2.2.3 Intake: Het intakeformulier

Content zoeken

Intakeformulier
Inhoudsopgave

Intake: Het intakeformulier

In dit hoofdstuk bespreken we alle vragen van het intakeformulier. Het doel is niet om deze uit je hoofd te leren, maar om te begrijpen wat elke vraag beoogt en hoe je de antwoorden van de cliënt kunt interpreteren.

Dit inzicht helpt je om betere prioriteiten te stellen tijdens coachingsgesprekken en bij het maken van plannen samen met de cliënt. Gebruik dit hoofdstuk als naslagwerk wanneer je intakeformulieren analyseert en veranderplannen opstelt.

Intakeformulier

onderdelen
  1. Persoonlijk
  2. Tijdsbesteding
  3. Stress
  4. Doelstellingen
  5. Gezondheid
  6. Slaap
  7. Bewegen
  8. Eetgewoontes
Introductie: Vertel me meer over jezelf

Om je optimaal te kunnen begeleiden, wil ik graag inzicht krijgen in jouw leefstijl en gewoontes. Zo kan ik mijn coaching perfect afstemmen op jouw doelen en persoonlijke behoeften. Neem ongeveer 15-20 minuten de tijd om deze vragen zorgvuldig in te vullen. Beschouw het als de eerste stap in jouw transformatie — een waardevolle investering in jezelf. Je kunt alles in vertrouwen delen, want we gaan zorgvuldig om met jouw privacy en alle informatie blijft strikt vertrouwelijk.

Persoonlijk

We beginnen met wie jij bent. Deze basisgegevens gebruiken we om goede en accurate metingen uit te voeren. Ook stellen we vragen over je werk- en gezinssituatie, omdat deze veel invloed hebben op de praktische mogelijkheden.

 

 

Voornaam                                                                                
Achternaam  
Leeftijd  
Lengte  
Gewicht
(mag een inschatting zijn
als je het niet precies weet)
 

Burgerlijke staat
(single/partner, maar niet-
samenwonend; partner,
samenwonend/getrouwd)

 
Heb je kinderen?
(ja/nee)
 
Zo ja, hoeveel en van welke leeftijd?  

Wat is je beroep?

(indien van toepassing)

 

Doel

Algemene informatie is belangrijk om verschillende redenen. Deze gegevens zijn de basis voor je cliëntendatabase, helpen bij het berekenen van de caloriebehoefte (lengte, gewicht, leeftijd en geslacht) en geven je een beter beeld van de praktische mogelijkheden en beperkingen. Hieronder volgen enkele specifieke punten.

Score
  • Burgerlijke staat
    ● Mensen in een gezonde relatie ervaren meer sociale steun dan alleenstaanden.
    ● Samenwonen betekent direct een partner die betrokken is bij het veranderingsproces.
    ● Belangrijk om op beide aspecten door te vragen.

  • Kinderen
    ● Kinderen zijn bepalend voor de ritmes en beschikbare tijd van je cliënt.
    ● Jonge kinderen hebben meer impact dan oudere kinderen.
    ● Bij zeer jonge kinderen altijd doorvragen naar slaap, maar accepteer dat er minder mogelijkheden zijn.

  • Werk
    Werk is op meerdere vlakken bepalend:
    ● Werkdruk: Een hoge werkdruk is belastend en kan als stressvol worden ervaren.
    ● Aantal werkuren per week
    ● Inkomsten: Meer inkomsten bieden meer praktische mogelijkheden bij het kiezen van interventies.
    ● Flexibiliteit: De mogelijkheden om te sporten, bewegen, eten en tijd door te brengen met de sociale omgeving worden grotendeels bepaald door hoe star de werktijden zijn in combinatie met de werkdruk en het aantal werkuren.

Tijdsbesteding

In onze samenwerking streef ik ernaar dat de veranderingen die we doorvoeren naadloos aansluiten bij jouw huidige levensstijl. Uit onderzoek blijkt dat het verkleinen van de kloof tussen je dagelijkse routine en je doelen de kans op succes aanzienlijk vergroot. Door helder inzicht te krijgen in hoe jij je tijd indeelt, kunnen we samen gerichte en haalbare stappen zetten richting jouw gewenste resultaat.

1. Hoeveel uur per week besteed je gemiddeld aan:
Activiteit Uren per week
Betaald werk … uur
Studie … uur
Vrijwilligerswerk … uur
Zorg voor anderen … uur
Reizen (woon-werkverkeer) … uur
Totaal … uur

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de tijdsbesteding van de cliënt op verschillende belangrijke levensgebieden. Dit biedt waardevolle informatie over mogelijke tijdsdruk, stressfactoren en de beschikbare ruimte voor het maken van gezonde keuzes op het gebied van voeding, beweging en zelfzorg.

Score

50+ uur per week.

 

De cliënt heeft mogelijk een overvolle agenda, wat kan leiden tot stress en gebrek aan zelfzorg.

  • Vraag door:
    ● Heb je momenten van ontspanning in je week?
    ● Voel je je vaak gestrest door je agenda?

  • Actiepunten:
    Zoek samen naar mogelijkheden om meer balans te creëren.

  • Communicatie:
    “Een goede balans tussen werk, studie, zorg en ontspanning is essentieel voor je gezondheid. Laten we samen kijken naar kleine aanpassingen die jouw welzijn ondersteunen.”

2. Hoe ziet een gemiddelde dag er voor je uit?

Geef een beschrijving van de dagdelen. Hoe laat sta je op, wat doe je als eerste op de dag, wat eet je wanneer, hoe lang werk je, hoe kom je op je verschillende bestemmingen, wie zie je wanneer, hoe zien de uren voor het slapen gaan eruit?

3. Hoe ziet een ideale gemiddelde dag er voor je uit?

Geef een beschrijving van de jouw ideale dag qua leefstijl en voeding.

4. Als een gemiddelde dag een doordeweekse dag is en je weekend er anders uitziet, kun je dan een gemiddelde weekenddag beschrijven?

Als je in het weekend werkt, kun je ook een vrije dag nemen als dat een contrast is met je gemiddelde dag.

Doel

Deze vragen geven inzicht in het dagelijks verloop van je cliënt. Dit is belangrijk om te bepalen of er praktisch ruimte is voor interventies. Ook helpt het om te zien of je cliënt leeft volgens zijn of haar waarden. Hoe meer de huidige dag lijkt op de ideale dag, hoe groter de kans dat dit het geval is, en andersom.

 

Als er een groot verschil is tussen doordeweekse dagen en weekenddagen, kan dit belangrijke patronen aan het licht brengen. Beide geven inzicht en zetten aan tot gesprek over de SDT.

Score
  • Gemiddelde dag en ideale dag liggen ver uit elkaar. Vraag door:
    ● Autonomie: Is dit een keuze? Heb je hier controle over?
    ● Beperkt dit je in het behalen van je gewenste doelen?
    ● Zijn er acties die je zou kunnen uitvoeren om dit verschil kleiner te maken? Wat zijn de obstakels?

  • Doordeweekse dag/werkdag en weekenddag/vrije dag zijn totaal anders. Vraag door:
    ● Autonomie: Is dit een keuze? Is dit een gewenste situatie voor jou?
    ● Beperkt dit je in het behalen van je gewenste doelen of biedt het juist mogelijkheden?

  • Actiepunten:
    Zoek samen naar manieren om meer autonomie en verbinding te ervaren, een positievere kijk te ontwikkelen op de situatie en kansen te ontdekken om obstakels te overwinnen. Let op: vaak valt dit buiten de scope van ons beroep, maar geeft het wel waardevolle inzichten voor de acties die we wel kunnen uitvoeren.

  • Communicatie:
    “Alhoewel ik je niet kan helpen met het vormgeven van je leven, heeft de vormgeving van je leven wel veel impact op je gezondheid. Niet alleen in praktische zin, maar ook mentaal. Hoe meer jij leeft in lijn met wat jij belangrijk vindt, des te meer ruimte en energie je zult ervaren om echt goed voor jezelf te zorgen.”

5. Wat doe je graag in je vrije tijd? En hoeveel tijd besteed je daaraan?
Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de interesses, ontspanningsgewoonten en energiebalans van de cliënt. Vrije tijd is essentieel voor herstel, mentale gezondheid en het behouden van motivatie voor een gezonde leefstijl. Het begrijpen van iemands vrijetijdsbesteding biedt aanknopingspunten om gezonde gewoontes (zoals beweging of ontspanning) op een leuke en toegankelijke manier te integreren.

Score

Minder dan 3 uur per week

  • Vraag door:
    ● Heb je het gevoel dat je voldoende tijd hebt voor jezelf?
    ● Wat zou je willen doen als je meer vrije tijd had?
    ● Zijn er verplichtingen die je zou kunnen verminderen of delegeren?

  • Actiepunten: Zoek samen naar manieren om kleine momenten van ontspanning in te bouwen.

  • Communicatie: “Vrije tijd is geen luxe, maar een noodzakelijke basis voor herstel en welzijn. Zelfs kleine momenten van ontspanning kunnen al een groot verschil maken.”

6. Hoe voel je je over je agenda, tijdsindeling en algemene drukte?

Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 = mijn leven voelt chaotisch en gestrest aan en 10 = Mijn leven is perfect kalm en ontspannen.

Doel

Deze vraag geeft inzicht in hoe de cliënt zijn of haar dagelijkse planning, structuur en tijdsindeling ervaart. Het helpt om te begrijpen of er een gevoel van controle en balans is, of juist van chaos en overweldiging. Factoren zoals werk-privébalans, verplichtingen en dagelijkse verantwoordelijkheden spelen hierin vaak een rol. Dit inzicht biedt aanknopingspunten om praktische aanpassingen te doen, zoals betere prioritering, efficiëntere planning of het creëren van meer ruimte voor ontspanning en zelfzorg.

Score

Lager dan 5.

  • Vraag door:
    ● Zijn er specifieke momenten waarop je je het meest overweldigd voelt?
    ● Heb je het gevoel dat je genoeg tijd hebt voor jezelf en ontspanning?
    ● Welke aspecten van je planning lopen goed en welke minder?
    ● Waar zou je meer of minder tijd aan willen besteden?
    ● Heb je ooit geprobeerd je agenda anders in te delen? Wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    Onderzoek samen mogelijkheden om tijdsmanagement te verbeteren, prioriteiten helder te stellen en meer ruimte voor zelfzorg te maken.

