1.3.1 Fysieke & sociale omgeving

Content zoeken

Omgeving
Inhoudsopgave

De grote invloed van de omgeving op ons gedrag

De omgeving speelt een cruciale rol in het bepalen van ons gedrag, vooral als het gaat om gezondheid en eetgedrag. Hoewel persoonlijke factoren en individuele keuzes belangrijk zijn, hebben we vaak maar beperkte controle over de omgevingsinvloeden die onze dagelijkse keuzes en gewoonten sturen.

Het is daarom essentieel om te begrijpen hoe de sociale en fysieke omgeving gedrag beïnvloeden. Dit inzicht is onmisbaar voor professionals in voeding en leefstijlcoaching, aangezien zij werken met cliënten die dagelijks worden beïnvloed door hun omgeving. In dit hoofdstuk bespreken we de basisprincipes van de psychologie en sociale psychologie, de kenmerken van een obesogene omgeving, en hoe de Sociale Cognitieve Theorie (SCT) gedragsverandering in een dergelijke context kan ondersteunen.

Psychologie en sociale psychologie: de basis voor gedrag

Psychologie houdt zich bezig met het bestuderen van menselijk gedrag en mentale processen. Binnen dit vakgebied richt de sociale psychologie zich specifiek op hoe individuen worden beïnvloed door hun sociale en fysieke omgeving. Deze tak onderzoekt hoe gedachten, gevoelens en handelingen worden gevormd door de aanwezigheid en invloed van anderen. Dit is van groot belang voor leefstijlcoaches, aangezien eetgedrag en leefstijlkeuzes vaak worden beïnvloed door sociale factoren zoals culturele normen, relaties en groepsdruk. Zo kunnen groepsdruk en sociale normen eetpatronen versterken of juist veranderen, afhankelijk van de context (Cruwys et al., 2015; Robinson et al., 2014). Begrip van deze dynamieken helpt coaches om effectievere interventies te ontwikkelen.

De obesogene omgeving: een complexe uitdaging

Een obesogene omgeving is een omgeving die ongezonde voedingskeuzes en een inactieve levensstijl bevordert. Deze omgeving draagt bij aan een verhoogd risico op obesitas en andere gezondheidsproblemen. De obesogene omgeving bestaat uit verschillende lagen en invloeden, waaronder de fysieke beschikbaarheid van voedingsmiddelen, socio-economische factoren, en culturele normen rondom voeding en beweging. Deze complexe combinatie van factoren maakt het voor individuen uitdagend om gezonde keuzes te maken, zelfs wanneer ze gemotiveerd zijn. Door inzicht te krijgen in de werking van deze omgevingsinvloeden, kunnen coaches cliënten helpen om strategieën te ontwikkelen die gezondere keuzes ondersteunen.

 

Het begrijpen van de wisselwerking tussen mensen en hun omgeving vormt een krachtig startpunt voor gedragsverandering. De sociale en fysieke omgeving bepaalt niet alleen welke keuzes beschikbaar zijn, maar ook hoe aantrekkelijk en haalbaar deze keuzes lijken. In de volgende secties verkennen we hoe coaching en interventies kunnen helpen om de negatieve invloed van obesogene omgevingen te doorbreken, waarbij de Sociale Cognitieve Theorie (SCT) als waardevolle leidraad dient.

Fysieke omgeving

De fysieke omgeving speelt een grote rol in het bevorderen of belemmeren van gezond gedrag. Factoren zoals de beschikbaarheid van voedingsopties, infrastructuur voor beweging, en sociale instellingen beïnvloeden dagelijkse keuzes rondom voeding en lichaamsbeweging. Hieronder worden specifieke aspecten van de fysieke omgeving besproken, met onderzoeken die hun impact op gezondheid en gedrag onderbouwen.

1. Voedingsomgeving en toegankelijkheid van fastfood

In stedelijke gebieden met een hoge concentratie fastfoodketens en beperkte toegang tot supermarkten met verse producten, is er een verhoogd risico op obesitas en voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen. Dit speelt vooral in zogenaamde “voedselwoestijnen” en “voedselmoerassen” — gebieden waar calorierijk, bewerkt voedsel overheerst en gezonde alternatieven schaars zijn.

 

D’Angelo et al. (2011) bestudeerden de impact van het vervangen van fastfoodopties door gezonde voedingsopties in scholen. Hun onderzoek toonde aan dat deze verandering leidde tot een significante BMI-daling bij leerlingen, wat bevestigt dat een gezondere voedingsomgeving direct bijdraagt aan betere eetgewoonten.

 

Giskes et al. (2011) ontdekten een duidelijk verband tussen de aanwezigheid van ongezonde voeding in de buurt en een hogere BMI bij volwassenen. Hun analyse bevestigt dat de voedingsomgeving een belangrijke voorspeller is van obesitas.

