Tijdens de zwangerschap ondergaat de zwangere vrouw ingrijpende anatomische en fysiologische veranderingen om de groeiende baby te voeden en ondersteunen. Deze veranderingen treden in na de bevruchting en verdwijnen grotendeels na de bevalling bij vrouwen met een ongecompliceerde zwangerschap. (Lockitch G, 1997).
Een zwangerschap duurt gemiddeld veertig weken en bestaat uit drie trimesters: het eerste trimester (week 1-12), het tweede trimester (week 13-27) en het derde trimester (week 28-40). In elk trimester vinden specifieke fysieke en hormonale aanpassingen plaats. Hieronder bespreken we de belangrijkste normale fysiologische veranderingen, waarbij we de structuur van module 1 volgen.
We bespreken de volgende onderdelen:
Het endocriene systeem speelt een centrale rol, omdat hormonale veranderingen de meeste andere aanpassingen tijdens de zwangerschap aansturen.
In het begin van de zwangerschap maakt de alvleesklier meer insuline aan en is het lichaam gevoeliger voor insuline. Hierdoor wordt glucose efficiënter opgenomen en opgeslagen als glycogeen, en wordt vetopslag gestimuleerd als energievoorraad voor later (Soma-Pillay et al., 2016; Meo & Hassain, 2016). Vanaf het tweede trimester daalt de insulinegevoeligheid door stijgende hormonen zoals humaan placentair lactogeen (hPL), cortisol en progesteron. Deze verminderde insulinewerking in vet- en spierweefsel zorgt ervoor dat er meer glucose beschikbaar blijft voor de groeiende baby (Soma-Pillay et al., 2016). Wanneer de alvleesklier onvoldoende extra insuline kan produceren om deze insulineresistentie te compenseren, kan zwangerschapsdiabetes ontstaan (Meo & Hassain, 2016).
De verminderde insulinegevoeligheid stimuleert lipolyse bij de moeder – het proces waarbij opgeslagen triglyceriden in vetcellen worden afgebroken tot vrije vetzuren en glycerol. Hierdoor gebruikt de moeder vetzuren als primaire energiebron, waardoor meer glucose en aminozuren beschikbaar blijven voor de baby (Meo & Hassain, 2016). Leptine en ghreline spelen waarschijnlijk een rol bij het reguleren van de eetlust tijdens de zwangerschap, maar de precieze mechanismen en effecten zijn nog niet volledig bekend.
Ter ondersteuning van de groei en ontwikkeling van de baby verdubbelen de cortisolspiegels tijdens de zwangerschap. Deze stijging draagt bij aan metabole aanpassingen en verhoogt de insulineresistentie, wat bij gevoelige vrouwen het risico op zwangerschapsdiabetes vergroot (Soma-Pillay et al., 2016; Vrijkotte et al., 2023).
Diverse hormonen spelen naast de veranderingen in eetlust, insulinegevoeligheid en vetverbranding een cruciale rol tijdens de zwangerschap. Een van de eerste is hCG (humaan choriongonadotrofine), dat al vroeg sterk stijgt en de aanmaak van progesteron stimuleert in het eerste trimester om de zwangerschap te behouden. hCG activeert ook de schildklier, wat het metabolisme versnelt en de jodiumbehoefte verhoogt (Glinoer, 1997). Jodium is onmisbaar voor de productie van schildklierhormonen, die zowel het metabolisme reguleren als essentieel zijn voor de hersenontwikkeling van de baby.
hCG beïnvloedt ook de smaak- en geurbeleving, waardoor eetvoorkeuren veranderen. Bepaalde voedingsmiddelen worden hierdoor als intens of onaangenaam ervaren. Wetenschappers vermoeden dat dit functioneert als beschermingsmechanisme tegen potentieel schadelijke voedingsmiddelen (Cole LA., 2012). Vaak ontstaat er een afkeer van bittere, vetrijke of eiwitrijke voedingsmiddelen zoals koffie, vlees en vis, terwijl er juist een sterke behoefte ontstaat aan mildere, koolhydraatrijke producten zoals brood, crackers en fruit.