  • Communicatie:
    “Structuur en controle over je tijd kunnen veel rust brengen. Laten we kijken hoe we jouw planning en prioriteiten beter kunnen afstemmen op jouw doelen en behoeften.”

Stress

Stress komt in verschillende vormen voor en is essentieel om te presteren en te groeien. Voor een optimaal resultaat is echter een gezonde balans tussen inspanning en ontspanning cruciaal. Is het lastig om te bepalen wat voor jou stressvol is? Deze definitie kan helpen: we ervaren stress wanneer we voelen dat wat er van ons gevraagd wordt niet overeenkomt met wat we aankunnen. De volgende vragen gaan hierover.

7. Wat is je typische stressniveau op een gemiddelde dag?

Van 1 tot 10, waarbij 1 = geen stress, 10 = extreme stress) Denk aan al je activiteiten en verantwoordelijkheden (werk, studie, zorg, woon-werkverkeer) en beoordeel dit zo goed mogelijk.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in het gemiddelde stressniveau dat de cliënt dagelijks ervaart en welke factoren hieraan bijdragen. Denk hierbij aan werk, studie, zorg, reistijd en persoonlijke verplichtingen. Het doel is om te begrijpen hoe stress zich uit op fysiek, emotioneel en mentaal niveau, en welke momenten of situaties de meeste spanning veroorzaken. Dit inzicht vormt de basis voor praktische adviezen om stress te verminderen, gezonde copingstrategieën te ontwikkelen en meer rustmomenten in te bouwen.

Score

Hoger dan 7.

  • Vraag door:
    ● Wat zijn de belangrijkste oorzaken van je dagelijkse stress?
    ● Merk je fysieke of emotionele klachten die samenhangen met stress?
    ● Heb je manieren om met stress om te gaan? Wat werkt wel en wat niet?

  • Actiepunten: Zoek samen naar strategieën voor stressmanagement.

  • Communicatie: “Stress kan veel invloed hebben op je fysieke en mentale welzijn. Samen kunnen we kijken naar praktische stappen om je stressniveau te verlagen en meer balans te ervaren.”

8. Hoe zou je je huidige energieniveau beoordelen?

Van 1 tot 10, waarbij 1 = slecht en 10 = uitstekend.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in hoe de cliënt zijn of haar dagelijkse energieniveau ervaart en waar mogelijke tekorten optreden. Een laag energieniveau kan worden veroorzaakt door factoren zoals slechte slaapkwaliteit, voedingstekorten, chronische stress, onvoldoende beweging of onderliggende gezondheidsproblemen. Door te begrijpen hoe de cliënt zijn energie door de dag heen ervaart, kunnen gerichte stappen worden gezet om het energieniveau te verbeteren via voeding, beweging, slaapoptimalisatie en stressmanagement.

Score

Lager dan 4.

  • Vraag door:
    ● Ervaar je specifieke momenten waarop je energie laag is?
    ● Wat doe je om je energieniveau op peil te houden tijdens je dag?
    ● Hoe beïnvloedt je energieniveau je dagelijkse activiteiten en verantwoordelijkheden?
    ● Merk je dat je energieniveau verandert tijdens verschillende dagen van de week of in het weekend?
    ● Zijn er activiteiten of gewoontes waarvan je merkt dat ze je energie geven of juist uitputten?

  • Actiepunten:
    Zoek samen naar strategieën om het energieniveau te verhogen.

  • Communicatie:
    “Een laag energieniveau kan veel oorzaken hebben. Samen kunnen we kijken naar praktische stappen om jouw energie gedurende de dag te verbeteren.”

Doelstellingen

Doelen geven richting. Jouw wensen en doelen staan centraal in onze samenwerking en zijn de sleutel tot succes. Neem rustig de tijd voor deze vragen. Ik wil niet alleen weten wat je wilt bereiken, maar ook welke obstakels je tegenkomt en welke successen je al hebt behaald. Hoewel een duidelijke doelstelling belangrijk is, is de weg ernaartoe nog belangrijker. Daarom nemen we de tijd om alles zorgvuldig in kaart te brengen.

9. Wat is/zijn je doelstelling(en)?

Vink aan wat van toepassing is: gewichtsverlies/vetverlies, spieropbouw, fitter worden, er beter uitzien, meer energie en vitaliteit, eet- en leefgewoontes verbeteren, sterker worden, prestaties verbeteren, anders, namelijk…

Doel

Deze vraag helpt om de belangrijkste doelen van de cliënt helder te krijgen en te prioriteren. Het biedt een basis om gerichte actiepunten op te stellen en verwachtingen af te stemmen. Bovendien geeft het inzicht in de motivatie en drijfveren van de cliënt, wat helpt bij het bevorderen van betrokkenheid en langdurige gedragsverandering.

Coachingstips
  • Neem de antwoorden niet zomaar over. Het kan zijn dat cliënten ineens van gedachten veranderen, iets zeggen waarvan ze denken dat jij dit wilt horen, denken dat ze doel X willen behalen maar eigenlijk doel Y bedoelen, of simpelweg geen idee hebben wat deze doelstellingen betekenen.

  • Gebruik de antwoorden als een startpunt voor een gesprek. Vraag om verduidelijking:
    ● “Je noemt ‘fitter worden’ als een doelstelling, wat bedoel je daar specifiek mee? En waarom is dit belangrijk voor je?”
    ● “Wanneer je zegt ‘sterker worden’, bedoel je dan een specifieke oefening? Of meer een algemeen gevoel? En waarom is dit belangrijk voor je?”
    ● “Je hebt ‘er beter uitzien’ aangevinkt, is dit voor een bepaalde situatie (bijvoorbeeld een bruiloft of vakantie)? Of in het algemeen? En wat betekent ‘er beter uitzien’ precies voor jou? En waarom is dit belangrijk voor je?”

  • Vraag welke doelstelling prioriteit heeft
    “Welk van deze doelstellingen is voor jou het meest belangrijk?”

  • Kom regelmatig naar deze vraag terug tijdens coachingsgesprekken om er zeker van te zijn dat deze doelstellingen nog steeds belangrijk zijn voor je cliënt.
    “In [maand] gaf je aan dat doel X belangrijk voor je was. Is dat nog steeds zo?”

10. Wat wil je precies veranderen en waarom is dat belangrijk?

Denk aan het verloop van je dag, de energie die je ervaart in het algemeen of op sommige momenten of een sport die je graag wil uitoefenen.

Doel

Een doel beschrijft vaak iets wat iemand wil hebben of bereiken, maar vergt ook enige voorkennis van de mogelijkheden die er liggen. Door te vragen naar gewenste veranderingen krijgen we echter meer inzicht in de wensen, onvrede of obstakels tussen de huidige en gewenste situatie. Uit ervaring blijkt dat cliënten soms moeite hebben met het formuleren van doelen, maar ze kunnen het vaak wel goed verwoorden als je vraagt wat ze anders willen en waarom dit belangrijk voor hen is.

Coachingstips
  • We zijn hier op zoek naar de emotionele kant van het doel. Je krijgt niet altijd de ruimte om hier dieper op in te gaan tijdens een eerste gesprek, maar je wilt wel achterhalen wat de echte pijnpunten zijn. Dit gaat vaak niet over een hoog vetpercentage of te weinig spiermassa maar over zelfbeeld, mogelijkheden in het leven of pijn en verdriet. Dit achterhalen en bespreekbaar maken zal het traject vele malen krachtiger maken.

  • Gebruik de antwoorden als een startpunt voor een gesprek. Vraag om verduidelijking:
    ● “Je geeft aan dat -deze verandering- erg veel impact maakt op je leven. Hoe denk je dat dit zo gekomen is?”
    ● “Ik heb gelezen hoe belangrijk -deze verandering- voor je is. Kan je mij eens meenemen in hoe dat tot uiting komt van dag tot dag?”

  • Kom regelmatig naar deze vraag terug tijdens coachingsgesprekken omdat het antwoord direct aansluit op de motivatie die leidde tot de stap naar de samenwerking.
    ”In [maand] gaf je aan dat verandering X echt belangrijk voor je was. Is dat nog steeds zo?”

11. Als je nadenkt over een periode van 6 maanden: heb jij het idee dat je doelen haalbaar zijn in die periode?
  1. Ondenkbaar
  2. Denk het niet
  3. Geen idee
  4. Denk het wel
  5. Absoluut
Doel

Significante veranderingen in gedrag en lichaamssamenstelling kosten tijd. We willen weten of de cliënt bereid is die tijd te nemen en of ze het gevoel hebben dat dit dan ook mogelijk is. In een periode van 6 maanden is ontzettend veel mogelijk als er commitment is vanuit de cliënt.

Score

Lager dan 3.

  • Vraag door:
    “Je hebt aangegeven weinig tot geen vertrouwen te hebben in het behalen van je doelen/gewenste verandering in 6 maanden. Kun je mij uitleggen waarom?” (Bij weinig respons vraag je door)
    ● Omgeving: “Heb je het gevoel niet de benodigde support te hebben in je omgeving?”
    ● Zelfeffectiviteit: “Heb je het gevoel dat er meer voor nodig is om dit doel te bereiken dan voor jou haalbaar is in 6 maanden? Kun je dat specifiek maken wat dat dan is?”
    ● Obstakels: “Voorzie jij obstakels de komende maanden die je gaan weerhouden van het behalen van je doelen? Zo ja, welke zijn dit en waarom gaan die je zo hinderen?”

Bij precies 3.

  • Vraag door:
    “Je hebt aangegeven geen idee te hebben of dit doel in 6 maanden te bereiken is. Waarom vind je het moeilijk om dit te bepalen? Hoe kan ik je helpen hier een antwoord op te geven?”

Opmerking

Deze onderwerpen (omgeving, zelfeffectiviteit en obstakels) komen later in de intake nog aan bod. Stel daarom alleen aanvullende vragen als er essentiële informatie ontbreekt. Zo toon je aan dat je het intakeformulier goed hebt bestudeerd.

12. Wat is het beste wat kan gebeuren als die doelen zijn bereikt?
Doel

We willen de cliënt helpen visualiseren hoe hun leven eruitziet als het doel bereikt is. Het visualiseren van doelen helpt om de interne motivatie te verhogen en zekerder te zijn dat dit echt hun eigen doel is. Het geeft ook aanknopingspunten voor vaardigheden die ontwikkeld moeten worden, omdat cliënten vaak veel meer prijsgeven over hoe hun leven er anders uit gaat zien dan alleen het specifieke doel. Denk aan tijdsmanagement of kalmeringstechnieken wanneer ze beschrijven dat ze meer rust en ruimte willen ervaren.

