Eat big, get big. Die stelling is niet onjuist, maar leidt in de meeste gevallen tot onnodige vettoename. Spiergroei is namelijk redelijk simpel aan de oppervlakte: eet meer, dan kom je vanzelf aan. Maar hoe wordt vettoename geminimaliseerd? Hoe snel is te snel? Hoe maximaliseren we spiergroei?
Spieren zijn metabolisch gezien een hoge kostenpost. Om te overleven is het daarom enorm onhandig om meer spier mee te dragen dan nodig. Het lichaam gaat daarom voorzichtig om met het opbouwen van spiermassa. Met andere woorden: zonder de juiste omstandigheden te creëren, bouwt het lichaam geen spiermassa op. Ten eerste is er voor de gevorderde krachtsporter een calorie-overschot nodig in combinatie met de juiste macronutriënten. Daarnaast moet het lichaam geprikkeld worden door een uitdaging zodat het als reactie spiermassa aanmaakt. Krachttraining is hier het beste middel voor. Denk aan het SAID-principe uit het hoofdstuk over trainen.
‘Specific Adaptation to Imposed Demands’. Vrij vertaald betekent dit ‘de specifieke aanpassing door de opgelegde eis’. Alleen datgene wat we vermoeien of uitputten, zal veranderen. Hoe specifieker we zijn in de stimulus die vermoeidheid veroorzaakt, des te gerichter zal ons lichaam middelen inzetten om daar de aanpassingen te maken.
In dit hoofdstuk gaan we de volgende parameters bespreken:
Spiergroei is van nature een energie-intensief proces waarbij bouwstoffen nodig zijn. Voor spiergroei, ofwel hypertrofie, is een prikkel uit training nodig, die training kost energie. Het omzetten van eiwitten naar spiermassa vergt ook energie (Slater et al., 2019). Een logische aanpak zou zijn om de energie-inname te verhogen. Maar bij een hogere energie-inname verhoogt het lichaam zijn metabolisme. De vertering van meer voeding kost extra energie, en een grotere spiermassa verhoogt de energiekosten van dagelijkse activiteiten en training (Slater et al., 2019). Veel processen en situaties rondom spiergroei verhogen dus de energiebehoefte. Dit verklaart waarom de kans op spiergroei zo klein is tijdens een calorietekort (Murphy & Koehler, 2021).
Dit betekent niet dat een groter overschot beter is. De meeste cliënten willen spiergroei maximaliseren en vettoename minimaliseren. Een groter overschot leidt weliswaar tot iets meer spiergroei, maar resulteert vooral in meer vettoename (Ribeiro et al., 2019, Helms et al., 2023). Het effect verschilt per niveau: hoe meer gevorderd iemand is, hoe minder vatbaar voor spiergroei. Bij gevorderden leidt een groot overschot dus vooral tot onnodige vettoename. Daarom presteren ver gevorderde krachtsporters vaak beter met een kleiner overschot dan beginnende sporters (Trexler(z.d.), Aragon & Schoenfeld, 2020). De meest praktische manier om dit overschot te berekenen is via een percentage van de onderhoudscalorie-inname.
Logischerwijs bestaat er een maximale snelheid van spiergroei. Een studie naar elite atleten die waarschijnlijk dicht bij hun natuurlijke limiet zaten, toonde aan dat het optimum rond 0,25% gewichtstoename per week lag (Garthe et al., 2013). Bij snellere gewichtstoename nam voornamelijk de vetmassa toe. Een andere studie met krachtsporters van beginnend tot gevorderd niveau vond een optimum van ongeveer 0,55% per week (Smith et al., 2019). Het ideale tempo ligt ergens tussen deze waarden. Op basis van niveau gelden de volgende richtlijnen:
| Niveau | Calorie-overschot | Gewichtstoename/week |
|---|---|---|
| Beginner + Gevorderd | 10-20% | 0,25-0,5% |
| Vergevorderd | 5-10% | 0,1-0,25% |
Bij optimale omstandigheden wordt zoveel mogelijk spiermassa opgebouwd, maar enige vettoename is meestal onvermijdelijk. De duur van een spiergroeifase hangt daarom vooral af van hoeveel vettoename iemand acceptabel vindt. Aangezien het vetpercentage weinig invloed heeft op het vermogen om spieren op te bouwen, is er geen fysiologische limiet aan de lengte van een spiergroeifase. Omdat de gewichtstoename geleidelijk verloopt, is een spiergroeifase korter dan 4 weken niet effectief. Het advies is om minimaal 8 weken aan te houden.
| Gewichtsbehoud | |
|---|---|
| Licht actief* (< 3 uur / week training) |
12-14 |
| Gemiddeld actief (3-7 uur / week training) |
14-16 |
| Zeer actief (> 7 uur / week training) |
16-18 |
Dit is een schatting. Wanneer iemand zijn lichaamsgewicht en calorie-inname bijhoudt, wordt vanzelf duidelijk of deze schatting klopt.