Naarmate de zwangerschap vordert, zorgen progesteron en oestrogeen voor de groei van de baarmoeder, vertraging van de darmmotiliteit en de voorbereiding op borstvoeding. Deze hormonen spelen ook een belangrijke rol bij vetopslag en energieverdeling (Soma-Pillay et al., 2016). Relaxine zorgt voor het versoepelen van gewrichten en banden, waardoor het lichaam zich kan aanpassen aan de groeiende baby en zich voorbereidt op de bevalling. Deze hormonale aanpassingen werken samen om de veranderingen te coördineren die nodig zijn voor een gezonde zwangerschap.
Tijdens de zwangerschap veranderen de niveaus van oestrogeen, progesteron en cortisol ingrijpend. Deze hormonen beïnvloeden niet alleen de fysiologische aanpassingen van het lichaam, maar ook de stemming, cognitieve functies en emoties (Hoekzema et al., 2016).
Veel zwangere vrouwen ervaren stemmingswisselingen, een verhoogde gevoeligheid voor stress en vergeetachtigheid — een verschijnsel dat bekend staat als het “zwangerschapsbrein”. Dit komt waarschijnlijk door veranderingen in de hersenstructuur en de invloed van hormonen op neurotransmitters zoals serotonine en dopamine (Buckwalter et al., 2001).
Verwijs bij ernstige stemmingsproblemen of aanhoudende depressieve klachten altijd door naar een specialist.
Om voldoende zuurstof en voedingsstoffen te leveren aan de baby en de placenta – het tijdelijke orgaan dat essentieel is voor de groei en bescherming van de baby – neemt de totale hoeveelheid bloed in het lichaam met 30-50% toe. Om dit extra bloedvolume rond te pompen, stijgt het slagvolume, neemt de hartslag met gemiddeld 10-20 slagen per minuut toe (zie afbeelding 1) en verwijden de bloedvaten zich (vasodilatatie).
Deze vaatverwijding leidt in veel gevallen, vooral in het eerste en tweede trimester, tot een lagere bloeddruk. Dit kan duizeligheid, flauwvallen en verminderde inspanningstolerantie veroorzaken. Door de verhoogde doorbloeding van de huid, in combinatie met hormonale veranderingen en een verhoogde stofwisseling, kunnen zwangere vrouwen zich sneller warm voelen en transpireren ze eventueel meer.
Door de verhoogde bloedaanmaak stijgt de behoefte aan ijzer, dat nodig is voor de productie van hemoglobine – het eiwit dat zuurstof in het bloed transporteert. Een ijzertekort kan leiden tot bloedarmoede, met vermoeidheid en duizeligheid als gevolg.
In het derde trimester kunnen cardiovasculaire aanpassingen, hormonale veranderingen en de druk van de groeiende baarmoeder op de bekken- en beenbloedvaten zorgen voor vochtophoping (perifeer oedeem). Dit komt vooral voor in voeten, enkels, benen en soms de handen (Soma-Pillay P. et al, 2016).
Verder drukt de vergrote baarmoeder gedurende de zwangerschap de onderste holle ader (vena cava inferior) steeds meer dicht. Na week twintig is de bloedterugstroom naar het hart hierdoor sterk verminderd, waardoor hoogzwangere vrouwen een lage bloeddruk kunnen krijgen bij rugligging of langdurig staan.
Het bloedstollingssysteem verandert tijdens de zwangerschap, waarbij het bloed sneller stolt als bescherming tegen overmatig bloedverlies tijdens de bevalling. Deze aanpassing verhoogt echter ook het risico op trombose, met name bij een inactieve leefstijl (Soma-Pillay P. et al, 2016).
Het rustmetabolisme en zuurstofverbruik stijgen tijdens de zwangerschap, waardoor de zuurstofbehoefte aanzienlijk toeneemt (Soma-Pillay P. et al, 2016). Om hieraan te voldoen, stijgt de minuutventilatie – de totale hoeveelheid in- en uitgeademde lucht per minuut – met 30-50%. Deze toename komt voornamelijk door een groter ademvolume: zwangere vrouwen ademen dieper in, waardoor ze per ademhaling meer zuurstof binnenkrijgen (Costantine MM, 2014).