Score
  • Laat de ambitieuze cliënt eerst volledig zijn verhaal delen, om daarna in gesprek een realistischer kader te schetsen. Laat de bescheiden cliënt ook eerst volledig uitpraten voordat je uitdaagt tot meer.

  • Help je cliënt het echt voor zich te zien. Stel vragen als:
    “Je beschrijft een situatie waarin je meer rust en ruimte ervaart. Kun je me één of twee specifieke momenten vertellen waarin dit echt tot uiting komt? Hoe voel je je dan en wat gebeurt er precies?”

13. Wat zie jij als de grootste uitdagingen die je hebt te overwinnen om deze doelen / dit doel te bereiken?
Doel

Obstakels komen we in elk traject tegen. De manier waarop we deze overwinnen zegt veel over het te verwachten succes. We willen hier achterhalen of de obstakels te maken hebben met motivatie, (sociale) omgeving, zelfeffectiviteit/competentie of autonomie. Het doel bepaalt weliswaar de richting, maar het overwinnen van obstakels bepaalt of we de eindbestemming bereiken. Hierop stemmen we ons veranderplan af.

Coachingstips

Als niet direct duidelijk is hoe de cliënt tegen de eigen rol aankijkt, vraag dan daarop door.

  • Voorbeeld autonomie:
    “Je geeft aan dat tijd om te sporten en te bewegen een groot obstakel is. Heb jij daar zelf invloed op?”

  • Voorbeeld omgeving:
    “Je geeft aan dat je partner helemaal niet bezig is met gezondheid en dat dit een obstakel vormt. Op wat voor manier gaat dit je hinderen?”

  • Voorbeeld competentie:
    “Je geeft aan weinig vertrouwen te hebben in het voorbereiden van twee maaltijden per dag voor je werk. Waar denk je precies vast te lopen? Kun je me meenemen in hoe je dit wilt aanpakken?”

14. Heb jij in je directe omgeving mensen die je steunen bij het behalen van deze doelen? Zou je kunnen omschrijven wie dat zijn en hoe jij ervaart dat ze je steunen?
Doel

Sociale steun en partners in het behalen van doelen zijn extreem waardevol. Sterker nog, zonder die sociale steun en verbinding wordt de kans op succes vele malen kleiner. We willen de cliënt aanmoedigen goed na te denken over wie hun partners zijn op weg naar succes. En als die er nu nog niet zijn, willen we dat ze nadenken over wie dat kunnen worden.

Coachingstips

Als niet direct duidelijk is hoe de cliënt tegen de eigen rol aankijkt, vraag dan daarop door.

  • Voorbeeld autonomie:
    “Je geeft aan dat tijd om te sporten en te bewegen een groot obstakel is. Heb jij daar zelf invloed op?”

  • Voorbeeld omgeving:
    “Je geeft aan dat je partner helemaal niet bezig is met gezondheid en dat dit een obstakel vormt. Op wat voor manier gaat dit je hinderen?”

15. Heb je in het verleden al eens een poging gedaan deze doelen te behalen? Zo ja, wat leidde toen tot succes? Wat heb je daarvan geleerd?
Doel

Deze vraag geeft meerdere inzichten. Ten eerste richt het zich op eerder succes. De meeste mensen hebben al pogingen gedaan om hun doelen te bereiken. Ze hebben hiervan geleerd en vaak al successen behaald. Dit willen we uitbouwen, want hier liggen vaardigheden die ze (deels) beheersen en waar ze vertrouwd mee zijn. Ten tweede vertelt het meer over hun flexibiliteit en mate van zelfeffectiviteit. Als er weinig wordt verteld over eerdere pogingen, is doorvragen belangrijk. Als er geen eerdere pogingen zijn gedaan, laat je de vraag rusten.

Coachingstips

Als de cliënt succes heeft behaald maar dit zelf als niet succesvol beschouwt, vraag dan door. Maak in beide gevallen gebruik van de inzichten uit de narratieve therapie. Het doel is om gewenst gedrag te stimuleren en een positiever zelfbeeld te ontwikkelen. Let op: doe dit alleen als je concrete aanknopingspunten ziet om het zelfvertrouwen te versterken. Begin anders met een verkennend gesprek en bouw dit uit wanneer er mogelijkheden ontstaan. Als die mogelijkheden er niet zijn, laat het dan rusten.

  • Voorbeeld:
    “Je geeft aan eerder al 5 kg kwijt te zijn geweest, maar je betitelt dit als niet succesvol. Mag ik je vragen waarom? Wat vind je goed aan die periode? Waar ben je trots op?”

Als er geen succes was, vraag dan hoe er wordt teruggekeken op die periode.

  • Voorbeeld:
    “Je geeft aan geprobeerd te hebben 5 kg af te vallen, dat is toen niet gelukt. Hoe kijk je terug op die periode? Waar ben je trots op?”

16. Wat verwacht je van mij als coach in het najagen van deze doelen?
Doel

Als coach moet je zowel relationeel als zakelijk duidelijke grenzen stellen. Deze vraag helpt om wederzijds begrip te creëren en geeft inzicht in de gewenste ondersteuning van de cliënt. Hiermee kun je helder aangeven wat nodig is voor verandering en welke ondersteuning jij als coach kunt bieden.

Coachingstips

Wees duidelijk over wat bepaalde verwachtingen van jou als coach betekenen.

  • Bijvoorbeeld:
    “Je geeft aan graag voedingsschema’s van mij te willen ontvangen. Daar sta ik voor open, maar begrijp dat dit veel tijd vraagt en dat het in mijn visie belangrijk is dat je zelfstandig leert handelen. Begrijp je dat? En wil jij daar ook naartoe?”

  • Voorbeeld:
    “Je geeft aan dat je eens per maand wilt inchecken. Begrijp je dat het belangrijk is dat je dagelijks reminders hebt om je doelen te bereiken? Hoe ga je die vormgeven?”

    Dit antwoord kan leiden tot programma’s en raamwerken die jij als coach kunt aanreiken naast coachingssessies en check-ins.

Gezondheid

Je gezondheid vormt de basis. Welke doelen we ook gaan nastreven, jouw algemene gezondheid speelt altijd een rol bij het bereiken ervan. Als coach vind ik het belangrijk dat alles wat we doen niet alleen bijdraagt aan jouw doelen, maar ook aan een betere gezondheid. Met deze vragen wil ik een beeld krijgen van waar je nu staat. Zo kunnen we bepalen of er extra aandacht nodig is of dat we al een stevig fundament hebben om op voort te bouwen.

17. Ben je recent of in het verleden gediagnosticeerd met een medische aandoening?

Ja/Nee

Doel

Deze vraag geeft inzicht in medische aandoeningen die van invloed kunnen zijn op voeding, beweging en leefstijl. Wanneer er sprake is van een medische aandoening, is het belangrijk dat de cliënt onder begeleiding staat van een arts of specialist en expliciete goedkeuring heeft om met jou aan de slag te gaan.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Welke medische aandoening is vastgesteld?
    ● Wanneer is de diagnose gesteld?
    ● Heb je een behandelplan dat je volgt?
    ● Word je momenteel begeleid door een arts of specialist?
    ● Zijn er specifieke beperkingen of richtlijnen vanuit je arts?

  • Actiepunten:
    Vraag om een medische verklaring of goedkeuring van een arts voordat je verder gaat met het traject

  • Communicatie:
    “Gezondheid staat altijd voorop. Bij medische aandoeningen is het belangrijk om samen te werken met een arts. Zodra je groen licht hebt, kunnen we samen aan de slag om jouw doelen veilig te behalen.”

Nee.

  • Er zijn geen medische aandoeningen die invloed hebben op voeding, beweging of leefstijl. Ga door naar de volgende vraag.

18. Heb je op dit moment specifieke gezondheidsklachten, zoals ziekten, pijn en/of blessures?

Ja/Nee

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in actuele gezondheidsklachten, zoals pijn, blessures of andere fysieke ongemakken, die invloed kunnen hebben op voeding, beweging en leefstijl. Het identificeren van klachten maakt het mogelijk om risico’s te beperken, aanpassingen te maken in een plan en, indien nodig, door te verwijzen naar een medisch specialist.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Kun je de klachten omschrijven?
    ● Hoe lang heb je al last van deze klachten?
    ● Heb je medische hulp gezocht voor deze klachten?
    ● Worden de klachten erger bij bepaalde bewegingen of het eten van bepaalde voeding?
    ● Heb je beperkingen in je dagelijkse activiteiten door deze klachten?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal of aanpassingen in voeding of fysieke activiteit nodig zijn.
    ● Adviseer de cliënt bij ernstige klachten om medische hulp te zoeken als dat nog niet is gebeurd.

  • Communicatie:
    ”Gezondheid en veiligheid staan altijd voorop. Het is belangrijk dat we goed begrijpen wat de oorzaak is van je klachten en of medische begeleiding nodig is. Zodra we daar duidelijkheid over hebben, kunnen we samen veilig verder werken aan je doelen.”

Nee.

  • Er zijn geen medische aandoeningen die invloed hebben op voeding, beweging of leefstijl. Ga door naar de volgende vraag.

19. Neem je op dit moment medicatie, zowel op recept als vrij verkrijgbaar?

Ja/Nee

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in medicatiegebruik dat invloed kan hebben op voeding, energie, stofwisseling of fysieke activiteit. Sommige medicijnen hebben bijwerkingen of interacties met bepaalde voedingsstoffen of supplementen. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden bij het opstellen van een voedings- of leefstijlplan.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Welke medicatie gebruik je? (naam, dosering, frequentie)
    ● Sinds wanneer gebruik je deze medicatie?
    ● Wat is de reden voor het gebruik van deze medicatie?
    ● Heb je last van bijwerkingen?
    ● Zijn er specifieke voedings- of leefstijladviezen die je hebt gekregen bij deze medicatie?

  • Actiepunten:
    ● Breng in kaart welke medicatie de cliënt gebruikt en waarvoor.
    ● Controleer of er interacties zijn met voeding of supplementen en in hoeverre bijwerkingen de gewenste resultaten kunnen beïnvloeden.
    ● Overleg bij twijfel met een arts of apotheker.
    ● Pas indien nodig het plan aan op basis van de medicatie.

  • Communicatie:
    “Sommige medicijnen kunnen invloed hebben op je energie, stofwisseling of hoe je lichaam bepaalde voedingsstoffen opneemt. Door dit goed in kaart te brengen, kunnen we samen een plan maken dat hiermee rekening houdt.”

