Er zijn verschillende soorten gezondheidsmarkers en meetmethodes besproken. Per meetmethode beoordelen we of deze betrouwbaar, nauwkeurig en praktisch is om de beste opties te selecteren. Als effectieve voedingscoaches richten we ons op waar we de meeste impact maken, op de meest efficiënte manier. Daarom zijn de meetmethodes gerangschikt op basis van het grootste hefboomeffect.
https://vimeo.com/1051647761?share=copy
Het verbeteren lichaamscompositie, daarmee vooral minder vet en meer spier, is een van de beste dingen om te doen om de gezondheidsrisico’s te verkleinen. Vooral als dit gebeurd door middel van training in combinatie met veranderingen in het dieet. Studies naar diabeten tonen aan dat een gelijktijdige toename in spiermassa en afname in vetmassa effectiever is dan alleen een afname in vetmassa (Kobayashi et al., 2023). Daarnaast verbeteren vrijwel alle makers van metabolic syndrome, wanneer iemand vet verliest en spiermassa aankomt. Het verbeteren van de lichaamscompositie heeft dus een hele grote positieve impact. We hebben een aantal gangbare meetmethodes besproken. In de table hieronder zijn ze overzichtelijke gemaakt.
| Parameter | Methode | Uitvoering | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Vetmassa | Navy Body Fat Calculator |
Meet: Nekomtrek Tailleomtrek Lengte |
Navy Body Fat Calculator |
| Lichaamsgewicht | In de ochtend voor het ontbijt (liefst) na 1e toiletbezoek. |
3-7× /week, neem een gemiddelde Streeftempo: 0,5-1% /week |
|
| Tailleomtrek | In de ochtend voor het ontbijt (liefst) na 1e toiletbezoek meetlint op het dunste punt. |
1× per 1-2 weken Streeftempo: 0,5-1 cm /2 weken |
|
| Spiermassa | Armomtrek | In de ochtend bovenarm in 90 graden aangespannen meet op dikste punt, altijd dezelfde arm. |
1× per 1-2 weken |
| Gymprestaties | Gebruik 1-2 oefeningen die altijd in het programma zitten. |
Bij achteruitgang, waarschijnlijk spierverlies. Bij stagnatie, hopelijk spierbehoud. |
Om veranderingen in kaart te brengen gebruiken we een combinatie van lichaamsgewicht, tailleomtrek en gymprestaties. In de tabel hieronder zijn de verwachte veranderingen per doel weergegeven:
| Gewicht | Taille | Kracht | |
|---|---|---|---|
| Vetverlies | ⬇️ | ⬇️ | ⬆️ ➡️ |
| Spiertoename | ⬆️ |
⬆️ |
⬆️ |
| Vetverlies + spiertoename |
⬇️ ⬆️ ➡️ |
⬇️ | ⬆️ |
| Vetverlies + spierverlies | ⬇️ | ⬇️ | ⬇️ |
De tweede focus voor grote gezondheidswinst ligt bij kracht en conditie. Wanneer trainingsinterventies worden vergeleken met medicinale interventies, presteren ze in de meeste situaties zelfs net zo goed of beter (Naci & Ioannidis, 2014). Zoals we al zagen, moeten we ons niet blindstaren op het verbeteren van scores zoals VO₂max of gripkracht, maar focussen op de gewoontes die voor betere conditie en kracht zorgen – voornamelijk regelmatige kracht- en conditietraining. Deze interventies hebben als bijkomend voordeel dat ze doorwerken in andere markers: ze zorgen voor betere slaap, en mensen zijn na een goede training vaak meer gemotiveerd om gezondere voedingskeuzes te maken.
De beste manier om kracht te meten is door prestaties in de gym bij te houden. De meest toegankelijke aanpak is om enkele vaste oefeningen in het trainingsschema te houden en te monitoren of iemand meer gewicht of meer herhalingen kan maken. Oefeningen zoals squat, deadlift, bench press, overhead press, row of pull-down/up variaties zijn hier uitstekend voor geschikt.
