Het gebeurt niet elke dag dat iemand met een metabole ziekte, of beginselen hiervan, bij een voedingscoach aanklopt. Toch is het belangrijk om te herkennen wanneer dit wel het geval is en wat er op dat moment nodig is. Om dit te oefenen staan hieronder drie verhaaltjes. Beantwoord voor elk verhaal de volgende vragen:
Mark (47) komt met lichte tegenzin naar je intakegesprek. Zijn vrouw had hem aangemeld. “Ze maakt zich zorgen,” zegt hij terwijl hij een slok cola neemt. “Ik snap het wel hoor, ik ben wat aangekomen de laatste jaren. Maar het valt toch allemaal wel mee?”
Mark werkt al twintig jaar als financieel adviseur. Zijn dagen zijn lang en zittend, en vaak is hij pas rond zeven uur thuis. Ontbijten schiet er vaak bij in — hij koopt onderweg een saucijzenbroodje of pakt een gevulde koek van het tankstation. De lunch is meestal snel: brood, snacks, soms een frietje met collega’s. Avondeten maakt zijn vrouw, maar ze kiezen vaak voor gemak: kant-en-klare pastaschotels, wraps of roerbakmixen uit een pakje.
Na het eten ploft hij op de bank met een biertje of twee. Hij voelt zich dan loom, soms een beetje duf. “Soms zou ik de hele avond kunnen slapen, zo moe ben ik.” Toch slaapt hij meestal pas na middernacht in, en hij wordt vaak wakker met een droge mond.
In zijn familie komt diabetes veel voor. Zijn vader spuit insuline en zijn broer is vorig jaar metformine gaan slikken. Mark zelf was laatst bij de huisarts voor een keuring via het werk. “Die zei dat ik ‘een beetje in de gevarenzone’ zit met m’n bloedsuiker. Maar ik hoefde nog niks te doen.”
Hij wil vooral “wat fitter worden” en “die buik een beetje kwijt”, maar geeft meteen aan: “Ik ga echt geen sla eten en vijf keer per week naar de sportschool.”
Mark (47) komt met lichte tegenzin naar je intakegesprek. Zijn vrouw had hem aangemeld. “Ze maakt zich zorgen,” zegt hij terwijl hij een slok cola neemt. “Ik snap het wel hoor, ik ben wat aangekomen de laatste jaren. Maar het valt toch allemaal wel mee?”
Mark werkt al twintig jaar als financieel adviseur. Zijn dagen zijn lang en zittend, en vaak is hij pas rond zeven uur thuis. Ontbijten schiet er vaak bij in — hij koopt onderweg een saucijzenbroodje of pakt een gevulde koek van het tankstation. De lunch is meestal snel: brood, snacks, soms een frietje met collega’s. Avondeten maakt zijn vrouw, maar ze kiezen vaak voor gemak: kant-en-klare pastaschotels, wraps of roerbakmixen uit een pakje.
Na het eten ploft hij op de bank met een biertje of twee. Hij voelt zich dan loom, soms een beetje duf. “Soms zou ik de hele avond kunnen slapen, zo moe ben ik.” Toch slaapt hij meestal pas na middernacht in, en hij wordt vaak wakker met een droge mond.
In zijn familie komt diabetes veel voor. Zijn vader spuit insuline en zijn broer is vorig jaar metformine gaan slikken. Mark zelf was laatst bij de huisarts voor een keuring via het werk. “Die zei dat ik ‘een beetje in de gevarenzone’ zit met m’n bloedsuiker. Maar ik hoefde nog niks te doen.”
Hij wil vooral “wat fitter worden” en “die buik een beetje kwijt”, maar geeft meteen aan: “Ik ga echt geen sla eten en vijf keer per week naar de sportschool.”
Fatima is 58 en heeft het gevoel dat alles op haar schouders terechtkomt. Ze zorgt voor haar kleinkinderen op de dagen dat haar dochter werkt, helpt haar man die herstellende is van een knieoperatie, en werkt zelf nog drie dagen per week als doktersassistente in een huisartsenpraktijk.
“Ik red me wel,” zegt ze, maar haar ogen verraden vermoeidheid. Ze slaapt slecht, wordt vaak wakker met een opgejaagd gevoel en ligt dan uren te piekeren over van alles. “Ik sta altijd aan.”
Fatima rookt al sinds haar studententijd en zegt dat dat het enige is wat haar echt kalmeert. Ze rookt gemiddeld zeven sigaretten per dag. Bewegen doet ze weinig, mede door artrose in haar knieën. “Wandelen lukt soms nog wel, maar traplopen is pijnlijk.” Ze kookt meestal zelf, maar gebruikt graag bouillonblokjes en kruidenmixen. Groente komt er “niet elke dag van”, vooral als het druk is.
Ze is zich bewust van haar verhoogde bloeddruk en weet dat haar cholesterol “aan de hoge kant” is. “Maar daar slik ik pillen voor, dus dat is onder controle.” Ze vertelt ook dat haar moeder is overleden aan een beroerte toen die begin zestig was. “Daar denk ik wel eens aan.”
Ze zegt dat ze graag gezonder zou willen leven, maar dat het er steeds bij inschiet. “Eerlijk? Als ik maar niet nóg meer pillen hoef te slikken, dan ben ik al blij.”