Nee.

  • Er zijn geen medische aandoeningen die invloed hebben op voeding, beweging of leefstijl. Ga door naar de volgende vraag.

20. Rook je?

Ja/Nee

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in rookgewoonten die van invloed kunnen zijn op de gezondheid, energieniveau, voedingsstatus en herstel. Roken kan tekorten veroorzaken aan bepaalde vitamines en mineralen. Dit is belangrijk bij het opstellen van een passend voeding- of leefstijlplan.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoe vaak rook je per dag?
    ● Hoe lang rook je al?
    ● Heb je eerder geprobeerd te stoppen met roken? Zo ja, hoe ging dat?
    ● Ervaar je klachten die je aan roken koppelt, zoals kortademigheid of vermoeidheid?
    ● Sta je ervoor open om te minderen of stoppen?

  • Actiepunten:
    ● Bij meer dan 5 sigaretten per dag en merkbare klachten:
    ● Geef prioriteit aan een gebalanceerd eetpatroon rijk aan groenten en fruit.
    ● Bespreek de impact van roken op gezondheid, energieniveau, voedingsstatus en herstel.
    ● Moedig aan om te minderen of te stoppen en verwijs eventueel door naar een specialist.

  • Communicatie:
    “Roken kan een negatieve invloed hebben op je gezondheid en voedingsstatus. We kunnen hiermee rekening houden in je voedingsplan. Maar als je ooit wilt minderen of stoppen, kan ik je daarbij ondersteunen of doorverwijzen naar een specialist.”

Nee.

  • Er is geen sprake van roken dat invloed heeft op gezondheid, energie of herstel. Ga door naar de volgende vraag.

21. Drink je alcohol?

Ja/Nee

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in alcoholgebruik en de mogelijke invloed daarvan op gezondheid en herstel. Overmatig of frequent alcoholgebruik kan tekorten veroorzaken aan bepaalde vitamines en mineralen, de slaapkwaliteit beïnvloeden en de effectiviteit van voedings- en trainingsinterventies verminderen. Dit is belangrijk bij het opstellen van een passend voedings- of leefstijlplan.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoe vaak drink je alcohol?
    ● Hoeveel glazen drink je op een typische dag dat je alcohol consumeert?
    ● Heb je ooit geprobeerd te minderen of te stoppen? Hoe ging dat?
    ● Ervaar je klachten die je aan alcohol koppelt? (bijv. vermoeidheid, slechte slaap, gewichtstoename)
    ● Sta je ervoor open om je alcoholgebruik te minderen of stoppen?

  • Actiepunten:
    Bij meer dan 1 glas per dag, meer dan 4 (vrouwen) of 5 (mannen) glazen binnen een paar uur, of merkbare klachten:
    ● Bespreek de impact van alcohol gezondheid en herstel.
    ● Maak afspraken over realistische aanpassingen in alcoholconsumptie, indien cliënt daarvoor open staat.
    ● Wees alert op signalen van afhankelijkheid en verwijs indien nodig door naar een specialist.

  • Communicatie:
    “Alcohol kan invloed hebben op je gezondheid en herstel. We kunnen hier rekening mee houden in je plan. Als je openstaat voor verandering, kunnen we samen een haalbare aanpak bespreken.”

Nee.

  • Er is geen sprake van alcoholgebruik dat invloed heeft op gezondheid of herstel. Ga door naar de volgende vraag.

22. Heb je voedselallergieën en/of -intoleranties?

Ja/Nee

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in mogelijke voedselallergieën of -intoleranties die van invloed kunnen zijn op het voedingsplan en de gezondheid. Allergieën kunnen leiden tot zeer ernstige reacties, terwijl intoleranties klachten zoals buikpijn, vermoeidheid of huidproblemen kunnen veroorzaken. Het is belangrijk om hiermee rekening te houden bij het opstellen van een passend voedingsadvies.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Welke allergie of intolerantie heb je?
    ● Hoe reageert je lichaam op dit voedingsmiddel?
    ● Is de allergie officieel vastgesteld door een arts?
    ● Vermijd je momenteel specifieke voedingsmiddelen? Zo ja, welke?
    ● Gebruik je alternatieve producten of supplementen ter vervanging van die voedingsmiddelen?

  • Actiepunten:
    ● Houd rekening met de allergieën/intoleranties bij het opstellen van het voedingsplan.
    ● Adviseer een doorverwijzing naar een specialist wanneer de cliënt een allergie/intolerantie vermoedt, maar dit niet heeft laten onderzoeken.

  • Communicatie:
    “Voedselallergieën en -intoleranties kunnen een grote invloed hebben op je welzijn. Door hier rekening mee te houden in je voedingsplan, zorgen we ervoor dat je voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt zonder klachten of risico’s.”

Nee.

  • Er zijn geen voedselallergieën of -intoleranties waarmee rekening moet worden gehouden in het voedingsplan. Ga door naar de volgende vraag.

23. Hoe zou je je huidige gezondheid beoordelen?

Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 = slecht en 10 = uitstekend.

Doel

Deze vraag geeft inzicht in hoe de cliënt zijn of haar eigen gezondheid ervaart. Dit subjectieve oordeel biedt waardevolle informatie over het zelfbeeld, de tevredenheid en eventuele knelpunten die de cliënt ervaart. Daarnaast helpt het om verwachtingen te managen en een startpunt te bepalen voor verbetering in gezondheid en welzijn.

Score

Lager dan een 7.

  • Vraag door:
    ● Waarom geef je jezelf deze score?
    ● Zijn er specifieke klachten of factoren die hieraan bijdragen?
    ● Wanneer voelde je je voor het laatst écht gezond?
    ● Wat zou volgens jou de grootste verbetering geven in je gezondheid?
    ● Zijn er dagelijkse activiteiten waar je moeite mee hebt door je gezondheid?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal welke interventies de gezondheid kunnen verbeteren.
    ● Gebruik de score als progressie indicator.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een arts of andere specialist bij ernstige klachten.

  • Communicatie:
    “Het is waardevol dat je hier eerlijk over bent. Samen kunnen we kijken naar concrete stappen om je gezondheid te verbeteren, op een tempo dat voor jou werkt.”

Hoger dan een 7.

  • Vraag door:
    ● Wat zou ervoor zorgen dat je een punt hoger scoort?
    ● Zijn er gebieden waarop je nog vooruitgang wilt boeken?
    ● Wat zou je nog willen verbeteren aan je gezondheid, als dat mogelijk is?

  • Actiepunten:
    ● Complimenteer de cliënt met zijn of haar huidige gezondheidsscore.
    ● Bespreek hoe deze score behouden of zelfs verbeterd kan worden.
    ● Gebruik de score om focus te leggen op verdere optimalisatie.

  • Communicatie:
    “Fantastisch dat je je gezondheid zo positief ervaart! Laten we kijken hoe we dit kunnen behouden en misschien nog verder kunnen optimaliseren.”

Slaap

Slaap heeft een enorme invloed op je gezondheid en prestaties. Het is het moment waarop je lichaam zich herstelt en weer oplaadt. Je slaaphygiëne – je slaapgewoonten, -omstandigheden en -rituelen – speelt een grote rol in je honger- en verzadigingsgevoel, je energieniveau en de resultaten van beweging en training. De volgende vragen gaan over je slaap. Je zult merken dat je dagelijkse activiteiten een grote impact hebben op je nachtrust. Daarom vragen we naar beide aspecten.

24. Hoeveel uur slaap je gemiddeld per nacht?
Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de slaapduur van cliënten wat cruciaal is voor herstel, energie, mentale gezondheid en fysieke prestaties. Onvoldoende of slechte slaap kan negatieve effecten hebben op het behalen van doelen zoals vetverlies, spieropbouw, stressmanagement en algehele gezondheid.

Score

Minder dan 7 uur.

  • Vraag door:
    “Waarom slaap je gemiddeld minder dan X uur per nacht?”

  • Actiepunten:
    Bepaal de oorzaak van de korte slaapduur en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Slaap speelt een cruciale rol bij je herstel, energie en gezondheid. Samen kunnen we kijken naar praktische stappen om je slaapduur te verbeteren.”

25. Ga je op ongeveer dezelfde tijden naar bed en sta je op dezelfde tijden op (incl. het weekend)?

Ja, ik heb een vast ritme / Nee, ik heb geen vast ritme en in het weekend ga ik laat naar bed en blijf ik zo lang mogelijk in bed liggen.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de slaaproutine en consistentie van de cliënt. Een vast slaapritme draagt bij aan een betere slaapkwaliteit, meer energie overdag en een effectiever herstelproces. Inconsistente slaappatronen kunnen leiden tot vermoeidheid, een verstoorde biologische klok en verminderde vooruitgang bij gezondheidsdoelen.

Score

Nee.

  • Vraag door:
    ● Wat zorgt ervoor dat je geen vast ritme hebt? (bijv. werk, sociale activiteiten, schermtijd)
    ● Hoe voel je je na een weekend met een onregelmatig slaapritme?
    ● Zou het mogelijk zijn om in kleine stappen een vaster ritme aan te houden?
    ● Heb je eerder geprobeerd een vaster slaapritme aan te houden? Zo ja, wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    Bepaal de oorzaak van het onregelmatige slaapritme en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Een vast slaapritme helpt je lichaam beter herstellen en geeft je meer energie overdag. Kleine aanpassingen, zoals een vaste wektijd, kunnen al een groot verschil maken.”

26. Heb je moeite met in slaap vallen zodra je naar bed gaat (vanaf het moment dat de lichten uitgaan)?

Ja, het duurt vaak 30 minuten of langer voordat ik in slaap val / Nee, ik val binnen 20 minuten in slaap.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in slaapproblemen die specifiek gerelateerd zijn aan het inslapen. Moeite met in slaap vallen kan wijzen op stress, overmatige schermtijd, cafeïnegebruik, een verstoord slaapritme of andere onderliggende factoren. Het begrijpen van deze uitdaging is essentieel om praktische oplossingen aan te bieden en de slaapkwaliteit te verbeteren.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoe lang duurt het meestal voordat je in slaap valt?
    ● Wat denk je dat de oorzaak is van dit probleem?
    ● Heb je bepaalde gewoontes vlak voor het slapengaan die ervoor kunnen zorgen dat je moeilijk in slaap valt (bijv. schermtijd, cafeïne)?
    ● Ervaar je stress of piekergedachten in bed?
    ● Heb je al geprobeerd om dit probleem aan te pakken? Wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal de oorzaak van het onregelmatige slaapritme en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist als slaapproblemen aanhouden.