2. Beschikbaarheid en kwaliteit van openbare ruimtes voor beweging

De aanwezigheid en bereikbaarheid van parken, sportvelden en wandel- of fietspaden hebben een significante impact op de mate waarin mensen bewegen. Inwoners van buurten met goed onderhouden en veilige openbare ruimtes zijn actiever, terwijl een gebrek aan veilige openbare ruimtes om te bewegen mensen juist belemmert in hun fysieke activiteit.

 

Een studie van King et al. (2006) naar de effecten van nieuwe fiets- en wandelpaden liet een duidelijke toename zien in fysieke activiteit onder buurtbewoners. Dit bevestigt dat goede toegang tot sportfaciliteiten een positieve gedragsverandering stimuleert.

 

McCormack en Shiell (2011) identificeerden een sterke correlatie tussen de kwaliteit van de fysieke omgeving en beweeggedrag. Hun onderzoek benadrukte dat vooral de nabijheid van parken, een veilige omgeving en voetgangersvriendelijke infrastructuur essentieel zijn voor een actieve leefstijl.

3. Invloed van socio-economische status op toegang tot gezonde voedingsopties en bewegingsmogelijkheden

De fysieke omgeving en toegang tot gezonde keuzes verschillen sterk per socio-economische status. Gemeenschappen met een lager inkomen hebben vaak beperkte toegang tot verse, gezonde voedingsmiddelen, terwijl bewerkte producten en fastfood ruim beschikbaar zijn. Deze ongelijke verdeling draagt bij aan gezondheidsverschillen: mensen met een lager inkomen eten vaak ongezonder en bewegen minder.

 

Wang et al. (2015) toonden aan dat de komst van supermarkten met gezonde opties in laaginkomenswijken direct leidde tot een verbetering in de voedingskwaliteit van bewoners. Dit bevestigt dat beschikbaarheid een essentieel aspect is van een gezonde leefstijl.

 

Beaulac et al. (2009) ontdekten in hun analyse een duidelijk verband tussen toegang tot supermarkten en betere gezondheid in laaginkomensbuurten. Bewoners met goede toegang tot supermarkten hadden aanzienlijk lagere obesitaspercentages.

4. Marketing en schapindeling in supermarkten

De presentatie van voedingsproducten in supermarkten—zoals zoete en bewerkte producten bij de kassa—beïnvloedt het aankoopgedrag en daarmee de voedingspatronen. Producten die op ooghoogte of bij de kassa liggen, worden vaker gekocht dan minder zichtbare producten.

 

Van Kleef et al. (2018) onderzochten het effect van aangepaste schapindelingen in supermarkten waarbij gezonde opties op ooghoogte werden geplaatst. De verkoop van gezonde producten steeg hierdoor met 20%, wat de directe invloed van marketingkeuzes op gedrag aantoont.

 

Glanz et al. (2012) toonden aan dat het prominent plaatsen van gezonde producten leidt tot hogere verkoopcijfers en gezonder aankoopgedrag.

5. School- en werkplekomgevingen

De voedingsopties en bewegingsmogelijkheden op scholen en werkplekken hebben een aanzienlijke invloed op gezondheidsgewoonten. Scholen die ongezonde snacks en dranken aanbieden, bevorderen ongezonde eetpatronen bij kinderen en jongeren. Op de werkplek daarentegen kunnen gezonde voedings- en beweegmogelijkheden het welzijn van werknemers verbeteren.

 

Brown et al. (2011) toonden aan dat een gezond eetprogramma op werkplekken, gecombineerd met sportfaciliteiten, leidde tot een lagere BMI en betere gezondheidsuitkomsten bij werknemers.

 

Verweij et al. (2011) constateerden dat werkplekken met gezonde voedingsopties en fitnessfaciliteiten een positief effect hadden op het voedings- en beweeggedrag van werknemers, wat resulteerde in een betere algemene gezondheid.

6. Rol van de ‘foodscape’ en de natuurlijke omgeving

De natuurlijke omgeving en de aanwezigheid van groene ruimtes bevorderen een gezonde levensstijl door fysieke activiteit aantrekkelijker te maken en stress te verlagen. Gezonde “foodscapes,” zoals lokale boerenmarkten en moestuinen, dragen bij aan toegang tot vers, onbewerkt voedsel.

 

Uit onderzoek van Richardson et al. (2013) bleek dat de aanleg van groene ruimtes in stedelijke wijken leidde tot meer fysieke activiteit en lagere stressniveaus bij bewoners die toegang kregen tot deze nieuwe gebieden.

 

Bowler et al. (2010) vonden dat blootstelling aan natuurlijke omgevingen de fysieke activiteit verhoogt en stress verlaagt, wat de gezondheidsvoordelen van toegang tot groene ruimtes en gezonde foodscapes bevestigt.