Gripkracht kan worden gebruikt wanneer iemand wil weten waar hij/zij staat op het gebied van gezondheid. Zoals besproken kan iemands kracht enorm verbeteren zonder significante veranderingen in gripkracht. Ook kan iemand specifiek de gripkracht trainen zonder vooruitgang te boeken op andere vlakken. Het is dus geen betrouwbare methode om algemene gezondheidsprogressie te meten. Voor een gripkrachttest is een dynamometer nodig. De testpersoon knijpt met de elleboog in een hoek van 90 graden zo hard mogelijk. De score is af te lezen op de dynamometer. Voer de test 3× uit en noteer de hoogste score.
De beste manier om conditieverbetering in kaart te brengen is door elke 8-12 weken een vaste afstand of tijd te testen om progressie te meten.
Een aantal voorbeelden zijn:
– 5km hardlopen
– 10 minuten zo ver mogelijk hardlopen
– 2km roeien
– gemiddelde wattage tijdens 15 minuten fietsen
Dit zijn slechts voorbeelden – elke cardio-oefening is geschikt. Belangrijk is wel dat de gekozen testoefening ook regelmatig wordt getraind. Train je bijvoorbeeld op hardlopen als test, dan moet je ook hardlopen in je trainingsschema opnemen.
Net als bij gripkracht willen mensen soms weten waar ze staan wat betreft VO₂max. Hiervoor zijn twee betrouwbare en praktische testmethodes beschikbaar. Deze testen hebben als voordeel dat ze niet alleen VO₂max meten, maar ook gebruikt kunnen worden om conditieprogressie in kaart te brengen, vergelijkbaar met de eerder besproken voorbeelden.
Naast het verbeteren van de lichaamscompositie, kracht en conditie zijn er leefstijlfactoren die de meeste bang for your buck geven. Deze markers zijn slaap, stress, roken, alcohol en activiteitsniveau. Deze zijn vrijwel allemaal dose-responsive. Dit betekent dat de mate waarin iets wordt gedaan het effect bepaalt. Zo is één sigaret minder schadelijk dan tien sigaretten, en zeven uur slaap beter dan zesenhalf uur. Het is de taak van de voedingscoach om in kaart te brengen waar iemand nu staat, welke gevolgen dit heeft en welke leefstijlfactor dus prioriteit heeft. Daarnaast is het essentieel om te onderzoeken in hoeverre iemand bereid is, en in staat is, om aanpassingen te maken. Dit kan het beste worden bepaald via een gesprek met de cliënt. De juiste gesprekstechnieken hiervoor worden uitgelegd in het hoofdstuk over de intake.
Veel mensen dragen tegenwoordig wearables. Dit zijn smartwatches, Whoops, Oura-ringen en vergelijkbare apparaten die veel data verzamelen. Als iemand zo’n apparaat draagt, kunnen we hieruit gegevens over slaapkwantiteit en -kwaliteit halen, evenals activiteitsniveau in de vorm van stappen of actieve minuten.
Biomarkers staan niet op plek 4 omdat ze onbelangrijk zijn, maar omdat veel metabolische biomarkers vanzelf verbeteren wanneer we aan lichaamscompositie, kracht, conditie en leefstijl werken. Bij negatieve testuitslagen zal het advies dan ook meestal neerkomen op het verbeteren van lichaamscompositie, meer bewegen, gezondere leefstijl en een volwaardig voedingspatroon. Daarnaast zijn er voor ons als voedingscoaches weinig praktische meetmethodes beschikbaar. Er zijn wel opties voor situaties waarin dit nodig is of wanneer er twijfels zijn over gezondheidsrisico’s.
Begin daarom met het verbeteren van lichaamscompositie, leefstijl en voeding. Blijven er klachten bestaan na deze aanpassingen en is er geen duidelijke verklaring? Verwijs dan door voor onderzoek naar mogelijke micronutriënttekorten of hormoonverstoringen.