Tegelijkertijd duwt de groeiende baarmoeder het middenrif zo’n 4-5 cm omhoog. Daardoor is er iets minder ruimte voor de longen om volledig uit te zetten, vooral in de latere maanden van de zwangerschap. Hoewel dit de ademhaling wat beperkter kan laten aanvoelen, zorgt het dieper inademen ervoor dat vrouwen toch genoeg zuurstof blijven binnenkrijgen (Baldwin GR et al, 1977).
Door deze aanpassingen raken zwangere vrouwen sneller buiten adem, worden ze eerder vermoeid, zijn ze gevoeliger voor stress en verliezen ze meer vocht. Ook kunnen ze last krijgen van duizeligheid. Deze veranderingen beïnvloeden hun fysieke activiteit, slaapkwaliteit en stressregulatie.
Tijdens de zwangerschap verslappen de gladde darm- en maagspieren, waardoor de maaglediging en darmbeweging (peristaltiek) 30–50% trager worden (Parry et al., 1970). Deze vertraging geeft het lichaam meer tijd om voedingsstoffen en vocht op te nemen, wat de groei en ontwikkeling van de baby ondersteunt. Keerzijde is dat dit kan leiden tot klachten zoals verstopping, brandend maagzuur en een opgeblazen gevoel. In het derde trimester kan de groeiende baarmoeder extra druk op de darmen uitoefenen, wat de stoelgang verder vertraagt (Cappell & Garcia, 1998).
Misselijkheid komt voor bij 50–90% van de zwangere vrouwen (American College of Obstetrics and Gynecology, 2004). Hoewel de exacte oorzaak niet volledig bekend is, speelt het eerder genoemde hormoon hCG hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Recent onderzoek toont aan dat ook een toename van het hormoon GDF15 bijdraagt aan zwangerschapsmisselijkheid en hyperemesis gravidarum – een ernstige vorm van zwangerschapsmisselijkheid met extreem en aanhoudend braken (Fejzo et al, 2024).
Naast hormonale veranderingen speelt ook de vertraagde maaglediging een rol. Daarnaast worden een vitamine B6-tekort en een infectie met de maagbacterie Helicobacter pylori als mogelijke oorzaken genoemd (Verberg MF, 2007).
De klachten verdwijnen bij de meeste vrouwen rond week 20, maar 10-20% ervaart misselijkheid tot het einde van de zwangerschap (Cappell & Garcia, 1998). Bij ernstige gevallen van zwangerschapsmisselijkheid, zoals hyperemesis gravidarum, kan overmatig braken leiden tot uitdroging en tekorten aan vitamines en mineralen. Dit vereist soms een medische behandeling met vocht- en vitamine-infusen (American College of Obstetrics and Gynecology, 2004).
Naast deze veranderingen past ook de opname van voedingsstoffen zich aan. Zo nemen de darmen tijdens de zwangerschap ijzer efficiënter op, vooral in het tweede en derde trimester, wanneer de baby meer ijzer nodig heeft (Soma-Pillay P. et al, 2016). Toch komen ijzertekort en bloedarmoede voor, omdat de totale ijzerbehoefte hoger ligt dan wat vrouwen gemiddeld binnenkrijgen.
Tijdens de zwangerschap past het immuunsysteem zich aan om twee taken te vervullen: het beschermen van de moeder tegen infecties én het accepteren van de foetus, die deels lichaamsvreemd is vanwege het vaderlijke DNA (Pazos et al., 2012).
Voor deze balans worden sommige immuuncellen, zoals T-cellen die normaal sterke afweerreacties veroorzaken, minder actief. Dit verklaart waarom auto-immuunziekten tijdens de zwangerschap soms verbeteren. Tegelijkertijd worden andere immuuncellen, zoals monocyten, juist actiever om de moeder beter tegen bepaalde virale infecties te beschermen.
Een zwangerschap zorgt dus niet voor een totale onderdrukking van het immuunsysteem, maar voor een gerichte aanpassing. Hierdoor zijn zwangere vrouwen wel vatbaarder voor bepaalde infecties zoals griep, verkoudheid en urineweginfecties, maar juist beter beschermd tegen andere.
De placenta speelt ook een belangrijke rol bij het reguleren van het immuunsysteem en geeft antistoffen door aan de baby, waardoor deze na de geboorte beschermd is.
Tijdens de zwangerschap ondergaan gewrichten en spieren aanpassingen die het lichaam voorbereiden op de bevalling en helpen bij het dragen van het extra gewicht van de baby.
