Een voedingssupplement is een geconcentreerde bron van één of meer voedingsstoffen ter aanvulling op de dagelijkse voeding. Deze supplementen kunnen vitamines, mineralen, aminozuren, vetzuren, vezels of andere voedingsstoffen bevatten die mogelijk niet voldoende uit de reguliere voeding worden opgenomen.
De grootschalige productie van voedingssupplementen begon in 1930, waarna de distributie zich na de Tweede Wereldoorlog sterk uitbreidde. Tegenwoordig gebruikt bijna 60% van de volwassen Nederlanders regelmatig voedingssupplementen (RIVM, 2022). De voornaamste reden hiervoor is de bezorgdheid dat het dagelijkse eetpatroon niet alle benodigde voedingsstoffen levert (CRN, 2020).
Grote adviesorganisaties zoals de World Health Organization (WHO) en de Gezondheidsraad geven aan dat voor de meeste mensen, met uitzondering van specifieke risicogroepen, voedingssupplementen niet noodzakelijk zijn mits ze de richtlijnen voor een gezond en gevarieerd eetpatroon volgen. Hoewel dit in theorie logisch klinkt, blijkt in de praktijk dat maar een klein deel van de Nederlanders deze richtlijnen ook daadwerkelijk volgt. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat slechts:
Deze cijfers geven aan dat een groot deel van de bevolking niet voldoende voedingsstoffen uit de dagelijkse voeding haalt, wat de noodzaak van supplementen (en de zorgen van een heleboel Nederlanders) kan onderbouwen, vooral voor specifieke groepen.
En zelfs wanneer mensen de richtlijnen voor gezond eten wél volgen, is het nog maar de vraag of deze voeding wel voldoende is voor onze gezondheid. Er is namelijk bewijs dat de voedingswaarde van groenten en fruit de afgelopen decennia aanzienlijk is afgenomen (Davis et al., 2004; Bhardwaj et al., 2024), en dat de mate waarin ons lichaam voedingsstoffen uit voeding kan opnemen varieert — afhankelijk van het type voeding, de gezondheid van het spijsverteringssysteem en de interacties tussen verschillende voedingsstoffen (Fairweather-Tait et al., 2011; Bailey et al., 2015).
Percentage gebruikers van voedingssupplementen
Groente- en fruitinname Nederlanders
Belangrijkste wijzigingen in de voedingswaarde van 43 tuinbouwgewassen volgens de USDA (1950-1999)
Als iemand structureel onvoldoende essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt, kunnen er tekorten ontstaan die op de lange termijn kunnen leiden tot gezondheidsklachten en chronische ziekten. Tekorten kunnen klinisch of subklinisch zijn:
Hoewel er geen exacte gegevens zijn over het aantal Nederlanders met een klinisch tekort, toont een studie aan dat meer dan 30% van de Amerikanen een vorm van een klinisch micronutriëntentekort heeft (Bailey et al., 2015). De Voedselconsumptiepeiling van het RIVM toont aan dat bepaalde groepen in Nederland ook risico lopen op tekorten aan specifieke voedingsstoffen (RIVM, z.d.).
Subklinische tekorten komen vaker voor (Bailey et al., 2015). Naar schatting krijgt meer dan de helft van de wereldbevolking onvoldoende micronutriënten binnen (Stevens et al., 2022). Hoewel de situatie in Nederland over het algemeen beter is dan in sommige andere landen, komen ook hier subklinische tekorten voor. Zo heeft bijvoorbeeld bijna 30% van de Nederlanders een suboptimale vitamine D-status en heeft 20% een subklinisch magnesiumtekort (Cashman et al., 2016). Andere veel voorkomende voedingstekorten zijn omega 3-vetzuren, vitamine K, jodium, calcium, selenium, vitamine B12 en foliumzuur.
Als je cliënten wilt helpen om hun gezondheid of piekprestaties te optimaliseren, dan is het essentieel om ervoor te zorgen dat de basisbehoeften aan voedingsstoffen worden vervuld. Een aantal belangrijke richtlijnen die je hiervoor kunt meenemen naar de praktijk zijn:
De behoefte aan essentiële voedingsstoffen varieert (sterk) van persoon tot persoon. Factoren zoals leeftijd, geslacht, fysieke activiteit, gezondheidsstatus en leefstijl beïnvloeden de behoefte aan specifieke voedingsstoffen. Een atleet heeft bijvoorbeeld andere voedingsbehoeften dan iemand met een zittend bestaan.