Nu we de basis hebben vastgesteld, kijken we naar aanvullende strategieën die een voedingscoach kan inzetten om spiergroei te optimaliseren en vettoename te beperken.
In hoofdstuk 1 werd al besproken hoe belangrijk eiwitten zijn voor het opbouwen van spieren. Een inname van 1,6-2,4 gr per kilo lichaamsgewicht per dag is ruim voldoende (Aragon et al., 2017). Door het aanwezige calorie-overschot is er voldoende energie beschikbaar, waardoor de kans op spierverlies kleiner is. Om deze reden is 1,6 gr/kg al voldoende om de positieve effecten op spiergroei te maximaliseren.
Krachttraining is noodzakelijk voor spiergroei en vergt energie. Deze energie komt voornamelijk uit de anaerobe energiesystemen. Koolhydraten zijn hiervoor een essentiële energiebron. Daarom hanteren we de richtlijn van 3-8 g/kg uit hoofdstuk 1.
Een adequate vetinname speelt een belangrijke rol in het behouden van een gezonde hormoonhuishouding. In hoofdstuk 1 zagen we dat een vetinname van minimaal 0,7 g/kg lichaamsgewicht helpt om boven 20% van de totale calorie-inname te blijven. Dit minimum is belangrijk voor het behouden van testosteronniveaus (Aragon et al., 2017; Whittaker et al., 2021; Chappell et al., 2018). Een hogere vetinname is mogelijk, zolang dit niet ten koste gaat van eiwitten en koolhydraten, die een groter effect hebben op spiergroei.
Laten we nu kijken naar praktische manieren om deze aanbevelingen voor overschot en macronutriënten te implementeren.
Bij deze aanpak is de kleine foutmarge belangrijk. Daarom is het aan te raden om calorieën te tracken voor het inschatten van het overschot en de macro-inname. Dit kan bijvoorbeeld voor een korte periode van 2-4 weken om een voedingsritme op te bouwen. Daarna kan iemand zelfstandig dooreten op basis van dit ritme. Het is essentieel om de progressie goed te monitoren, waar we zo meer over bespreken. Komt iemand te snel aan in vet of groeit er geen spier? Dan is het verstandig om opnieuw calorieën te gaan tracken.
Een alternatieve aanpak is het constant tracken tijdens de gehele fase. Dit levert meer precisie op, maar vraagt ook meer toewijding. De voedingscoach en cliënt bepalen samen of dit de beste optie is.
Een praktisch hulpmiddel is het aanpassen van de eerder besproken bordindeling. Dit werkt vooral goed bij gevorderde krachtsporters die al bewust met voeding bezig zijn. Het draait vooral om bijsturen in de juiste richting. Een effectieve manier om de calorie-inname te verhogen is door de koolhydraatporties te vergroten van één naar twee à drie open handen. Hierbij kunnen ook minder complexe varianten worden gekozen, zoals witte rijst of pasta, zodat overmatige verzadiging geen belemmering vormt.
Naast voeding zijn er andere factoren die anabole processen bevorderen. Anabole processen zijn processen waarbij het lichaam weefsel opbouwt. Dit gebeurt het meest tijdens de slaap. Voldoende kwalitatieve slaap ondersteunt het herstelproces (Cunha et al., 2023) en maakt intensiever trainen mogelijk. Een slechte nachtrust leidt tot lagere testosteron- en groeihormoonspiegels, terwijl cortisol en ontstekingswaarden stijgen (Stich et al., 2022).
Deze laatste twee bevorderen juist katabole processen. Om deze reden kan overmatige stress spiergroei belemmeren. Vanwege het belang van goede nachtrust moeten we ook rekening houden met de effecten van alcohol op slaap. Onderzoek toont aan dat alcohol de REM-slaap—een cruciale fase waarin hersenen herstellen en verwerken—verstoort. In de eerste helft van de nacht wordt deze fase onderdrukt, terwijl de slaap in de tweede helft onrustiger en onderbroken wordt (Ebrahim et al., 2013). Om verstoring van het herstel te beperken, lijkt een veilige alcoholinname voor de meeste mensen rond de 0,5 gram alcohol per kg lichaamsgewicht te liggen.