Het hormoon relaxine maakt bindweefsel en ligamenten soepeler, vooral in de onderrug en het bekken. Hierdoor worden de sacro-iliacale (SI) gewrichten en de pubische symfyse (voorkant bekken) beweeglijker, wat ruimte creëert voor de bevalling (Soma-Pillay P. et al, 2016). Deze toegenomen gewrichtslaxiteit zorgt echter ook voor meer instabiliteit en een hoger risico op blessures, vooral in het bekken en de onderrug.
Het zwaartepunt van het lichaam verschuift door de groeiende buik en borsten, wat de lichaamshouding verandert. De onderrug wordt holler (lumbale lordose), de nek buigt naar voren en de schouders zakken om deze nieuwe belasting op te vangen (Soma-Pillay P. et al, 2016). Deze aanpassingen kunnen leiden tot extra spanning op de rugspieren, resulterend in spierklachten en lage rugpijn, vooral in de laatste fase van de zwangerschap (Moore K, 1990).
Een veel voorkomende verandering tijdens de zwangerschap is diastasis recti, waarbij de rechte buikspieren gedeeltelijk of volledig van elkaar wijken (zie afbeelding). Hierbij rekt het bindweefsel van de linea alba uit en bolt de buikwand uit. Ongeveer 60% van de vrouwen krijgt hiermee te maken tijdens of na de zwangerschap. Hoewel diastasis recti vaak in verband wordt gebracht met klachten aan de onderrug en het bekken, is hier geen direct oorzakelijk verband voor aangetoond. Na de zwangerschap kan het wel leiden tot verminderde kracht bij flexie (buiging) en rotatie van de romp (Sperstadt et al, 2016).
De botstofwisseling ondergaat ook veranderingen. Door een verhoogde calciumbehoefte tijdens het derde trimester komt er meer calcium vrij uit de botten om de groei van de baby te ondersteunen (Soma-Pillay et al., 2016). Dit leidt tot tijdelijk botverlies, maar herstelt volledig na de zwangerschap. Studies tonen aan dat dit proces niet leidt tot een verhoogd risico op osteoporose later in het leven (Dörr HG et al, 1989).
Naast de aanpassingen in de verschillende lichaamssystemen verandert ook de verwerking van energie en voedingsstoffen in het lichaam. Hierdoor blijft er voldoende beschikbaar voor zowel de moeder als de baby (Meo & Hassain, 2016).
Tijdens de vroege zwangerschap staat energieopslag centraal (anabole fase). Het lichaam legt vetreserves aan en slaat extra glycogeen op in lever en spieren. Deze energievoorraad kan later in de zwangerschap worden gebruikt (Meo & Hassain, 2016).
In de latere zwangerschap verandert het metabolisme naar een katabole fase. De moeder gebruikt dan meer vet als energiebron, waardoor glucose en aminozuren beschikbaar blijven voor de groeiende baby. Door toegenomen lipolyse worden vetzuren een belangrijke energiebron voor de moeder (Meo & Hassain, 2016). Dit proces is cruciaal voor de energievoorziening van de foetus, omdat de placenta wel glucose en aminozuren doorlaat, maar geen grote vetmoleculen (Soma-Pillay et al., 2016).
Als het metabolisme zich niet goed aanpast tijdens de zwangerschap, kan het lichaam de energieverdeling niet effectief reguleren. Dit kan verschillende oorzaken hebben: genetische aanleg, ongezonde voeding, te weinig beweging of hormonale verstoringen zoals een te hoge cortisolproductie (Soma-Pillay et al., 2016; Meo & Hassain, 2016). Deze verstoring kan leiden tot overmatige vetopslag en verhoogde insulineresistentie, waardoor het risico op zwangerschapsdiabetes toeneemt (Meo & Hassain, 2016). Ook kan de foetus minder voedingsstoffen krijgen, wat de groei en ontwikkeling kan beïnvloeden (Soma-Pillay et al., 2016).
Gezonde eet- en leefgewoontes zijn daarom essentieel tijdens de zwangerschap. Een evenwichtige voeding en een actieve levensstijl helpen het lichaam om zich goed aan te passen en verminderen het risico op complicaties.