Ben je er verder van bewust dat tekorten kunnen ontstaan door:
| 1. Te lage inname | Door een lage eetlust, slechte opname, een eetpatroon dat hoog is in sterk bewerkte voeding, ziekte, strikte diëten, of elke andere situatie waarbij calorieën of bepaalde voedingsgroepen worden verminderd (zoals bij veganisten/vegetariërs) (Shenkin et al., 2006). |
| 2. Verhoogde behoefte | Door ziekte, blessures, medische ingrepen, chronische stress, intensieve fysieke training (zoals bij atleten) of groeiperioden (zoals tijdens de zwangerschap) (Shenkin et al., 2006). |
| 3. Verhoogd verlies | Door overmatig zweten, diarree, bloedingen of medische aandoeningen die leiden tot verlies van voedingsstoffen via urine of andere lichaamsvloeistoffen (Shenkin et al., 2006). |
Als een van deze situaties op je cliënt van toepassing is, wees dan extra alert op mogelijke tekorten en adviseer bij klachten om een arts te raadplegen.
Het is duidelijk dat het belangrijk is om genoeg essentiële voedingsstoffen binnen te krijgen. En we kunnen deze het beste uit volwaardige, minimaal bewerkte voeding halen. Onderzoek toont aan dat het eten van volwaardige voeding veel meer voordelen heeft dan het nemen van supplementen met geïsoleerde voedingsstoffen (Shahidi et al., 2022).
Volwaardige voeding bevat een natuurlijke matrix van voedingsstoffen, vezels en bioactieve stoffen die samenwerken, wat waarschijnlijk de opname en effectiviteit van de voedingsstoffen bevordert (Shahidi et al., 2022).
Daarbij is het belangrijk om te weten dat sommige supplementen (zoals vetoplosbare vitamines en mineralen zoals ijzer, zink, en calcium) schadelijk kunnen zijn bij overconsumptie. Het risico op toxiciteit is kleiner bij voeding, wat een belangrijke reden is om zoveel mogelijk voedingsstoffen uit voeding te halen.
Met volwaardige voeding kun je eigenlijk weinig fout doen. Heb je ooit weleens gehoord van een overdosis bloemkool? Help je cliënten daarom altijd eerst bij het creëren van een gezond en gevarieerd eetpatroon rijk aan volwaardige, minimaal bewerkte voeding.
Als MILO voedingscoach valt het niet binnen je ‘scope of practice’ om supplementen voor specifieke gezondheidsproblemen voor te schrijven. Het is belangrijk om samen te werken met artsen of andere gezondheidsprofessionals die bevoegd zijn om gerichte aanbevelingen te doen.
Jouw rol als coach ligt vooral in het geven van algemene voedings- en leefstijladviezen, het verzamelen van gegevens (zoals energieniveau, fysieke prestaties, slaapkwaliteit, etc.) en eventueel het coördineren van overleg met andere deskundigen. Je kunt in bepaalde situaties of voor bepaalde doelgroepen basissupplementen adviseren als onderdeel van een algemene gezondheidsaanpak.
Zo kan het voor cliënten met een vegetarisch (vooral veganistisch) eetpatroon bijvoorbeeld lastig zijn om genoeg vitamine B12 binnen te krijgen. Vitamine B12 komt namelijk weinig voor in plantaardige voeding en zit vooral in dierlijke producten (Castela Forte et al., 2022).
Een ander voorbeeld is vitamine D. Aangezien de inname van vitamine D via voeding vaak beperkt is, en in de wintermaanden vrijwel geen vitamine D kan worden geproduceerd via zonlicht, is het volgens de Gezondheidsraad voor veel mensen noodzakelijk om een vitamine D-supplement te gebruiken om tekorten te voorkomen. Tijdens de opleiding leer je hoe je dit soort adviezen kunt toepassen in de praktijk.
Bij het kiezen van betrouwbare supplementenmerken is het belangrijk om te letten op kwaliteitsnormen en certificeringen. Zoek naar keurmerken zoals NSF International, USP, en GMP, die aangeven dat producten voldoen aan strikte veiligheids- en kwaliteitsnormen. In Nederland zijn er ook belangrijke keurmerken, zoals het HKI-keurmerk voor hoge kwaliteit, het EKO-keurmerk voor biologische producten, het NZVT keurmerk voor anti doping,
en GMP voor de productie volgens strikte richtlijnen. Deze keurmerken zorgen ervoor dat supplementen voldoen aan Europese regelgeving en dat de productie veilig en hygiënisch is.
Kies merken die hun producten laten testen door onafhankelijke laboratoria om de juiste dosering en afwezigheid van verontreinigingen te garanderen. Controleer ook de ingrediëntenlijst en zorg ervoor dat het product geen onnodige vulstoffen of schadelijke stoffen bevat. Transparantie van het merk is cruciaal; het merk moet duidelijke informatie bieden over de herkomst van de ingrediënten en de productiemethoden.
Kies daarnaast voor merken die wetenschappelijke onderbouwing bieden voor de effectiviteit en veiligheid van hun producten. Door deze richtlijnen te volgen, kun je de betrouwbaarheid en veiligheid van supplementen voor je cliënten waarborgen.