7. Inrichting van huis en keuken

De inrichting van de eigen huis- en keukenomgeving kan aanzienlijke invloed uitoefenen op eetgedrag en de keuzes die mensen maken rondom voeding. De plaatsing van voeding, de indeling van de keuken, en zelfs de aanwezigheid van visuele signalen zoals fruitschalen of snackrekken hebben invloed op wat en hoeveel mensen eten. Een georganiseerde keuken en bewust geplaatste gezonde opties kunnen gezondere eetgewoonten bevorderen, terwijl de aanwezigheid van verleidelijke snacks binnen handbereik juist kan leiden tot overmatige consumptie.

 

Wansink et al. (2016) toonden aan dat mensen met een opgeruimde en georganiseerde keuken minder snacken. Dit effect was het sterkst wanneer ongezonde snacks buiten het zicht werden bewaard en gezonde snacks, zoals fruit, binnen handbereik stonden. Deze bevinding laat zien dat de fysieke inrichting van de keuken een grote invloed heeft op voedingskeuzes.

 

In een studie van Payne et al. (2011) bleek dat vrouwen die dagelijks een fruitschaal op het aanrecht hadden staan gemiddeld lichter waren dan degenen die een schaal met koekjes of andere calorierijke snacks hadden. Dit onderzoek toont aan dat kleine, visuele aanpassingen in de keukenomgeving het eetgedrag positief kunnen beïnvloeden. Door aanpassingen in de huis- en keukenomgeving, zoals het plaatsen van gezonde snacks op ooghoogte en het buiten zicht houden van ongezonde producten, kunnen mensen gezondere voedingskeuzes maken.

Conclusie

De fysieke omgeving heeft een grote invloed op onze voedings- en beweeggewoonten. Factoren zoals de beschikbaarheid van gezonde voedselopties, toegang tot veilige en aantrekkelijke bewegingsruimtes, en de inrichting van scholen en werkplekken bepalen in belangrijke mate onze dagelijkse keuzes en de invloed op onze gezondheid. Door rekening te houden met deze omgevingsfactoren kunnen coachingstrategieën effectiever worden, omdat het aanpassen van de fysieke omgeving positieve gedragsverandering stimuleert.

Sociale omgeving

De sociale omgeving heeft een grote invloed op individueel gedrag, met name op het gebied van voeding en leefstijl. Deze invloed kan zowel positief als negatief uitpakken, afhankelijk van de heersende normen, beschikbare ondersteuning en sociale invloeden binnen verschillende contexten. In de volgende secties bespreken we deze verschillende aspecten van de sociale omgeving aan de hand van positieve en negatieve voorbeelden.

1. Sociale normen en verwachtingen

Sociale normen – de ongeschreven regels binnen een groep – bepalen wat als normaal of wenselijk gedrag wordt gezien. In werkomgevingen waar ongezonde snacks de norm zijn, zullen medewerkers eerder geneigd zijn dit eetgedrag over te nemen. Daarentegen kunnen gezonde eetgewoonten binnen een vriendengroep juist positief gedrag versterken. De normen binnen een groep hebben dus een sterke invloed op voedingskeuzes.

Voorbeelden

In werkculturen waar koekjes en chips standaard aanwezig zijn bij bijeenkomsten en lunches, kiezen werknemers vaak voor deze opties. Dit leidt tot een hogere calorie-inname en vergroot de kans op gewichtstoename (Story et al., 2008). Een werkomgeving met fruitschalen en gezonde snacks daarentegen stimuleert mensen om gezondere keuzes te maken (Higgs & Thomas, 2016).

 

In vriendengroepen waar sporten en gezond eten de norm zijn, raken groepsleden gemotiveerd om deze gezonde gedragsnormen te volgen. Positieve sociale druk kan gezonde gewoonten versterken (Robinson et al., 2013). Echter, als een vriendengroep regelmatig samenkomt in fastfoodrestaurants, kunnen groepsleden elkaar juist aansporen tot ongezonde keuzes, zelfs wanneer ze eigenlijk gezondere doelen hebben (Christakis & Fowler, 2007).

2. Hechte relaties en gedrag

Het gedrag van familieleden en partners heeft een sterke invloed op leefstijlkeuzes. Het samen ondernemen van gezonde activiteiten, zoals koken of sporten, versterkt positieve gewoonten. Tegelijkertijd maken ongezonde gewoonten binnen relaties het vaak moeilijk om gezond gedrag aan te passen. Mensen nemen namelijk de gewoonten van hun partner of gezinsleden over, wat zowel positief als negatief kan uitpakken voor hun gezondheid.

Voorbeelden

Partners die samen gezond koken en elkaar steunen in gezonde keuzes, laten vaak verbeteringen zien in hun voedingspatroon. Gorin et al. (2008) tonen aan dat koppels die samen afvallen succesvoller zijn dankzij hun gedeelde motivatie.