  • Communicatie:
    “Moeite met in slaap vallen kan echt frustrerend zijn en je energie beïnvloeden. Vaak kunnen kleine aanpassingen in je avondroutine al veel verschil maken. Laten we samen kijken naar wat voor jou kan werken.”

27. Word je ’s nachts wakker (voor minstens een paar minuten) en heb je dan moeite om weer in slaap te vallen?

Ja, de meeste nachten / Ja, een paar nachten per week / Nee, bijna nooit.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de kwaliteit en continuïteit van de slaap van de cliënt. Nachtelijk ontwaken, vooral als het moeilijk is om weer in slaap te vallen, kan duiden op stress, cafeïnegebruik, slaapapneu, een oncomfortabele slaapomgeving of andere onderliggende problemen. Dit is belangrijk om te begrijpen bij het verbeteren van de slaapkwaliteit en het algehele herstel.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoe vaak word je ’s nachts wakker?
    ● Hoe lang duurt het meestal voordat je weer in slaap valt?
    ● Heb je specifieke gedachten, zorgen of stress wanneer je wakker wordt?
    ● Zijn er fysieke redenen voor het ontwaken (bijv. snurken, kortademigheid, rusteloze benen, pijn, dorst)?
    ● Heb je al iets geprobeerd om beter door te slapen? Wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal de oorzaak van het onregelmatige slaapritme en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist bij vermoedens van slaapapneu, chronische slapeloosheid of medische aandoeningen.

  • Communicatie:
    “Af en toe wakker worden is normaal, maar als het je slaapkwaliteit beïnvloedt, kunnen we samen kijken naar kleine verbeterpunten om je nachtrust stabieler te maken.”

28. Voel je je uitgerust wanneer je ’s ochtends wakker wordt?

Ja / Nee.

Doel

We kunnen stellen dat de uitkomst van deze vraag grotendeels een gevolg is van de antwoorden op de eerdere vragen over slaapgewoonten. Dit komt doordat uitgerust wakker worden wordt beïnvloed door meerdere onderliggende factoren die al aan bod zijn gekomen.

Score

Nee.

  • Verwijs terug naar de eerdere vragen om te bepalen waar de grootste knelpunten zitten.

  • Communicatie:
    “Het gevoel van uitgerust wakker worden is vaak een resultaat van hoe je slaapt: de duur, het ritme, hoe snel je in slaap valt en of je ’s nachts vaak wakker wordt. Laten we samen kijken waar de verbeterpunten liggen als je je niet uitgerust voelt.”

Ja.

  • Dit bevestigt dat de slaapgewoontes waarschijnlijk voldoende zijn, zelfs als er op sommige gebieden lichte verstoringen zijn.

Bewegen

Naarmate we ouder worden, bewegen we vaak minder. Daarnaast stimuleert de moderne omgeving ons ook een stuk minder in beweging. Toch is ons lichaam gemaakt om te bewegen. Beweging is niet alleen belangrijk voor je spieren, maar ook voor je brein, gewrichten, pezen en zelfs de vertering van je voedsel. Met de volgende vragen wil ik een beter beeld krijgen van hoe bewegen een rol speelt in jouw leven.

29. Hoeveel uur zit je per dag?
Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de mate van sedentaire (zittende) activiteit van de cliënt gedurende een gemiddelde dag. Langdurig zitten kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid, zoals een verhoogd risico op obesitas, hart- en vaatziekten, rugklachten en een verstoorde energiebalans. Dit inzicht biedt een basis om praktische suggesties te doen voor meer beweging en onderbrekingen van zitgedrag, afgestemd op de leefstijl van de cliënt.

Score

Meer dan 4 uur per dag.

  • Vraag door:
    ● Waarom zit je zoveel? Is het door werk, reizen of vrije tijd?
    ● Neem je regelmatig pauzes van je zitmomenten?
    ● Ervaar je lichamelijke klachten door langdurig zitten (bijv. rugpijn, stijfheid, vermoeidheid)?
    ● Zijn er mogelijkheden om meer beweging in je dag in te bouwen?
    ● Sta je open voor praktische tips om minder lang achter elkaar te zitten?

  • Actiepunten:
    Bepaal de oorzaak waarom er te weinig of geen beweging is (bijv. gebrek aan tijd, motivatie, fysieke klachten) en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Langdurig zitten kan veel invloed hebben op je gezondheid. Zelfs kleine aanpassingen, zoals elk uur even opstaan en bewegen, kunnen al een groot verschil maken.”

30. Hoeveel uur per week besteed je aan alledaagse beweging (fietsen, wandelen, boodschappen tillen, klussen, huishouden etc.)?
31. Ben je regelmatig actief met sport en/of een vorm van lichaamsbeweging met een matige tot hoge inspanning?

Ja / Nee.

Zo ja, hoeveel uur per week?

Doel

Deze vragen helpen je om inzicht te krijgen in het huidige activiteitsniveau van de cliënt. Regelmatige lichaamsbeweging heeft niet alleen fysieke voordelen (zoals verbeterde conditie, spieropbouw en gewichtsbeheersing), maar ook mentale voordelen (bijv. stressvermindering en betere slaapkwaliteit). Dit vormt een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van een passend voedings- en leefstijlplan.

Score

Ja, minder dan 150 minuten per week of nee.

  • Vraag door:
    ● Wat weerhoudt je ervan om (meer) te bewegen?
    ● Heb je eerder een sport of vorm van lichaamsbeweging geprobeerd die je leuk vond?
    ● Hoe voel je je fysiek op dit moment (bijv. energiek, stijf, moe)?
    ● Zou je openstaan voor kleine, haalbare stappen om (meer) te gaan bewegen?

  • Actiepunten:
    Bepaal de oorzaak waarom er te weinig of geen beweging is (bijv. gebrek aan tijd, motivatie, fysieke klachten) en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Beweging is een krachtig hulpmiddel voor je fysieke en mentale gezondheid. Zelfs kleine, haalbare stappen kunnen al een groot verschil maken. Laten we samen kijken naar een vorm van beweging die bij je past.”

32. Heb je ervaring met kracht- en conditietraining?

Ja / Nee.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de ervaring van de cliënt met kracht- en conditietraining. Ervaring met kracht- en conditietraining beïnvloedt de manier waarop trainingsprogramma’s worden opgebouwd, het risico op blessures, en de verwachtingen van de cliënt.

Score

Nee.

  • Vraag door:
    ● Heb je ooit overwogen om met kracht- en conditietraining te beginnen?
    ● Zijn er specifieke redenen waarom je nooit bent gestart?
    ● Heb je fysieke klachten die kracht- en conditietraining kunnen beïnvloeden?
    ● Sta je open voor een introductieprogramma om veilig te starten?
    ● Ben je bereid om kracht- en conditietraining te gaan doen als dit je helpt je doelen te bereiken? (van 1 tot 10, waarbij 1 = moet ik niet aan denken en 10 = absoluut)

  • Actiepunten:
    ● Stel gerust en leg uit wat krachttraining inhoudt en welke voordelen het biedt.
    ● Bespreek mogelijke angsten of twijfels en bied ondersteuning aan.
    ● Verwijs eventueel door naar een personal trainer.

  • Communicatie:
    “Kracht- en conditietraining is een geweldige manier om sterker, gezonder en energieker te worden. Laten we samen kijken hoe we dit in je leven kunnen integreren. We bouwen het op een rustige en veilige manier op, zodat je de techniek goed beheerst en je je zelfverzekerd voelt in elke oefening.”

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoe lang heb je aan kracht- en conditietraining gedaan / doe je aan kracht- en conditietraining?
    ● Hoe vaak trainde / train je gemiddeld per week?
    ● Heb je specifieke doelen bereikt met kracht- en conditietraining?
    ● Zijn er blessures of ongemakken geweest tijdens het trainen?
    ● Ben je bereid om kracht- en conditietraining te blijven doen als dit je helpt je doelen te bereiken? (van 1 tot 10, waarbij 1 = moet ik niet aan denken en 10 = absoluut)

  • Communicatie:
    “Geweldig dat je ervaring hebt met kracht- en conditietraining en dat je bereid bent om dit te blijven doen! We kunnen jouw kennis en vaardigheden gebruiken als een sterke basis om gericht aan je doelen te werken.”

33. Hoe zou je je huidige fitheidsniveau beoordelen?

Van 1 tot 10, waarbij 1 = slecht en 10 = uitstekend.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in hoe de cliënt zijn of haar eigen fitheid ervaart. Dit subjectieve oordeel biedt een waardevol startpunt om fysieke doelen te bepalen, motivatie te begrijpen en vooruitgang in fitheid gedurende het traject te monitoren.

Score

Lager dan een 7.

  • Vraag door:
    ● Waarom geef je jezelf deze score?
    ● Heb je specifieke klachten die je beperken in je fitheid?
    ● Wanneer voelde je je voor het laatst fitter?
    ● Wat zou ervoor zorgen dat je een punt hoger scoort?
    ● Hoe ziet een ideaal fitheidsniveau er voor jou uit?

  • Communicatie:
    “Het is goed dat je hier open over bent. Fitheid verbeteren kan stap voor stap, en elke vooruitgang telt. Samen maken we een plan dat bij jou past.”

Hoger dan een 7.

  • Vraag door:
    ● Wat doe je momenteel om je fitheid op dit niveau te houden?
    ● Zijn er specifieke doelen die je nog wilt bereiken op het gebied van fitheid?
    ● Ervaar je soms momenten waarop je fitheidsniveau daalt?

  • Communicatie:
    “Geweldig dat je je fitheid zo positief beoordeelt! Laten we kijken hoe we dit niveau kunnen behouden en misschien zelfs nog kunnen verbeteren.”

Eetgewoontes

“Je bent wat je eet” is een bekende uitspraak, en er zit zeker een kern van waarheid in. Jouw voeding en eetpatroon vormen belangrijke informatie voor het succes van onze samenwerking. Met de volgende vragen wil ik hier meer inzicht in krijgen.

 

Let op: dit is geen toets waar je voor kunt slagen of zakken. Het gaat erom kansen en obstakels te ontdekken, zodat we jouw doelen kunnen behalen met zo min mogelijk aanpassingen. Voel dus geen druk om jezelf beter voor te doen dan je bent – hoe eerlijker je bent, hoe groter onze kans op succes.