Tijdens de zwangerschap heeft het lichaam extra energie nodig voor drie belangrijke processen: de groei van de foetus, de lichamelijke veranderingen bij de moeder en de stijging van haar rustmetabolisme. De benodigde extra energie verschilt per trimester. De onderstaande tabel toont de gemiddelde extra dagelijkse caloriebehoefte voor zwangere vrouwen in Nederland (Gezondheidsraad, 2022).
| Trimester | Extra energiebehoefte (kcal/dag) |
| 1 | +80 |
| 2 | +310 |
| 3 | +570 |
Tabel: Dagelijkse extra energiebehoefte tijdens de zwangerschap
Het bekende gezegde dat zwangere vrouwen moeten ‘eten voor twee’ is niet waar. Dit geldt niet alleen voor het eerste trimester, maar ook voor het tweede en derde trimester.
Het is wel essentieel dat zwangere vrouwen voldoende energie binnenkrijgen om hun gewicht te onderhouden. Ze moeten minimaal evenveel eten als ze verbruiken, zonder onnodige verhoging van hun energie-inname. Daarom is het belangrijk om goed te luisteren naar signalen van het lichaam en de extra calorieën op een voedzame manier in te vullen.
Anna is 20 weken zwanger en had voor haar zwangerschap een stabiel gewicht met een gezond BMI. Ze heeft normaal gesproken ongeveer 2000 kcal per dag nodig om haar gewicht te onderhouden.
Op deze manier zorgt Anna ervoor dat zowel haar lichaam als haar baby voldoende energie krijgen, zonder onnodig veel te eten. In de praktijk blijkt dat het ontwikkelen van vaardigheden zoals het herkennen van veranderingen in eetlust, het omgaan met trek en afkeer van bepaalde voeding, en het opmerken van honger- en verzadigingssignalen vaak effectiever is voor zwangere vrouwen dan het volgen van een voorgeschreven aantal calorieën.
Obesitas is een van de meest complexe metabole aandoeningen, waarbij genetische aanleg en leefstijl elkaar beïnvloeden. Studies tonen aan dat genetische factoren een cruciale rol spelen bij zowel de ontwikkeling als de ernst van obesitas. Hierdoor zijn sommige mensen door hun genetische samenstelling vatbaarder voor gewichtstoename, zelfs wanneer zij zich inspannen op het gebied van voeding en beweging.
De impact van obesitas op het lichaam vereist directe aandacht. De uitdaging hierbij is dat obesitas een negatieve spiraal in het hele lichaam veroorzaakt.
Een gezonde gewichtstoename tijdens de zwangerschap is normaal en zelfs essentieel voor zowel de moeder als de baby. Zowel te weinig als te veel aankomen verhoogt het risico op zwangerschapscomplicaties. Er is echter geen universeel advies over de ideale gewichtstoename, omdat deze afhangt van verschillende factoren, zoals het startgewicht van de moeder en haar gezondheid. Toch biedt de Amerikaanse National Academy of Medicine algemene richtlijnen om een gezonde gewichtstoename tijdens de zwangerschap te ondersteunen (Institute of Medicine, 2009).
| BMI (bij de start van de zwangerschap) | Totale gewichts-toename (kg) | Gewichtstoename in 2e en 3e trimester per week / maand (kg)* |
| Ondergewicht (<18.5) | 12.5-18 kg | 0.51 kg / 2.04 kg |
| Gezond gewicht (18.5-24.9) | 11.5-16 kg | 0.42 kg / 1.68 kg |
| Overgewicht (25-29.9) | 7-11.5 kg | 0.28 kg / 1.12 kg |
| Obesitas (>30) | 5-9 kg | 0.22 kg / 0.88 kg |
*In het eerste trimester wordt uitgegaan van een gewichtstoename van 0,5–2 kg
Tabel: aanbevelingen voor de gewichtstoename tijdens de zwangerschap bij een eenling
| BMI (bij de start van de zwangerschap) | Totale gewichtstoename (kg) |
| Ondergewicht (<18.5) | onbekend |
| Gezond gewicht (18.5-24.9) | 17-25 kg |
| Overgewicht (25-29.9) | 14-23 kg |
| Obesitas (>30) | 11–19 kg |
Tabel: Aanbevolen gewichtstoename tijdens een tweelingzwangerschap
Vasten of een energiebeperkend dieet tijdens de zwangerschap wordt sterk afgeraden. Een te lage energie-inname kan leiden tot voedingsstoftekorten die de groei en ontwikkeling van de baby verstoren. Dit verhoogt het risico op een te laag geboortegewicht, wat vooral bij premature baby’s kan leiden tot ernstige complicaties zoals ademhalingsproblemen en een verhoogde kans op sterfte (Sharma et al., 2004). Voedingsstoftekorten kunnen bovendien de ontwikkeling van organen beïnvloeden, met mogelijk blijvende gevolgen (Wu et al., 2004). Bij vrouwen met obesitas kan gewichtsverlies tijdens de zwangerschap het risico op een te kleine baby extra verhogen (Kapadia et al., 2015). Ook voor de moeder zelf kan een energietekort nadelig zijn, met als gevolg een verminderde weerstand en een verhoogd risico op complicaties.