Als we al deze parameters samenbrengen, krijgen we het volgende overzicht:
| Beginner + Gevorderd | Vergevorderd | |
| Calorie-overschot | 10-20% | 5-10% |
| Gewichtstoename/week | 0,25-0,5% | 0,1-0,25% |
| Eiwitten | 1,6-2,4 gr/kg | |
| Koolhydraten | 3-8 gr/kg | |
| Vetten | ≥0,7 gr/kg | |
| Slaap & stress | 7-9u kwaliteitsslaap en gecontroleerde stressniveaus | |
| Alcohol | ≤0,5 gr/kg |
De belangrijkste voedings- en leefstijlfactoren om spiergroei te faciliteren zijn nu in kaart gebracht. Het andere essentiële ingrediënt is krachttraining. De elementen die krachttraining succesvol maken voor spiergroei zijn in hoofdstuk 1 besproken. Daarom volgt hier een korte samenvatting van de belangrijkste punten:
Een spier kan op verschillende manieren groeien. Namelijk via myofibrillaire hypertrofie: hierbij neemt het aantal contractiele eiwitten (actine en myosine) in de spiercel toe. Of door middel van sarcoplasmatische hypertrofie: hierbij nemen de componenten rond de contractiele eiwitten toe, zoals andere eiwitten, vocht, celstructuren en glycogeen.
Om een trainingsadaptatie te bewerkstelligen moet er aan een aantal wetmatigheden worden voldaan. De belangrijkste hiervan zijn:
Voor spiergroei is de manier om een specifieke prikkel toe te passen mechanische spanning, letterlijk spanning op de spiervezel. Dit kan door meer gewicht, een grotere rek of langere tijd onder spanning door te brengen.
Deze principes vertalen zich naar een aantal gereedschappen die in de praktijk worden gebruikt om progressive overload op een specifieke manier toe te blijven passen.
Dit is in essentie hoe je als voedingscoach je cliënt helpt bij het opbouwen van spiermassa. Wil je leren hoe je dit gedetailleerd kunt programmeren en coachen, zodat je cliënten naar uitzonderlijke resultaten kunt begeleiden? Volg dan de Milo Personal Trainer opleiding.
Spiergroei is een complex proces dat optimaal verloopt onder specifieke omstandigheden. De belangrijkste factoren zijn een gematigd calorieoverschot (10-20% voor beginners, 5-10% voor gevorderden), voldoende eiwitinname (1,6-2,4 g/kg), adequate koolhydraten (3-8 g/kg) en essentiële vetten (≥0,7 g/kg). Daarnaast spelen leefstijlfactoren zoals voldoende slaap en stressmanagement een cruciale rol.
Effectieve krachttraining is essentieel en moet voldoen aan principes als specificiteit en progressive overload. De training moet zich richten op mechanische spanning via geschikte oefeningen, met de juiste intensiteit (60-85% 1RM), het optimale volume (10-20 sets per spiergroep per week) en frequentie (2-3× per week per spiergroep).
De volgende stap is deze kennis vertalen naar de situatie en het doel van een cliënt. Komt diegene te snel aan? Is de toename in gewicht spier of vet? Dit behandelen we in het volgende hoofdstuk.
https://vimeo.com/1069646087
In dit hoofdstuk leerde je de belangrijkste factoren die spiergroei maximaliseren. Het is belangrijk dat je niet alleen weet wat de richtlijnen zijn, maar ook waarom ze zo belangrijk zijn. Stel je voor dat je een fitfluencer bent met duizenden volgers. Je gaat een serie korte video’s maken van elk minder dan één minuut, waarin je uitlegt waar de onderstaande richtlijnen vandaan komen en waarom ze belangrijk zijn. Dit dwingt je de stof goed te begrijpen om het effectief samen te kunnen vatten. Schrijf voor jezelf de tekst voor elke video uit.
Wil je jezelf extra uitdagen om effectief samen te vatten? Neem jezelf dan op!
Spiergroei voor gevorderde sporters vraagt om voldoende energie en krachttraining
Adviezen:
– Vergevorderden: 0,1-0,25% gewichtstoename per week, calorieoverschot van 5-10%
– Beginners tot gevorderden: 0,25-0,5% gewichtstoename per week, calorieoverschot van 10-20%.
– ≥1,6 g eiwitten/kg
– 3-8 g koolhydraten/kg
– ≥0,7 g vetten/kg
Gebruik calorieën tracken als dit nodig is en stuur op productkeuze
Zorg voor voldoende slaap, manage stress en alcohol (≤0,5 g/kg)
Zorg voor krachttraining gericht op spiergroei:
– De juiste oefening
– 10-20 sets/week
– 1-3 RIR
– 6-15 reps
– 2-3×/week