 

Ongezonde gewoonten binnen een relatie kunnen echter ook een obstakel vormen. Wanneer een partner regelmatig fastfood eet, is de kans groot dat de ander dit gedrag overneemt, zelfs als deze gezondere doelen heeft (Jackson et al., 2015). Ook bij ouders die vaak suikerrijke of bewerkte voedingsmiddelen aanbieden, is de kans groter dat hun kinderen deze gewoonten overnemen, wat op lange termijn kan bijdragen aan obesitas (Brown & Ogden, 2004).

3. Sociale steun

Sociale steun – de praktische, emotionele of informatieve hulp van anderen – is essentieel bij gedragsverandering. Familie, vrienden en online gemeenschappen kunnen helpen de motivatie vast te houden, vooral wanneer iemand obstakels tegenkomt tijdens het veranderingsproces. Een gebrek aan sociale steun of zelfs negatieve reacties, zoals kritiek op gezondere keuzes, kan echter het doorvoeren van veranderingen bemoeilijken.

Voorbeelden

Sociale steun vergroot de kans op succes bij afslankprogramma’s, met name wanneer vrienden of familie betrokken zijn. Wing & Jeffery (1999) toonden aan dat deelnemers met sociale steun betere resultaten behaalden in gewichtsverliesprogramma’s. Ook online en offline gemeenschappen voor fitness en voeding bieden waardevolle steun en motivatie, doordat groepsleden elkaar aanmoedigen door te blijven gaan (Ballantine & Stephenson, 2011).

 

Het ontbreken van steun of zelfs afkeuring van familieleden kan het volhouden van gezonde keuzes lastig maken. Kritische reacties van vrienden of familie die zelf minder gezond leven, kunnen mensen doen terugvallen in oude gewoonten (Leong et al., 2011). Vooral in gemeenschappen waar gezond gedrag niet wordt aangemoedigd, stuiten mensen vaker op hindernissen bij het handhaven van een gezondere leefstijl (Christakis & Fowler, 2007).

4. Rolmodellen en voorbeelden

Mensen nemen vaak het gedrag over van rolmodellen en mensen die zij bewonderen, zoals influencers of vrienden die een gezonde leefstijl promoten. Deze rolmodellen kunnen positief gedrag stimuleren door gezonde keuzes aantrekkelijk en zichtbaar te maken. Tegelijkertijd kunnen ze ook schadelijk gedrag versterken, bijvoorbeeld door het promoten van crashdiëten of extreme schoonheidsidealen.

Voorbeelden

Gezondheidsinfluencers op sociale media kunnen hun volgers positief beïnvloeden door gezonde leefstijlkeuzes te promoten. Volgers zijn eerder geneigd gezonde gewoonten over te nemen wanneer hun rolmodel deze gedragspatronen op een aantrekkelijke en zichtbare manier presenteert (Hutchinson et al., 2022). Ook kinderen nemen vaker gezond gedrag over wanneer ze hun ouders zien sporten of gezond zien eten (Bandura, 1986).

 

Rolmodellen kunnen echter ook een negatieve invloed hebben. Influencers die crashdiëten of extreme schoonheidsidealen promoten, kunnen bij hun volgers eetstoornissen of een ongezond lichaamsbeeld in de hand werken (Perloff, 2014). Ook ouders die consequent ongezonde voedingskeuzes maken, geven hun kinderen een verkeerd voorbeeld, wat de eetgewoonten van hun kinderen negatief beïnvloedt (Golan & Crow, 2004).

5. Sociaal kapitaal en gemeenschapsinvloed

Sociaal kapitaal verwijst naar de hulpbronnen en voordelen die mensen verkrijgen door sociale relaties. Een omgeving met sterke sociale netwerken biedt vaak meer steun voor gezonder gedrag, maar in gemeenschappen met lage niveaus van sociaal kapitaal is er vaak een gebrek aan middelen en ondersteuning voor gezonde keuzes.

Voorbeelden

Buurttuinen en gemeenschapsinitiatieven zoals fitnessgroepen verbeteren de gezondheid op twee manieren: ze vergroten de toegang tot gezonde voeding en beweging én versterken sociale banden (Kawachi & Berkman, 2000). Ook scholen spelen een belangrijke rol door ouders te betrekken bij gezondheidsprogramma’s, waardoor zij beter in staat zijn gezonde keuzes te maken en hun kinderen hierin te begeleiden (Parcel et al., 1988).

 

Een gebrek aan sociaal kapitaal heeft een negatieve invloed op de gezondheid. Bewoners van buurten met weinig sociale ondersteuning en beperkte toegang tot gezonde voeding en bewegingsmogelijkheden ontwikkelen vaker een zittende leefstijl en maken ongezondere voedingskeuzes (Sampson et al., 1997). Dit effect wordt versterkt in gebieden waar fastfoodketens overheersen en gezonde opties beperkt zijn, waardoor bewoners vast blijven zitten in ongezonde voedingspatronen (Christakis & Fowler, 2007).