Zwangere vrouwen die om religieuze redenen willen vasten, bijvoorbeeld tijdens de ramadan, adviseren we om dit te bespreken met hun verloskundige, huisarts of gynaecoloog.
Het lichaam ondergaat tijdens de zwangerschap grote fysieke veranderingen die invloed kunnen hebben op zelfbeeld en zelfvertrouwen. Hoewel gewichtstoename een normaal en noodzakelijk proces is tijdens de zwangerschap, kunnen sociale en culturele verwachtingen leiden tot gevoelens van onzekerheid.
In veel culturen wordt slankheid geassocieerd met schoonheid en discipline. Sociale media en de opkomst van “fit pregnancy”-trends schetsen vaak een onrealistisch beeld waarin zwangere vrouwen alleen een groeiende buik hebben, zonder andere lichamelijke veranderingen. Dit kan onnodige druk creëren om slank te blijven, terwijl gewichtstoename juist essentieel is voor een gezonde zwangerschap.
Daarnaast krijgen zwangere vrouwen regelmatig opmerkingen over hun lichaam, zoals “Je bent echt groot geworden!” of “Je ziet er nauwelijks zwanger uit!”. Ook al zijn deze opmerkingen meestal goed bedoeld, ze kunnen gevoelens van onzekerheid versterken. Na de bevalling ervaren vrouwen bovendien maatschappelijke druk om snel weer “in shape” te komen, terwijl herstel en gezondheid voorop zouden moeten staan.
Hier zijn enkele praktische tips om cliënten te helpen realistisch om te gaan met lichaamsveranderingen:
Met een positieve en ondersteunende benadering help je cliënten zich comfortabeler te voelen in hun veranderende lichaam, waarbij de nadruk ligt op wat werkelijk belangrijk is: een gezonde zwangerschap en herstel.
Hoewel sommige vrouwen twijfelen over training tijdens de zwangerschap, is dit voor de meeste zwangeren veilig en biedt het veel gezondheidsvoordelen, mits correct uitgevoerd. Het helpt bij het behouden van een gezond gewicht, verlaagt het risico op complicaties en bereidt het lichaam voor op de bevalling en het herstel daarna.
Een zwangerschap is een van de meest veeleisende fysieke prestaties in het leven van een vrouw. Net zoals niemand onvoorbereid een marathon zou lopen, verdienen de bevalling en het herstel ook een goede voorbereiding.
Uit observatiestudies blijkt dat vrouwen die tijdens de zwangerschap trainen meer kans hebben op een natuurlijke bevalling. Ook hebben zij minder kans op overmatige gewichtstoename, zwangerschapsdiabetes, een keizersnede, een baby met een laag geboortegewicht, vroeggeboorte en hoge bloeddruk of pre-eclampsie (Berghella & Saccone, 2017).
Training bevordert daarnaast een sneller herstel na de bevalling (Price et al, 2012) en kan het risico op postpartum depressie verlagen (Nakamura, 2019). Een goede fysieke en cardiovasculaire conditie hangt ook samen met minder lichamelijke klachten. Denk aan lage rugpijn en ischias (irritatie of beknelling van een zenuw in de onderrug). Ook ervaren vrouwen minder pijn-gerelateerde bewegingsbeperkingen (Marin-Jimenez, 2019). Kortom, training is een essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl.