Het gebruik van voedingssupplementen tegelijk met medicijnen kan risico’s met zich meebrengen, omdat ze elkaar kunnen beïnvloeden. Dit kan ervoor zorgen dat medicijnen minder goed werken of juist sterker zijn dan bedoeld, wat gevaarlijk kan zijn. Zo zijn er studies die laten zien dat sommige kruidenpreparaten, zoals sint-janskruid, invloed hebben op hoe medicijnen door het lichaam worden verwerkt. Sint-janskruid kan bijvoorbeeld bepaalde enzymen in de lever activeren, waardoor medicijnen zoals de anticonceptiepil of bloedverdunners sneller worden afgebroken en minder effectief zijn (Posadzki et al., 2013; Izzo & Ernst, 2009). Het is daarom belangrijk om altijd met een arts of apotheker te overleggen wanneer je supplementen adviseert aan cliënten die medicatie gebruiken.
Het placebo-effect speelt een belangrijke rol bij voedingssupplementen. Mensen voelen zich vaak beter, niet door de werking van het supplement zelf, maar door hun geloof in de werking ervan. Dit effect is vooral sterk bij klachten zoals pijn en vermoeidheid, omdat deze symptomen sterk worden beïnvloed door onze verwachtingen (Hróbjartsson & Gøtzsche, 2010). Glucosamine is hier een goed voorbeeld van: dit populaire supplement tegen gewrichtspijn blijkt volgens studies voornamelijk te werken via het placebo-effect (Wandel, 2010). Dit onderstreept hoe belangrijk het is om de werkelijke effectiviteit van supplementen kritisch te beoordelen en het placebo-effect mee te wegen in deze beoordeling.
Hiermee sluiten we de module biologie af. Deze module toont aan dat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van voeding essentieel zijn voor duurzame resultaten.
Hoewel elke calorie dezelfde hoeveelheid energie levert, is de voedingsbron bepalend voor hoe het lichaam deze verwerkt, opslaat en gebruikt. Het thermische effect van voeding, verzadiging en hormonale reacties op macronutriënten laten zien dat calorieën verschillende effecten hebben op het metabolisme en eetgedrag.
Daarnaast leveren volwaardige voedingsproducten niet alleen energie, maar ook essentiële nutriënten die bijdragen aan een goede gezondheid en optimale prestaties. Het draait dus niet alleen om de hoeveelheid die je eet, maar ook om wát je eet. Kwantiteit en kwaliteit van voeding versterken elkaar en zijn samen de sleutel tot een betere gezondheid, lichaamssamenstelling en prestaties.
Met deze kennis kun je cliënten begeleiden naar de juiste balans in hun voeding, passend bij hun persoonlijke behoeften en doelen. In de volgende modules verdiepen we ons in de andere domeinen van het biopsychosociale model: psychologie en sociale omgeving.
https://vimeo.com/1042743117?share=copy
We hebben deel 1 en deel 2 afgerond, wat betekent dat je alle belangrijke kennis over biologie hebt doorgenomen. Misschien ben je al bezig met het herhalen van deel 1, of zit je nog in dat proces. Nu ga je hetzelfde doen voor deel 2.
Plan drie studiemomenten om het maximale uit deze opdracht te halen:
Wil je je kennis over spaced repetition opfrissen? Bekijk de video gerust nog een keer.
https://vimeo.com/1042283882?share=copy
Aanvulling op de dagelijkse voeding, met name populair omdat veel Nederlanders bezorgd zijn over nutriëntentekorten.
Volgens WHO en Gezondheidsraad zijn supplementen niet noodzakelijk bij een volwaardig eetpatroon, maar weinig Nederlanders halen de voedingsrichtlijnen.
Afnemende voedingswaarde van groenten en fruit en variabele nutriëntenopname versterken mogelijk de behoefte.
Tekorten (klinisch/subklinisch) kunnen een negatief effect hebben op gezondheid en prestaties.
In de VS heeft >30% een klinisch tekort; ook in Nederland lopen specifieke groepen risico.
Veelvoorkomende suboptimale statussen: bijna 30% voor vitamine D en 20% voor magnesium.
Individualiseer adviezen, omdat behoeften sterk variëren en tekorten kunnen ontstaan door te lage inname, verhoogde behoefte of verhoogd verlies.
Leg de nadruk op volwaardige voeding met voldoende nutriënten; wees voorzichtig met het adviseren van supplementen.
Als MILO voedingscoach mag je geen supplementen voor medische doeleinden voorschrijven, maar kun je wél algemene adviezen geven als onderdeel van een algemene gezondheidsaanpak, bijvoorbeeld B12 voor veganisten of vitamine D in de winter.
Let op mogelijke interacties met medicatie en kies voor betrouwbare merken.