6. Sociale vergelijking en competitie

Sociale vergelijking is een krachtige drijfveer voor een gezondere leefstijl, met name wanneer mensen zich spiegelen aan gezondere vrienden of meedoen aan competitieve uitdagingen. Deze vergelijking kan echter ook negatief uitpakken en leiden tot gevoelens van ontoereikendheid of het overnemen van ongezonde gewoonten, vooral bij hoge prestatiedruk.

Voorbeelden

Competitie binnen vriendengroepen, zoals een gezamenlijke stappenuitdaging, kan de motivatie verhogen en mensen stimuleren om fysiek actiever te zijn. Sociale vergelijking via fitness-apps helpt gebruikers hun doelen te bereiken en gezonde gewoonten vol te houden (Munson & Consolvo, 2012).

 

Echter, vergelijking met anderen kan ook leiden tot gevoelens van ontoereikendheid wanneer iemand moeite heeft dezelfde resultaten te behalen als vrienden of influencers op sociale media. Dit kan resulteren in demotivatie en terugval in ongezonde gewoonten (Festinger, 1954). Ook kan blootstelling aan “fitspiration” op sociale media leiden tot een verlaagd zelfbeeld en ongezond gedrag, zoals crashdiëten (Tiggemann & Slater, 2014).

7. Cultuur

Cultuur heeft een bepalende invloed op onze leefstijlkeuzes, vooral op het gebied van voeding en beweging. De heersende waarden, tradities en overtuigingen vormen wat een gemeenschap als gezond of wenselijk beschouwt. Afhankelijk van de dominante praktijken binnen een cultuur kan deze zowel een positieve invloed hebben als een belemmering vormen voor gezonde keuzes.

Voorbeelden

De Mediterrane cultuur illustreert hoe gezonde voedingsgewoonten cultureel worden overgedragen, met een nadruk op gezamenlijke maaltijden rijk aan verse groenten, fruit, vis en olijfolie (Keys et al., 1986). Deze culturele tradities vormen een natuurlijk fundament voor gezond eetgedrag.

Andere culturen kunnen juist ongezonde gewoonten in stand houden, bijvoorbeeld door de nadruk op calorierijke feestmaaltijden of het gebruik van voedsel als beloning (Rozin et al., 2003). In samenlevingen waar overgewicht als normaal wordt gezien, ontbreekt vaak de sociale stimulans om gezonder te eten of meer te bewegen (Brown et al., 2010).

 

Ook de culturele kijk op beweging speelt een belangrijke rol. Waar sommige culturen sport als waardevol zien, beschouwen andere culturen lichaamsbeweging vooral als onderdeel van werk of dagelijkse taken. Dit verschil bepaalt mede hoe makkelijk mensen een actieve leefstijl ontwikkelen (Schneider & Becker, 2005).

Conclusie

De sociale omgeving heeft een diepgaande invloed op gezondheid en gedrag, met zowel positieve als negatieve effecten. Sociale normen, verwachtingen, hechte relaties, steun van anderen, rolmodellen, sociaal kapitaal en onderlinge vergelijking zijn allemaal bepalende factoren in de keuzes die mensen maken. Coaches en gezondheidsexperts kunnen deze sociale factoren benutten door positieve sociale invloeden te versterken en strategieën te ontwikkelen die negatieve sociale invloeden beperken. Door de kracht van de sociale omgeving te erkennen en strategisch in te zetten, kunnen duurzame gedragsveranderingen worden ondersteund.

Misinformatie

Naast de invloeden vanuit de fysieke en sociale omgeving ervaren we in de praktijk dat er rondom voeding veel verwarring en tegenstrijdigheid bestaat.

Een belangrijke factor die hieraan bijdraagt, is de overvloed aan informatie die verspreid wordt door bevooroordeelde en/of ongekwalificeerde mensen met een groot (media)bereik.

 

Een andere reden is dat iedereen eet. En omdat iedereen eet, ontstaat er bij veel mensen een gevoel van expertise op het gebied van voeding, vooral als hun eigen eetgewoonten goed voor hen werken. Dit leidt vaak tot ongefundeerde overtuigingen, beweringen en adviezen.

 

En omdat de mensen die wél in staat zijn om goede adviezen te geven vaak te druk zijn met het begeleiden van cliënten, niet zo goed zijn in marketing, en/of niet bereid zijn de waarheid om te buigen naar iets wat makkelijk verkoopt, ontstaat er een moeras van misinformatie.



Sociale Cognitieve Theorie (SCT)

De Sociale Cognitieve Theorie (SCT), ontwikkeld door Albert Bandura, beschrijft de wisselwerking tussen individuele gedrags- en omgevingsfactoren — een concept dat bekendstaat als reciprocal determinism (Bandura, 1986). Dit houdt in dat gedrag niet uitsluitend wordt bepaald door externe prikkels, maar ook door cognitieve processen waarbij mensen hun omgeving actief interpreteren en er bewust op reageren.