34. Hoeveel eetmomenten heb je per dag? (incl. maaltijden en tussendoortjes)
Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in het eetpatroon van de cliënt, inclusief frequentie, regelmaat en mogelijke onderliggende gewoontes (zoals structurele maaltijden versus ongecontroleerd snacken). Eetfrequentie kan invloed hebben op energieniveaus, hongergevoelens, bloedsuikerspiegel en spijsvertering. Dit is een belangrijk startpunt voor het creëren van een gebalanceerd eetpatroon.

Score

Minder dan 3 keer.

  • Vraag door:
    ● Waarom eet je minder dan 3 keer per dag?
    ● Heb je vaak last van energiedips of hongergevoelens?

  • Actiepunten:
    Bepaal de oorzaak waarom er maaltijden worden overgeslagen (bijv. gebrek aan tijd, motivatie, fysieke klachten) en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Regelmatig eten helpt je energieniveau stabiel te houden en vermindert de kans op eetbuien. Laten we samen kijken naar een haalbare structuur die past bij jouw dagelijks leven.”

Meer dan 6 keer.

  • Vraag door:
    ● Heb je het gevoel dat je vaak honger hebt?
    ● Eet je uit gewoonte, verveling of stress?

  • Actiepunten:
    Bepaal de oorzaak van de vele maaltijden (bijv. structuur van de dag of emotioneel eten) en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Frequent eten kan soms wijzen op onvoldoende verzadiging na maaltijden. Samen kunnen we kijken naar een eetpatroon dat je langer verzadigd houdt en bij je past.”

35. Vertel wat je globaal eet en drinkt op een gemiddelde dag?

Het hoeft niet perfect te zijn; beschrijf gewoon je gebruikelijke patronen.

  • Ontbijt (beschrijf)

  • Tussendoor (beschrijf)

  • Lunch (beschrijf)

  • Tussendoor (beschrijf)

  • Diner (beschrijf)

  • Tussendoor (beschrijf)

  • Water (uitgedrukt in glazen of liters)

  • Thee (uitgedrukt in kopjes, vermeld ook het type thee en het tijdstip van je laatste kop thee)

  • Koffie (uitgedrukt in kopjes, vermeld ook het type koffie en het tijdstip van je laatste kop koffie)

36. Vertel wat je globaal eet en drinkt op een niet-gemiddelde dag?

Vrije dag / Weekenddag, mits dit heel anders is, anders is het niet van toepassing.

  • Ontbijt (beschrijf)

  • Tussendoor (beschrijf)

  • Lunch (beschrijf)

  • Tussendoor (beschrijf)

  • Diner (beschrijf)

  • Tussendoor (beschrijf)

  • Water (uitgedrukt in glazen of liters)

  • Thee (uitgedrukt in kopjes, vermeld ook het type thee en het tijdstip van je laatste kop thee)

  • Koffie (uitgedrukt in kopjes, vermeld ook het type koffie en het tijdstip van je laatste kop koffie)

Doel

Deze vragen geven inzicht in de dagelijkse eet- en drinkgewoonten van de cliënt. Dit omvat niet alleen maaltijdsamenstelling, maar ook drinkgewoontes, snackgedrag en regelmaat. Dit helpt om tekorten, overconsumptie of ongebalanceerde patronen te identificeren en gerichte adviezen te geven voor verbetering.

coachingstip
  • Actiepunten:
    Identificeer waar de grootste aandachtspunten liggen (bijv. onregelmatige maaltijden, tekorten aan voedingsstoffen, overmatige consumptie van suiker of cafeïne) en overweeg hiervoor interventies in het actieplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Je eet- en drinkpatroon is een belangrijk onderdeel van je gezondheid. Vaak kunnen kleine aanpassingen, zoals meer groenten bij de lunch of minder suikerhoudende dranken, al een groot verschil maken. Laten we samen kijken naar haalbare stappen.”

37. Volg je momenteel een specifiek dieet of een bepaalde manier van eten?

Vega / Vegan / Keto / Paleo / Low carb / Flexitarian / Anders / Niet van toepassing.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in specifieke eetpatronen of diëten die de cliënt volgt. Dit is belangrijk bij het opstellen van passende voedingsadviezen, zodat er rekening kan worden gehouden met persoonlijke voorkeuren, ethische overtuigingen, gezondheidsoverwegingen of medische noodzaak.

coachingstip

Ja.

  • Vraag door:
    ● Welk dieet volg je en waarom?
    ● Hoe strikt volg je dit dieet? (bijv. af en toe uitzonderingen of altijd strikt)
    ● Heb je specifieke doelen met dit dieet? (bijv. gewichtsverlies, betere energie, gezondheid)
    ● Heb je het gevoel dat je voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt?
    ● Ervaar je klachten die mogelijk gerelateerd zijn aan dit dieet?

  • Actiepunten:
    ● Breng in kaart welk dieet de cliënt volgt en waarom (ethisch, gezondheid, voorkeur).
    ● Zorg ervoor dat het eetpatroon voldoende voedingsstoffen bevat voor energie, herstel en algemene gezondheid.
    ● Overweeg een verwijzing naar een arts of specialist wanneer je extreme tekorten vermoedt.

  • Communicatie:
    “Het is belangrijk dat elk dieet, hoe specifiek ook, voldoende voedingsstoffen bevat voor je gezondheid, energie en herstel. Laten we samen kijken hoe we jouw voedingspatroon zo gebalanceerd mogelijk kunnen maken.”

38. Noem 10 producten die je lekker vindt en/of vaak eet.
Doel

Deze vraag geeft inzicht in de voorkeuren en eetgewoonten van de cliënt. Dit helpt bij het opstellen van voedingsadviezen die niet alleen effectief, maar ook realistisch en duurzaam zijn. Daarnaast kan het patronen onthullen, zoals een voorkeur voor bepaalde smaken (zoet, zout, vet) of een overmatige afhankelijkheid van specifieke producten.

coachingstip
  1. De lijst bestaat voornamelijk uit sterk bewerkte voedingsmiddelen (bijv. chips, fastfood, suikerhoudende snacks).
  2. Er is een gebrek aan eiwitrijke producten, groenten of volkoren voedingsmiddelen.
  3. De cliënt kiest voornamelijk producten met veel suiker, zout of verzadigd vet.
  • Vraag door:
    ● Waarom kies je vaak voor deze producten?
    ● Zijn er producten op de lijst waar je moeilijk vanaf kunt blijven?
    ● Heb je specifieke doelen met dit dieet? (bijv. gewichtsverlies, betere energie, gezondheid)
    ● Zijn er gezondere alternatieven die je ook lekker vindt?
    ● Ervaar je klachten die mogelijk gerelateerd zijn aan deze voedingskeuzes?

  • Actiepunten:
    Bepaal waarom deze producten vaak worden gegeten (bijv. gemak, smaak, gewoonte) en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Het is helemaal oké om te genieten van je favoriete producten. Samen kunnen we kijken naar een goede balans, zodat je blijft genieten én je gezondheidsdoelen behaalt.”

39. Noem 5 producten die je niet lekker vindt.
Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in voedingsmiddelen die de cliënt liever vermijdt, of dit nu door smaak, textuur, geur, of een negatieve associatie komt. Dit voorkomt dat voedingsadviezen producten bevatten die weerstand oproepen, wat de kans op naleving en succes vergroot. Het biedt ook ruimte om alternatieven te vinden die beter aansluiten bij de voorkeuren van de cliënt.

coachingstip
  1. De cliënt vermijdt veelvoorkomende voedingsgroepen (bijv. groenten, vis, peulvruchten).
  2. De afkeer beperkt de variatie in het voedingspatroon sterk.
  3. De afkeer is gebaseerd op negatieve ervaringen uit het verleden of vooroordelen, zonder hernieuwde pogingen.
  • Vraag door:
    ● Waarom vind je deze producten niet lekker? (smaak, geur, textuur)
    ● Heb je ze ooit op een andere manier bereid geprobeerd?
    ● Zijn er alternatieve voedingsmiddelen die je wel lekker vindt en die dezelfde voedingsstoffen bevatten?
    ● Zijn er specifieke gerechten waarbij deze producten wél acceptabel zijn?

  • Actiepunten:
    Zoek naar alternatieven die dezelfde voedingswaarde bieden.

  • Communicatie:
    “Het is helemaal oké om bepaalde dingen niet lekker te vinden. Er zijn vaak genoeg alternatieven die net zo voedzaam zijn en beter bij jouw smaak passen.”

40. Hoe zou je je huidige eetgewoonten beoordelen?

Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 = slecht en 10 = uitstekend.

Doel

Deze vraag geeft inzicht in hoe de cliënt zelf zijn of haar eetgewoonten ervaart. Dit subjectieve oordeel biedt waardevolle informatie over het zelfbeeld, bewustzijn en de mate van tevredenheid over het huidige voedingspatroon. Het fungeert ook als een progressie marker om veranderingen in eetgewoonten gedurende het traject zichtbaar te maken.

Score

Lager dan 7.

  • Vraag door:
    ● Waarom geef je je eetgewoonten deze score?
    ● Zijn er specifieke momenten waarop je het moeilijk vindt om gezond te eten?
    ● Wat zou volgens jou de grootste verbetering opleveren?
    ● Heb je eerder geprobeerd je eetgewoonten te veranderen? Wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    Bepaal specifieke knelpunten (bijv. planning, snackgedrag, gebrek aan structuur) en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Het is waardevol dat je hier eerlijk over bent. Kleine, haalbare aanpassingen kunnen al een groot verschil maken. Laten we samen kijken naar praktische stappen die bij jou passen.”

Hoger dan 7.

  • Vraag door:
    ● Wat gaat er al goed in je eetgewoonten?
    ● Welke gebieden zou je willen verbeteren?
    ● Zijn er specifieke momenten waarop je moeite hebt om gezonde keuzes te maken?
    ● Heb je het gevoel dat je genoeg energie haalt uit je eetpatroon?

  • Actiepunten:
    Bepaal verbeteringen en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Je hebt al een goede basis gelegd! Met een paar gerichte aanpassingen kunnen we jouw eetgewoonten naar een nog hoger niveau tillen.”

41. Hoe zou je je eetlust/hongergevoel omschrijven?

Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 1 = ik heb nooit honger en 10 = altijd hongerig.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in hoe de cliënt zijn of haar hongergevoel ervaart en hoe dit de eetgewoonten beïnvloedt. Een sterk verstoord hongergevoel kan wijzen op onregelmatige eetmomenten, een onevenwichtig dieet, stress, hormonale disbalans of onderliggende gezondheidsproblemen. Dit inzicht helpt bij het optimaliseren van maaltijdmomenten, portiegroottes en voedingssamenstelling.