Fatima is 58 en heeft het gevoel dat alles op haar schouders terechtkomt. Ze zorgt voor haar kleinkinderen op de dagen dat haar dochter werkt, helpt haar man die herstellende is van een knieoperatie, en werkt zelf nog drie dagen per week als doktersassistente in een huisartsenpraktijk.
“Ik red me wel,” zegt ze, maar haar ogen verraden vermoeidheid. Ze slaapt slecht, wordt vaak wakker met een opgejaagd gevoel en ligt dan uren te piekeren over van alles. “Ik sta altijd aan.”
Fatima rookt al sinds haar studententijd en zegt dat dat het enige is wat haar echt kalmeert. Ze rookt gemiddeld zeven sigaretten per dag. Bewegen doet ze weinig, mede door artrose in haar knieën. “Wandelen lukt soms nog wel, maar traplopen is pijnlijk.” Ze kookt meestal zelf, maar gebruikt graag bouillonblokjes en kruidenmixen. Groente komt er “niet elke dag van”, vooral als het druk is.
Ze is zich bewust van haar verhoogde bloeddruk en weet dat haar cholesterol “aan de hoge kant” is. “Maar daar slik ik pillen voor, dus dat is onder controle.” Ze vertelt ook dat haar moeder is overleden aan een beroerte toen die begin zestig was. “Daar denk ik wel eens aan.”
Ze zegt dat ze graag gezonder zou willen leven, maar dat het er steeds bij inschiet. “Eerlijk? Als ik maar niet nóg meer pillen hoef te slikken, dan ben ik al blij.”
Kevin is 35 en heeft zich aangemeld voor coaching “omdat ik het even niet meer weet.” Hij oogt wat ongemakkelijk in het gesprek en lacht veel, maar zijn antwoorden blijven kort. Hij vertelt dat hij al sinds zijn puberteit overgewicht heeft en dat het na zijn dertigste alleen maar erger is geworden.
“Het is alsof m’n lijf niet meewerkt,” zegt hij. Hij beschrijft hoe hij in het verleden meerdere diëten heeft geprobeerd — van koolhydraatarm tot shakes — maar altijd weer terugviel. “Soms ging het weken goed, maar dan ineens boem: terug bij af.”
Zijn eetpatroon is onregelmatig. Overdag probeert hij vaak “goed bezig te zijn”, maar ’s avonds krijgt hij last van eetbuien: chips, chocolade, frisdrank. “Dan denk ik: nu maakt het toch niks meer uit.” Hij voelt zich daarna schuldig, wat hem nog meer ontmoedigt. Bewegen doet hij weinig. “De sportschool vermijd ik liever, ik voel me daar bekeken.”
Hij slaapt laat en slecht, zegt moeite te hebben met in slaap komen en wordt vaak moe wakker. Op jouw vragen over motivatie zegt hij: “Ja, ik zou gezonder willen zijn. Maar het voelt alsof ik het niet kán. Misschien moet ik het gewoon accepteren.” Tijdens het gesprek zie je dat hij het moeilijk vindt om over zijn gedrag te praten — bij confronterende vragen wijkt hij vaak uit of maakt hij een grapje.
Op de vraag of hij eerder hulp heeft gehad, zegt hij dat hij een paar jaar geleden bij een psycholoog liep vanwege somberheid, “maar dat was toen ik net uit een relatie kwam.”
Kevin is 35 en heeft zich aangemeld voor coaching “omdat ik het even niet meer weet.” Hij oogt wat ongemakkelijk in het gesprek en lacht veel, maar zijn antwoorden blijven kort. Hij vertelt dat hij al sinds zijn puberteit overgewicht heeft en dat het na zijn dertigste alleen maar erger is geworden.
“Het is alsof m’n lijf niet meewerkt,” zegt hij. Hij beschrijft hoe hij in het verleden meerdere diëten heeft geprobeerd — van koolhydraatarm tot shakes — maar altijd weer terugviel. “Soms ging het weken goed, maar dan ineens boem: terug bij af.”
Zijn eetpatroon is onregelmatig. Overdag probeert hij vaak “goed bezig te zijn”, maar ’s avonds krijgt hij last van eetbuien: chips, chocolade, frisdrank. “Dan denk ik: nu maakt het toch niks meer uit.” Hij voelt zich daarna schuldig, wat hem nog meer ontmoedigt. Bewegen doet hij weinig. “De sportschool vermijd ik liever, ik voel me daar bekeken.”
Hij slaapt laat en slecht, zegt moeite te hebben met in slaap komen en wordt vaak moe wakker. Op jouw vragen over motivatie zegt hij: “Ja, ik zou gezonder willen zijn. Maar het voelt alsof ik het niet kán. Misschien moet ik het gewoon accepteren.” Tijdens het gesprek zie je dat hij het moeilijk vindt om over zijn gedrag te praten — bij confronterende vragen wijkt hij vaak uit of maakt hij een grapje.
Op de vraag of hij eerder hulp heeft gehad, zegt hij dat hij een paar jaar geleden bij een psycholoog liep vanwege somberheid, “maar dat was toen ik net uit een relatie kwam.”