Als voedingscoaches werken we met mensen, en hun bereidheid om te veranderen, motivatie en vervulling van basisbehoeftes spelen een cruciale rol in hun succes. Er bestaat een sterk verband tussen onze interventies en hun psychologische gezondheid. Hoewel we vaak geen directe invloed hebben op factoren zoals de werksituatie, sociale omgeving of relaties, kunnen we indirect een groot verschil maken. Wanneer cliënten meer energie ervaren, zich competenter voelen en krachtiger in het leven staan dankzij onze aanpak van voeding, leefstijl en training, verbeteren psychologische markers vaak vanzelf – mits dit het ontbrekende fundament was.
Het is essentieel om je eigen expertise te kennen en grenzen te bewaken. Onze focus ligt op het meten van motivatie en veranderingsbereidheid op het gebied van voeding en leefstijl. Kom je grote thema’s tegen die de gezondheid van je cliënt ernstig beïnvloeden? Verwijs dan door naar een gespecialiseerde expert.
Tijdens de intake stellen we gerichte vragen over energie, motivatie, veranderingsbereidheid en basisbehoeftes. Deze onderwerpen blijven gedurende het traject centraal staan en worden gekoppeld aan de gestelde doelen.
In situaties waarin psychologische markers een prominente rol spelen, kunnen specifieke vragenlijsten worden ingezet. Bij de Milo-intake vermijden we deze echter bewust. Uit ervaring blijkt dat veel cliënten dit te klinisch vinden. Daarom kiezen we voor een algemene aanpak en verdiepen we ons waar nodig tijdens gesprekken in deze thema’s.
| Deelgebied | Wanneer door testen? | Welke test? |
|---|---|---|
| Bereidheid om te veranderen | Als je twijfelt over waar je cliënt staat in relatie tot een aantal veranderingen richting een specifiek doel, kun je dubbel testen om te achterhalen welke benadering gewenst is. | Readiness to Change Questionnaire (RCQ) |
| Motivatie | Als je twijfelt over de duurzaamheid van de motivatie. Je herkent bijvoorbeeld een patroon van jojo’en, dan is het wijs door te testen op de soort motivatie. | Treatment Self-Regulation Questionnaire (TSRQ) |
| Autonomie, verbinding en competentie | Als je meer zekerheid wilt over waarop je wilt inzetten in je coaching. Test dan door om te achterhalen waar het meeste laaghangende fruit of de grootste obstakels zitten. | Basic Psychological Needs Scale (BPNS) |
| RCQ | TSRQ | BPNS | |
| Hoe werkt het? | De RCQ meet de fase waarin iemand zich bevindt in het proces van gedragsverandering. Het instrument is ontworpen om coaches te helpen begrijpen welke interventies het meest effectief zijn, afhankelijk van het stadium waarin de cliënt zich bevindt. | De TSRQ evalueert waarom iemand een specifiek gedrag wil veranderen, met onderscheid tussen intrinsieke motivatie, gecontroleerde motivatie en amotivatie. | De BPNS meet in hoeverre de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid worden vervuld binnen een specifieke context, zoals voeding en leefstijl. |
| Wat meet het? | De drie belangrijkste stadia: • Precontemplatie: geen intentie om te veranderen. • Contemplatie: overwegen om te veranderen. • Actie: actief bezig zijn met gedragsverandering. |
• Intrinsieke motivatie: gedrag wordt gedreven door plezier of persoonlijke waarden. |
• Autonomie: voel je je vrij in je keuzes? • Competentie: voel je je bekwaam om doelen te bereiken? • Verbondenheid: voel je je gesteund door anderen? |