Observational learning en zelfeffectiviteit

Binnen SCT speelt “observational learning” (leren door observatie) een centrale rol. Mensen leren niet alleen door eigen ervaringen, maar ook door anderen te observeren en de uitkomsten van hun gedrag te beoordelen. Dit werd duidelijk aangetoond in Bandura’s beroemde “Bobo doll” experimenten, waarin kinderen het agressieve gedrag van volwassenen kopieerden (Bandura, 1977). Een ander kernbegrip is zelfeffectiviteit—het vertrouwen in eigen kunnen om bepaalde acties succesvol uit te voeren. Dit blijkt een cruciale voorspeller van succes bij gedragsverandering (Ashford et al., 2010). Mensen met een sterke zelfeffectiviteit slagen er vaker in om blijvende veranderingen in hun leefstijl door te voeren, zoals het volhouden van gezonde eetgewoonten.

 

Deze theorie is essentieel omdat het de gedragscomponent belicht. Het uiteindelijke gedrag ontstaat uit een wisselwerking tussen de omgeving (fysiek en sociaal), eigen gedrag en geobserveerd gedrag met zichtbare resultaten.

Toepassing van SCT in gezondheidscontexten

De SCT kan inzicht bieden in hoe omgevingsfactoren en sociale invloeden gezondheidsgedrag kunnen beïnvloeden. In een obesogene omgeving kunnen ongezonde gedragingen worden versterkt door reclame voor ongezonde voeding en door observatie van anderen die ongezonde keuzes maken. Bijvoorbeeld, blootstelling aan reclame voor calorierijk voedsel verhoogt de kans op consumptie van deze producten (Buchanan et al., 2018).

 

SCT benadrukt ook het belang van sociale steun in de omgeving. Sociale steun kan de zelfeffectiviteit verhogen, wat mensen motiveert om gezondheidsdoelen na te streven. Een meta-analyse van Sheeran et al. (2016) identificeerde zelfeffectiviteit als een belangrijke voorspeller van gedragsverandering bij verschillende gezondheidsinterventies.

Conclusie

De (obesogene) omgeving vormt een belangrijke uitdaging voor voeding- en leefstijldeskundigen, die werken met cliënten die sterk worden beïnvloed door hun sociale en fysieke omgeving. Inzicht in de Sociale Cognitieve Theorie en omgevingsinvloeden helpt professionals om effectievere strategieën te ontwikkelen voor het bevorderen van gezonde keuzes. Door zelfeffectiviteit te versterken en in te spelen op observatiegedrag binnen sociale contexten, kunnen we positieve gedragsverandering stimuleren. We moeten ons niet blindstaren op onze beperkte invloed op de omgeving. Als coach kunnen we wel ondersteunen bij het maken van keuzes die invloed hebben op de omgeving. Het volledig begrijpen van die invloed en de bijbehorende kansen en bedreigingen is hierbij de essentiële eerste stap.

 

In het volgende hoofdstuk gaan we de individuele psychologie nader verkennen.

https://vimeo.com/1042327711?share=copy

overzicht
Psychologie en sociale psychologie
  • Sociale psychologie onderzoekt de invloed van de sociale en fysieke omgeving op gedrag.

  • Gedrag wordt beïnvloed door sociale factoren zoals normen, relaties en groepsdruk (Cruwys et al., 2015; Robinson et al., 2014).

Obesogene omgeving
  • Stimuleert ongezonde keuzes door voedselomgeving, bewegingsmogelijkheden en socio-economische factoren.

  • Voorbeelden: voedselwoestijnen, gebrek aan veilige openbare ruimtes en marketingstrategieën (Swinburn et al., 1999).

Fysieke omgeving
  • Beschikbaarheid van gezonde voedselopties en infrastructuur voor beweging is cruciaal (King et al., 2006; McCormack & Shiell, 2011).

  • Toegang tot groene ruimtes en gezonde “foodscapes” bevordert gezondheid (Richardson et al., 2013; Bowler et al., 2010).

Socio-economische factoren
  • Lager inkomen beperkt toegang tot gezonde voeding en beweging, wat gezondheidsverschillen vergroot (Wang et al., 2015).

Marketing en schapindeling
  • Gezonde producten prominenter plaatsen verhoogt gezonde keuzes (Van Kleef et al., 2018; Glanz et al., 2012).

School- en werkplekomgevingen
  • Gezonde voedselopties en beweegmogelijkheden verbeteren gewoonten op werk en school (Brown et al., 2011; Verweij et al., 2011).

Sociale omgeving en gedrag
  • Sociale normen, relaties, steun en rolmodellen spelen een grote rol in gedrag (Higgs & Thomas, 2016; Wing & Jeffery, 1999).

  • Positieve normen en steun bevorderen gezonde keuzes, terwijl negatieve invloeden obstakels creëren (Christakis & Fowler, 2007).

