieën, als je dat nog deed.
https://vimeo.com/1069640571
In dit hoofdstuk heb je de belangrijkste factoren geleerd voor optimaal vetverlies met minimale nadelige effecten. Het is essentieel om niet alleen de richtlijnen te kennen, maar ook te begrijpen waarom ze zo belangrijk zijn. Stel je voor dat je een fitfluencer bent met duizenden volgers. Je gaat een serie korte video’s maken van maximaal één minuut waarin je uitlegt waar de onderstaande richtlijnen vandaan komen en waarom ze cruciaal zijn. Deze opdracht dwingt je om de stof goed te begrijpen en effectief samen te vatten. Schrijf voor jezelf de tekst voor elke video uit.
Wil je jezelf uitdagen echt effectief samen te vatten? Neem de uitgewerkte video’s dan op!
Het advies is 0,5-1% gewichtsverlies/week
Een tekort van 10-20%
Voor 4-6 / 12-16 weken
1,6-2,4 gr eiwitten
≥0,7 gr vetten
Vul de rest op met koolhydraten
Eet voornamelijk onbewerkt en veel groente en fruit
Gebruik calorieën tracken en stuur op productkeuze
Krachttraining is essentieel, cardio optioneel
Dagelijkse beweging helpt met lean worden en blijven
Let op voldoende slaap, manage stress en houd alcohol ≤0,5 gr/kg
Na droogtrainen blijven de gevolgen hangen
De kans op vettoename is hierna groter
Herstel duurt 2/3-1× de lengte van de droogtrainfase