Score

Lager dan 4.

  • Vraag door:
    ● Eet je regelmatig, zelfs als je geen honger hebt?
    ● Heb je recent veranderingen in je eetlust opgemerkt?
    ● Ben je recent veel afgevallen of aangekomen?
    ● Gebruik je medicijnen die je eetlust beïnvloeden?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal de mogelijke oorzaken voor de verminderde eetlust (bijv. stress, medicatie, hormonen) en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een arts bij aanhoudende klachten.

  • Communicatie:
    “Een gebrek aan hongergevoel kan verschillende oorzaken hebben. Samen kunnen we kijken hoe we je eetpatroon beter kunnen afstemmen op je energiebehoeften.”

Hoger dan 7.

  • Vraag door:
    ● Zijn er specifieke momenten waarop je meer honger ervaart?
    ● Hoe snel na een maaltijd krijg je weer honger?
    ● Wat eet je meestal als je honger hebt?
    ● Ervaar je ook emotionele honger (eten uit verveling, stress of verdriet)?
    ● Krijg je voldoende slaap en is de kwaliteit goed?

  • Actiepunten:
    Bepaal de mogelijke oorzaken voor de verhoogde eetlust (bijv. stress, medicatie, hormonen) en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.

  • Communicatie:
    “Constant honger hebben kan frustrerend zijn. Vaak kunnen we dit verbeteren door je maaltijden anders samen te stellen en mogelijke triggers te herkennen.”

42. Heb je last van eetbuien?

Ja / Regelmatig / Nee / Zelden.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de frequentie, triggers en emotionele aspecten van eetbuien. Eetbuien kunnen fysieke, emotionele of gedragsmatige oorzaken hebben, zoals honger door ondereten, stress, verveling of emotionele troost. Door deze patronen te begrijpen, kunnen effectieve strategieën worden ontwikkeld om eetbuien te verminderen of te voorkomen.

Score

Ja, regelmatig.

  • Vraag door:
    ● Hoe vaak heb je last van eetbuien?
    ● Zijn er specifieke momenten of situaties die eetbuien triggeren?
    ● Waar heb je dan vooral trek in? (bijv. zoet, zout, vet)
    ● Hoe voel je je na een eetbui?
    ● Heb je strategieën geprobeerd om eetbuien te verminderen?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal de mogelijke oorzaken voor de eetbuien en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist bij vermoedens van eetstoornissen.

  • Communicatie:
    “Eetbuien kunnen veel invloed hebben op je welzijn. Vaak helpt het om de triggers te herkennen en samen praktische stappen te zetten om hiermee om te gaan. Je bent hier niet alleen in.”

43. Heb je ooit een verband opgemerkt tussen je emoties en je eetgewoonten?

Ja / Nee.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de relatie tussen emoties en eetgedrag. Emotioneel eten kan leiden tot ongebalanceerde eetgewoonten, overeten of eetbuien. Dit inzicht is essentieel om gerichte strategieën te ontwikkelen die helpen bij bewustwording en gedragsverandering.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Welke emoties beïnvloeden je eetgedrag het meest?
    ● In welke situaties merk je dit het vaakst? (bijv. thuis, op werk, ‘s avonds)
    ● Wat eet je meestal in deze situaties?
    ● Hoe voel je je na een eetbui?
    ● Heb je eerder geprobeerd om dit patroon te doorbreken? Wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal de mogelijke oorzaken voor eten uit emotie en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist bij vermoedens van eetstoornissen.

  • Communicatie:
    “Het is heel menselijk dat emoties invloed hebben op eetgedrag. Samen kunnen we werken aan meer bewustwording en praktische stappen om hier gezonder mee om te gaan.”

44. Heb je ooit een verband opgemerkt tussen je stress en je eetgewoonten?

Ja / Nee.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de relatie tussen stress en eetgedrag. Stress kan leiden tot verschillende eetpatronen, zoals overeten, minder eten of het maken van ongezonde voedingskeuzes. Door dit verband te begrijpen, kunnen gerichte strategieën worden ontwikkeld om beter met stress om te gaan en het eetgedrag te stabiliseren.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoe beïnvloedt stress je eetgedrag? Eet je meer, minder, of anders?
    ● Heb je specifieke voedingsmiddelen waar je tijdens stress naar grijpt?
    ● Zijn er momenten waarop je stress en eetgedrag beter onder controle hebt?
    ● Hoe voel je je na een stress-gerelateerde eetbui of het overslaan van een maaltijd?
    ● Heb je eerder geprobeerd dit patroon te doorbreken? Wat werkte wel/niet?

  • Actiepunten:
    ● Bepaal de mogelijke oorzaken voor eten uit stress en overweeg hiervoor interventies in het veranderplan op te nemen.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist bij vermoedens van eetstoornissen.

  • Communicatie:
    “Stress heeft bij veel mensen invloed op eetgedrag. Het is belangrijk om te begrijpen hoe dit bij jou werkt, zodat we samen kunnen werken aan praktische strategieën om hier gezonder mee om te gaan.”

45. Ben je recent aangekomen of afgevallen? (+/- laatste 6 maanden)

Ja / Nee.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in recente veranderingen in lichaamsgewicht en mogelijke onderliggende oorzaken. Gewichtsschommelingen kunnen veroorzaakt worden door veranderingen in eetpatroon, fysieke activiteit, stress, hormonale factoren, medische aandoeningen of medicatie. Dit inzicht is essentieel bij het opstellen van een gepersonaliseerd voedings- en leefstijlplan.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Hoeveel ben je aangekomen of afgevallen?
    ● Over welke periode is dit gebeurd?
    ● Weet je wat de oorzaak is van deze verandering?
    ● Voel je je fysiek en mentaal anders sinds deze verandering?
    ● Is dit een gewenste verandering of baart het je zorgen?

  • Actiepunten:
    ● Analyseer de mogelijke oorzaken van de gewichtsveranderingen, beoordeel of deze gewenst zijn, en neem waar nodig interventies op in het veranderplan.
    ● Verwijs door naar een arts wanneer er sprake is van onverklaarbaar gewichtsverlies of -toename.

  • Communicatie:
    “Gewichtsveranderingen kunnen verschillende oorzaken hebben. Het is belangrijk om te begrijpen wat hieraan ten grondslag ligt, zodat we samen kunnen werken aan een plan dat bij jouw doelen en welzijn past.”

46. Heb je een verleden van aanzienlijk gewichtsverlies en -toename (meer dan 10%)?

Ja, aanzienlijk / Nee, nooit.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in eerdere schommelingen in lichaamsgewicht en de mogelijke oorzaken daarvan. Grote veranderingen in gewicht kunnen fysieke, mentale en emotionele sporen achterlaten, en kunnen duiden op onderliggende patronen, zoals crashdiëten, eetstoornissen, hormonale schommelingen of stress. Dit inzicht helpt bij het ontwikkelen van een duurzaam plan dat rekening houdt met eerdere ervaringen en valkuilen.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Kun je beschrijven wanneer deze gewichtsveranderingen hebben plaatsgevonden?
    ● Wat waren de oorzaken van deze veranderingen?
    ● Hoe voelde je je fysiek en mentaal tijdens die periodes?
    ● Heb je eerder hulp gezocht bij deze uitdagingen?
    ● Wat denk je dat je nu nodig hebt om stabiliteit te behouden?

  • Actiepunten:
    ● Analyseer de oorzaken van de gewichtsveranderingen, beoordeel of deze gewenst zijn, en neem waar nodig passende interventies op in het veranderplan.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist bij een voorgeschiedenis van eetstoornissen of hormonale problemen.

  • Communicatie:
    “Grote schommelingen in gewicht kunnen fysiek en mentaal uitdagend zijn. Het is belangrijk dat we samen een duurzaam plan maken dat past bij jouw lichaam en levensstijl.”

47. Heb je een verleden met verstoord eetgedrag?

Bijvoorbeeld: vaak diëten, een alles-of-niets mindset rondom voeding, strikte eetgewoontes, gevoelens van schuld of schaamte na het eten, of het gebruik van afslankpillen.

 

Ja, aanzienlijk / Nee, nooit.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de relatie van de cliënt met voeding en eetgedrag in het verleden. Verstoord eetgedrag kan variëren van frequente diëten en obsessieve controle tot emotioneel eten of gevoelens van schuld en schaamte na eetmomenten. Dit inzicht is essentieel om een ondersteunende, niet-oordelende aanpak te hanteren bij het ontwikkelen van een duurzaam voedingsplan.

Score

Ja.

  • Vraag door:
    ● Kun je beschrijven hoe je relatie met voeding vroeger was?
    ● Zijn er specifieke diëten of regels die je in het verleden hebt gevolgd?
    ● Voel je je wel eens schuldig of beschaamd na het eten?
    ● Zijn er bepaalde triggers die dit gedrag versterkten (bijv. stress, sociale druk, negatieve zelfbeelden)?
    ● Heb je eerder hulp gezocht voor deze uitdagingen?
    ● Ben je ooit gediagnosticeerd met een eetstoornis, zoals anorexia nervosa, boulimia nervosa of eetbuistoornis?

  • Actiepunten:
    ● Creëer een veilige, niet-oordelende ruimte voor open gesprekken.
    ● Leg de nadruk op een gebalanceerde, duurzame relatie met voeding in plaats van strikte regels.
    ● Overweeg doorverwijzing naar een specialist indien nodig.

  • Communicatie:
    “Een verleden met verstoord eetgedrag kan veel invloed hebben op hoe je nu naar voeding kijkt. We nemen de tijd om hier op een veilige en ondersteunende manier aan te werken, zonder strikte regels of schuldgevoelens.”

48. Hoe vaak kook je thuis?

Nooit / 1-2 maaltijden per dag / 3-4 maaltijden per dag

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de bereidingsgewoonten van de cliënt en de mate van controle over voedingskeuzes. Zelf koken biedt meer grip op portiegroottes, ingrediënten, en de balans tussen macronutriënten (eiwitten, koolhydraten, vetten). Dit inzicht helpt bij het adviseren over praktische stappen voor gezondere eetgewoonten, ongeacht hoe vaak iemand kookt.

Score

Nooit.