Sociale Cognitieve Theorie (SCT)
  • Wisselwerking tussen gedrag, omgeving en persoonlijke factoren (reciprocal determinism) (Bandura, 1986).

  • Zelfeffectiviteit en observational learning zijn sleutelconcepten voor gedragsverandering (Ashford et al., 2010)

Bronnen
  1. Ashford, S., Edmunds, J., & French, D. P. (2010). What is the best way to change self-efficacy to promote lifestyle and recreational physical activity? A systematic review with meta-analysis. British Journal of Health Psychology, 15(2), 265-288. https://doi.org/10.1348/135910709X461752
  2. Bandura, A. (1977). Social Learning Theory. Prentice-Hall.
  3. Bandura, A. (1986). Social Foundations of Thought and Action: A Social Cognitive Theory. Prentice-Hall.
  4. Buchanan, L., Kelly, B., & Yeatman, H. (2018). Exposure to digital marketing enhances young adults’ interest in energy drinks: An exploratory investigation. Public Health Nutrition, 21(15), 2896-2906. https://doi.org/10.1017/S136898001800162X
  5. Cruwys, T., Bevelander, K. E., & Hermans, R. C. (2015). Social modeling of eating: A review of when and why social influence affects food intake and choice. Appetite, 86, 3-18. https://doi.org/10.1016/j.appet.2014.08.035
  6. Drewnowski, A., & Specter, S. E. (2004). Poverty and obesity: The role of energy density and energy costs. The American Journal of Clinical Nutrition, 79(1), 6-16. https://doi.org/10.1093/ajcn/79.1.6
  7. Golaszewski, N. M., et al. (2020). Social support as a predictor of diet quality and physical activity in older adults: A longitudinal analysis. Health Psychology, 39(11), 965–973.
  8. Glanz, K., Rimer, B. K., & Viswanath, K. (2008). Health Behavior and Health Education: Theory, Research, and Practice (4e editie). Jossey-Bass.
  9. Higgs, S., & Thomas, J. (2016). Social influences on eating. Current Opinion in Behavioral Sciences, 9, 1–6.
  10. Hutchinson, S., et al. (2022). Role models in health behavior change: Social cognitive theory applications. Journal of Health Psychology, 27(3), 300–312.
  11. Jackson, S. E., Steptoe, A., & Wardle, J. (2015). The influence of partner’s behavior on health behavior change: The English Longitudinal Study of Ageing. JAMA Internal Medicine, 175(3), 385–392. https://doi.org/10.1001/jamainternmed.2014.7554
  12. Kawachi, I., & Berkman, L. F. (2000). Social cohesion, social capital, and health. In Social Epidemiology, 174–190.
  13. Lake, A., & Townshend, T. (2006). Obesogenic environments: Exploring the built and food environments. The Journal of the Royal Society for the Promotion of Health, 126(6), 262-267. https://doi.org/10.1177/1466424006070487
  14. Robinson, E., Thomas, J., Aveyard, P., & Higgs, S. (2014). What everyone else is eating: A systematic review and meta-analysis of the effect of informational eating norms on eating behavior. Journal of the Academy of Nutrition and Dietetics, 114(3), 414-429. https://doi.org/10.1016/j.jand.2013.11.009
  15. Sheeran, P., Klein, W. M. P., & Rothman, A. J. (2016). Health behavior change: Moving from observation to intervention. Annual Review of Psychology, 67, 545-571. https://doi.org/10.1146/annurev-psych-010814-015634
  16. Sallis, J. F., Floyd, M. F., Rodríguez, D. A., & Saelens, B. E. (2012). Role of built environments in physical activity, obesity, and cardiovascular disease. Circulation, 125(5), 729-737. https://doi.org/10.1161/CIRCULATIONAHA.110.969022
  17. Swinburn, B., Egger, G., & Raza, F. (1999). Dissecting obesogenic environments: The development and application of a framework for identifying and prioritizing environmental interventions for obesity. Preventive Medicine, 29(6), 563-570. https://doi.org/10.1006/pmed.1999.0585
  18. Beaulac, J., Kristjansson, E., & Cummins, S. (2009). A systematic review of food deserts, 1966-2007. Preventing Chronic Disease, 6(3), A105.
  19. Bowler, D. E., et al. (2010). A systematic review of evidence for the added benefits to health of exposure to natural environments. BMC Public Health, 10, 456.
  20. Brown, T., et al. (2011). Worksite physical activity interventions: A systematic review and meta-analysis. American Journal of Preventive Medicine, 40(4), 476-485.
  21. D’Angelo, H., et al. (2011). Effects of a healthy school food environment on children’s diets. Journal of Nutrition Education and Behavior, 43(4), 316-324.
  22. Giskes, K., et al. (2011). A systematic review of the association between socioeconomic position and the food environment. Obesity Reviews, 12(5), e393-e405.
  23. Glanz, K., et al. (2012). The role of food store environments in diet choices. Journal of Nutrition Education and Behavior, 44(4), 330-338.