| Voorbeeldvragen | Gebruik een 5-puntsschaal (1 = helemaal niet waar, 5 = helemaal waar): • “Ik ben niet van plan mijn voedingspatroon te veranderen.” (Precontemplatie) • “Ik denk erover na om gezonder te gaan eten.” (Contemplatie) • “Ik ben begonnen met gezonder eten.” (Actie) |
Gebruik een 7-puntsschaal (1 = helemaal niet waar, 7 = helemaal waar): • “Ik kies voor gezondere voeding omdat ik dat belangrijk vind voor mezelf.” (Intrinsiek) • “Ik probeer gezonder te eten omdat ik me schuldig voel als ik het niet doe.” (Gecontroleerd) • “Ik weet niet waarom ik gezonder zou moeten eten.” (Amotivatie) |
Gebruik een 7-puntsschaal (1 = helemaal niet waar, 7 = helemaal waar): • “Ik voel dat ik zelf beslis hoe ik mijn voedingspatroon aanpak.” (Autonomie)• “Ik heb vertrouwen in mijn vermogen om gezondere keuzes te maken.” (Competentie) • “Ik voel me gesteund door mijn familie en vrienden in mijn leefstijlveranderingen.” (Verbondenheid) |
| Scoring en interpretatie | De scores per stadium worden berekend, en de hoogste score geeft het dominante stadium aan. • Hoge score in precontemplatie: motiveer bewustwording. • Hoge score in contemplatie: ondersteun met informatie en plannen. • Hoge score in actie: focus op volhouden en barrières overwinnen. |
Bereken gemiddelde scores per categorie. • Hoge intrinsieke motivatie: kans op duurzame gedragsverandering is groot. • Hoge gecontroleerde motivatie: focus op versterken van autonomie. • Hoge amotivatie: werk aan motivatie en basisbehoeften. |
Bereken gemiddelde scores per dimensie. • Hoge autonomie, competentie en verbondenheid: ondersteunt intrinsieke motivatie en duurzame verandering. • Lage scores: identificeer belemmeringen en versterk deze gebieden. |
Als Milo voedingscoach meten we verschillende gezondheidsmarkers volgens een specifieke prioriteitsvolgorde:
De kracht van onze aanpak ligt in het focussen op interventies met het grootste hefboomeffect: acties die met minimale inspanning maximale gezondheidswinst opleveren. Hierbij kijken we niet alleen naar wat theoretisch het meeste effect heeft, maar vooral naar wat praktisch haalbaar is voor de individuele cliënt.
Met deze systematische benadering kunnen we als coaches doelgerichte, effectieve en haalbare gezondheidsverbeteringen realiseren voor onze cliënten.
Niet alle markers zijn even impactvol. Dit is de indeling op basis van beste verhouding tussen impact en efficiëntie:
1. Lichaamscompositie
2. Fitnessmarkers
3. Leefstijl- en gedragmarkers
4. Biomarkers
Voor veranderingen in vetmassa:
– Navy Body Fat Calculator
– Lichaamsgewicht 0,5-1% /week
– Taille 0,5-1cm /2 weken
Voor veranderingen in spiermassa:
– Armomtrek
– Gymprestaties
Conditie- en krachttraining zijn enorm effectieve interventies voor gezondheid.
Meetmethodes kracht:
– Progressie in de gym
– Gripkracht, als dit nodig is om te meten.
Meetmethodes conditie:
– Elke gestandaardiseerde test kan worden gebruikt.
– Voor VO₂max zijn er 2 opties: Rockport walking test en Cooper test
Erg impactvol, maar niet altijd makkelijk om te veranderen.
Kom erachter waar je cliënt staat, waar de verbetering ligt.
Wearables leveren ook mogelijk handige data.
Verbeteren al veel als de lichaamscompositie, sport en leefstijl verbeteren.
Blijven er twijfels na het toepassen van interventies? Verwijs door.
Psychomarkers worden op informele manier getest tijdens het intakegesprek. In geval van twijfel bij bepaalde deelgebieden kunnen testen ingezet worden.