  • Vraag door:
    ● Waarom kook je nooit thuis? (bijv. tijdgebrek, gebrek aan interesse, vaardigheden)
    ● Heb je interesse om af en toe zelf te koken?
    ● Zijn er specifieke gerechten die je graag zou leren koken?

  • Actiepunten:
    Bespreek de redenen waarom de cliënt niet kookt (bijv. gebrek aan tijd, vaardigheden, motivatie) en overweeg of hiervoor interventies in het veranderplan nodig zijn.

  • Communicatie:
    “Zelf koken geeft je meer controle over wat je eet, maar het hoeft niet ingewikkeld te zijn. Zelfs één simpele zelfgemaakte maaltijd per week kan al een verschil maken.”

1-2 maaltijden.

  • Vraag door:
    ● Wat kook je meestal als je zelf kookt?
    ● Wat weerhoudt je ervan om vaker te koken?
    ● Heb je een plan of routine voor maaltijdbereiding?

  • Actiepunten:
    Bespreek de redenen waarom de cliënt niet vaker kookt (bijv. gebrek aan tijd, vaardigheden, motivatie) en overweeg of hiervoor interventies in het veranderplan nodig zijn.

  • Communicatie:
    “Je kookt al af en toe, en dat is een goed begin! Misschien kunnen we samen een plan maken om dit iets vaker te doen, op een manier die bij jouw levensstijl past.”

49. Hoe vaak eet je buiten de deur?

Nooit / 1-2 keer per week / 3-4 keer per week / Altijd

Doel

Deze vraag geeft inzicht in hoe vaak de cliënt kiest voor maaltijden buiten de deur en welke invloed dit heeft op hun voedingskeuzes. Eten buiten de deur biedt minder controle over portiegroottes, ingrediënten en de kwaliteit van voedingsmiddelen. Dit inzicht helpt om strategisch advies te geven, zoals het maken van gezondere keuzes in restaurants, het beheersen van portiegroottes en het vinden van een balans die past bij de doelen van de cliënt.

Score

Altijd: Dit wijst op een volledige afhankelijkheid van maaltijden buiten de deur.

  • Vraag door:
    ● Waarom eet je altijd buiten de deur? (bijv. geen tijd/vaardigheden om te koken, werkdruk, voorkeur)
    ● Heb je het gevoel controle te hebben over je voedingskeuzes?
    ● Zou je openstaan voor eenvoudige manieren om af en toe thuis te koken of andere gezonde aanpassingen?

  • Actiepunten:
    ● Achterhaal waarom de cliënt nooit thuis kookt. Mogelijke oorzaken zijn tijdsgebrek, een drukke levensstijl, of geen interesse in koken.
    ● Zoek naar gezonde restaurants of maaltijddiensten die voedzame opties bieden.
    ● Leer de cliënt eenvoudige manieren om voedingswaarde te verbeteren bij uit eten gaan, zoals het vervangen van friet door salade of het kiezen van water in plaats van frisdrank.
    ● Motiveer de cliënt om één keer per week een simpele thuismaaltijd te proberen, bijvoorbeeld een snelle salade of maaltijd met kant-en-klare ingrediënten.

  • Communicatie:
    ● “Ik zie dat je altijd buiten de deur eet. Dat is heel gebruikelijk voor mensen met een drukke levensstijl, maar het kan lastig zijn om daarbij je voedingsdoelen te halen. Ik help je graag met kleine, haalbare aanpassingen.”
    ● “We kunnen kijken naar restaurants of maaltijddiensten die gezonde opties bieden, zodat je makkelijk betere keuzes kunt maken zonder extra moeite.”
    ● “Zou je openstaan om bijvoorbeeld één keer per week een simpele maaltijd thuis te bereiden? Ik kan je tips geven voor gerechten die snel en makkelijk zijn.”

3-4 keer per week: Dit wijst op regelmatige afhankelijkheid van eten buiten de deur.

  • Vraag door:
    ● Wat maakt dat je vaker kiest voor buiten de deur eten? (bijv. tijdgebrek, gemak, geen zin om te koken)
    ● Heb je het gevoel dat dit een positieve of negatieve invloed heeft op je voedingsdoelen?
    ● Welke gezonde keuzes maak je momenteel, en waar zie je ruimte voor verbetering?

  • Actiepunten:
    ● Begrijp waarom de cliënt vaak buiten de deur eet (bijvoorbeeld gemak, sociale redenen, of tijdsgebrek).
    ● Adviseer bewustere keuzes, zoals gerechten met eiwitten en groenten, het vermijden van friet en sauzen.
    ● Moedig balans aan door op andere dagen thuis simpele, voedzame maaltijden te bereiden.

  • Communicatie:
    ● “Het is begrijpelijk dat je vaak buiten de deur eet, zeker met een drukke agenda. Maar wist je dat je door kleine aanpassingen, zoals het kiezen van gerechten met meer groenten en eiwitten, al veel kunt winnen?”
    ● “Als je geïnteresseerd bent, kan ik je tips geven voor snelle en eenvoudige maaltijden die je thuis kunt maken, zodat je een betere balans kunt vinden.”
    ● “Hoe zou het voor je zijn om buiten de deur eten bewust te plannen en te combineren met gezonde keuzes? Bijvoorbeeld door van tevoren het menu te bekijken en een gerecht te kiezen dat goed aansluit bij jouw doelen.”

50. Hoe vaak doe je boodschappen?

Dagelijks / Om de dag / 1 keer per week

Doel

Deze vraag geeft inzicht in hoe de cliënt zijn of haar boodschappenroutine organiseert. De frequentie van boodschappen doen kan invloed hebben op de voedselkeuzes, impulsieve aankopen, en het gemak waarmee gezonde keuzes worden gemaakt. Dit inzicht helpt bij het geven van praktische adviezen over maaltijdplanning en het creëren van een voedingspatroon dat past bij de leefstijl van de cliënt.

coachingstip

Dagelijks / om de dag.

  1. De cliënt doet (bijna) elke dag boodschappen, mogelijk zonder plan of lijstje.
  2. Er is een verhoogd risico op impulsieve aankopen van ongezonde snacks of kant-en-klaarmaaltijden.
  3. Dit kan duiden op gebrek aan maaltijdplanning en structuur.
  • Vraag door:
    ● Waarom doe je dagelijks boodschappen?
    ● Maak je een lijstje voordat je boodschappen doet?
    ● Koop je vaak impulsief producten die niet in je plan passen?
    ● Zou je openstaan voor meer planning en minder frequente boodschappen?

  • Actiepunten:
    Bespreek de redenen waarom de cliënt dagelijks boodschappen doet en overweeg of hiervoor interventies in het veranderplan nodig zijn.

  • Communicatie:
    “Dagelijkse boodschappen kunnen soms leiden tot impulsieve keuzes. Met een beetje planning kun je tijd besparen, terwijl je nog steeds geniet van verse producten.”

51. Gebruik je supplementen?

Ja / Nee.

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in het gebruik van voedingssupplementen, inclusief welke supplementen worden gebruikt, waarom en in welke dosering. Supplementen kunnen bijdragen aan een gebalanceerd voedingspatroon, maar verkeerd gebruik kan ineffectief of zelfs schadelijk zijn. Dit inzicht helpt bij het geven van gerichte adviezen over supplementgebruik, afgestemd op de behoeften en doelen van de cliënt.

coachingstip

Ja.

  • Vraag door:
    ● Welke supplementen gebruik je op dit moment?
    ● Waarom gebruik je deze supplementen? (bijv. op advies van een arts, eigen initiatief)
    ● Heb je ooit bijwerkingen ervaren van supplementen?
    ● Gebruik je medicijnen die interactie kunnen hebben met je supplementen?

  • Actiepunten:
    ● Geef advies over bewezen effectieve supplementen die passen bij de doelen en behoeften van de cliënt
    ● Adviseer overleg met een arts of diëtist bij twijfel over supplementgebruik.

  • Communicatie:
    “Supplementen kunnen nuttig zijn, maar ze zijn geen vervanging voor een gebalanceerd dieet. Laten we samen kijken of je supplementgebruik aansluit bij jouw doelen en behoeften.”

52. Wat zijn je grootste uitdagingen op het gebied van voeding?

Cravings / Niet weten wat ik moet eten / Te vaak uit eten gaan / Eten vanuit emoties of stress / Te grote maaltijden eten / Te snel eten / Gebrek aan voorbereiding / Snacken terwijl ik geen fysieke honger heb / Sociale druk / Zoetekauw / Gebrek aan tijd om maaltijden voor te bereiden / Anders

Doel

Deze vraag helpt inzicht te krijgen in de specifieke obstakels en frustraties die de cliënt ervaart rondom voeding. Uitdagingen kunnen variëren van praktische zaken (bijv. tijdgebrek, planning, koken) tot emotionele en gedragsmatige factoren (bijv. emotioneel eten, eetbuien, alles-of-niets mindset). Dit inzicht vormt een waardevolle basis om gepersonaliseerde strategieën te ontwikkelen die aansluiten bij de unieke situatie en behoeften van de cliënt.

coachingstip
  • Actiepunten:
    ● Identificeer de grootste uitdaging(en) en de impact hiervan op het dagelijks leven.
    ● Bespreek eerdere pogingen om deze uitdagingen aan te pakken en wat wel/niet heeft gewerkt.
    ● Bepaal welke interventies in het veranderplan nodig zijn.

  • Communicatie:
    “Het is heel normaal om uitdagingen rondom voeding te ervaren. Het belangrijkste is dat we samen kijken naar haalbare stappen om hiermee om te gaan, zonder schuldgevoelens of strikte regels.”

Afronding

53. Hebben we echt alles besproken?

Zijn er nog andere zaken die niet aan bod zijn gekomen, maar die belangrijk zijn om met mij te delen?

Disclaimer

Mijn diensten zijn ontworpen om je te onderwijzen, inspireren en motiveren om een gezonde leefstijl te creëren. Ik ben een voedings- en leefstijlprofessional en geen arts of diëtist. Daarom is niets van wat ik doe of publiceer bedoeld om een gezondheidsprobleem te diagnosticeren, behandelen, voorkomen of genezen. Raadpleeg altijd een arts om te bepalen of deze dienst geschikt voor je is. Als je ervoor kiest om door te gaan met onze diensten zonder goedkeuring van een arts, ga je akkoord dat dit op eigen risico is.

Google form

Via de onderstaande links kun je het volledige, invulbare intakeformulier inzien én een kopie maken van ons Google formulier, zodat je deze zelf kunt gebruiken en editen.


open intakeformulier


kopieër ons formulier