  24. Gortmaker, S. L., et al. (2011). Disparities in youth physical activity in the United States: 2003–2006. Medicine & Science in Sports & Exercise, 43(2), 316-324.
  25. King, A. C., et al. (2006). Intervention to promote walking in high-risk older adults: Results from the study. American Journal of Public Health, 96(2), 294-301.
  26. Larson, N. I., et al. (2009). Neighborhood environments: Disparities in access to healthy foods in the US. American Journal of Preventive Medicine, 36(1), 74-81.
  27. McCormack, G. R., & Shiell, A. (2011). In search of causality: A systematic review of the relationship between the built environment and physical activity among adults. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 8, 125.
  28. Payne, C. R., et al. (2011). Out of sight, out of mind: The impact of kitchen counter visibility on snacking behavior. Journal of Nutrition Education and Behavior, 43(5), 404-407.
  29. Wansink, B., & Sobal, J. (2016). Mindless eating: The 200 daily food decisions we overlook. Environment and Behavior, 47(3), 345-355.
  30. Ballantine, P. W., & Stephenson, R. J. (2011). Help me, I’m fat! Social support in online weight loss networks. Journal of Consumer Behaviour, 10(6), 332-337.
  31. Birch, L. L., & Fisher, J. O. (1998). Development of eating behaviors among children and adolescents. Pediatrics, 101(3), 539-549.
  32. Brown, R., & Ogden, J. (2004). Children’s eating attitudes and behaviour: A study of the modelling and control theories of parental influence. Health Education Research, 19(3), 261-271.
  33. Christakis, N. A., & Fowler, J. H. (2007). The spread of obesity in a large social network over 32 years. New England Journal of Medicine, 357(4), 370-379.
  34. Festinger, L. (1954). A theory of social comparison processes. Human Relations, 7(2), 117-140.
  35. Golan, M., & Crow, S. (2004). Targeting parents exclusively in the treatment of childhood obesity: Long-term results. Obesity Research, 12(2), 357-361.
  36. Gorin, A. A., et al. (2008). Weight loss treatment influences untreated spouses and the home environment: Evidence of a ripple effect. International Journal of Obesity, 32(11), 1678-1684.
  37. Hutchinson, A. D., et al. (2022). Influencers as social referents for followers’ health behaviour. Journal of Health Communication, 27(1).
  38. Jackson, S. E., et al. (2015). Couples’ weight loss outcomes: Do they mirror each other or diverge? Health Psychology, 34(9), 873-876.
  39. Leong, S. L., et al. (2011). Family and friends’ involvement in lifestyle interventions: A systematic review and meta-analysis. Health Psychology Review, 5(2), 224-239.
  40. Parcel, G. S., et al. (1988). Promoting healthful behavior in school-aged children. American Journal of Public Health, 78(2), 215-220.
  41. Perloff, R. M. (2014). Social media effects on young women’s body image concerns. Sex Roles, 71(11-12), 363-377.
  42. Robinson, E., et al. (2013). Social matching of food intake and the need for social acceptance. Appetite, 65, 133-140.
  43. Sampson, R. J., Raudenbush, S. W., & Earls, F. (1997). Neighborhoods and violent crime: A multilevel study of collective efficacy. Science, 277(5328), 918-924.
  44. Story, M., et al. (2008). Creating healthy food and eating environments: Policy and environmental approaches. Annual Review of Public Health, 29, 253-272.
  45. Tiggemann, M., & Slater, A. (2014). NetGirls: The internet, Facebook, and body image concern in adolescent girls. International Journal of Eating Disorders, 47(6), 630-643.
  46. Wing, R. R., & Jeffery, R. W. (1999). Benefits of recruiting participants with friends and increasing social support.
  47. Brown, P. J., & Konner, M. (1980). An anthropological perspective on obesity. Annals of the New York Academy of Sciences, 499(1), 29-46. https://doi.org/10.1111/j.1749-6632.1987.tb36188.x
  48. Keys, A., Menotti, A., & Karvonen, M. J. (1986). The diet and 15-year death rate in the seven countries study. American Journal of Epidemiology, 124(6), 903-915. https://doi.org/10.1093/oxfordjournals.aje.a114484
  49. Rozin, P., Fischler, C., Imada, S., Sarubin, A., & Wrzesniewski, A. (2003). Attitudes to food and the role of food in life in the USA, Japan, Flemish Belgium and France: Possible implications for the diet–health debate. Appetite, 33(2), 163-180. https://doi.org/10.1016/S0195-6663(03)00032-4
  50. Schneider, S., & Becker, S. (2005). Prevalence of physical activity among the working population and correlation with work-related factors: Results from the first German National Health Survey. Journal of Occupational Health, 47(5), 414-423. https://doi.org/10.1539/joh.47.414