Vrouwen met een ongecompliceerde zwangerschap worden gestimuleerd om zowel voor, tijdens als na de zwangerschap aan kracht- en conditietraining te doen. Activiteiten met een hoog risico op buikletsel of balansverlies moeten worden vermeden (Berghella & Saccone, 2017).
De basisprincipes voor het opstellen van een trainingsprogramma voor zwangere cliënten zijn gelijk aan die voor niet-zwangeren.
Voor aanvang is het wel essentieel om zorgvuldig te controleren op medische factoren die training kunnen beperken of uitsluiten. Een positief advies van een arts en/of bekkenbodemfysiotherapeut is een absolute voorwaarde voor het geven van trainingsadviezen.
Daarnaast vereisen de anatomische en fysiologische veranderingen tijdens de zwangerschap speciale aandacht bij het samenstellen van een trainingsprogramma.
Door gewichtstoename verschuift het zwaartepunt van het lichaam, waardoor de lichaamshouding verandert. Als gevolg hiervan ervaart meer dan 60% van alle zwangere vrouwen lage rugpijn (Wang, 2004). Het versterken van de core-, bekken- en rugspieren kan dit risico verminderen.
Na 20 weken zwangerschap kan een rugligging ertoe leiden dat de baarmoeder grote bloedvaten afknelt. Dit kan een lagere bloeddruk en duizeligheid veroorzaken. Daarom moeten oefeningen zo worden aangepast dat een volledig horizontale rugligging wordt vermeden (Mottola et al, 2019).
Door de verminderde longcapaciteit kan het lichaam minder goed omgaan met anaerobe inspanningen (waarbij snel veel zuurstof nodig is). Hierdoor kunnen zwangere vrouwen ervaren dat intensieve trainingen, vooral bij overgewicht of obesitas, moeilijker vol te houden zijn en dat aanpassingen in het trainingsprogramma nodig kunnen zijn (Artal et al, 1986).
Tijdens de zwangerschap heeft een vrouw een iets hogere lichaamstemperatuur en kan haar lichaam warmte minder goed afvoeren, waardoor ze sneller oververhit kan raken. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat zwangere vrouwen tijdens training goed drinken, luchtige kleding dragen en situaties met extreme hitte en hoge luchtvochtigheid vermijden. Dit geldt vooral in het eerste trimester (ACOG).
Tijdens de zwangerschap beïnvloedt het hormoon relaxine de stabiliteit van het bekken, waardoor training soms moet worden aangepast om blessures en overbelasting te voorkomen. De focus ligt op stabiliteit, gecontroleerde bewegingen en het vermijden van te veel druk op het bekken en de gewrichten. Heeft een cliënt veel pijnklachten tijdens het trainen of in het dagelijks leven? Adviseer haar dan om een bekkenbodemfysiotherapeut te raadplegen.
Of je nu een cliënt begeleidt die vóór de zwangerschap al trainde, of een zwangere cliënt die wil starten met trainen: de aanpak is in de basis hetzelfde.
Het belangrijkste verschil zit in de intensiteit: vrouwen die voor de zwangerschap op matige tot hoge intensiteit trainden, kunnen deze intensiteit meestal aanhouden. Inactieve vrouwen starten beter met lage tot matige intensiteit om hun lichaam geleidelijk aan inspanning te laten wennen.
Om te zorgen dat een training niet te uitputtend wordt, kan een inspanningsschaal worden gebruikt. Een inspanningsschaal of RPE-schaal (Rate of Perceived Exertion) meet de intensiteit van een training op basis van hoe zwaar iemand de inspanning ervaart. In plaats van alleen op hartslag te vertrouwen, beoordeelt de persoon zelf hoe intens de oefening aanvoelt.
In onderstaande tabel wordt uitgelegd wat de verschillende cijfers op de inspanningsschaal betekenen:
| Cijfer / RPE | Activiteitsniveau | Voorbeeld |
| 1 | Weinig tot geen activiteit | Activiteiten (behalve slapen) zoals tv kijken, lezen of rijden in een auto. |
| 2-3 | Laag-intensieve activiteit | Makkelijke activiteiten die je urenlang kunt volhouden. Je kunt hierbij nog gemakkelijk een gesprek voeren. |
| 4-6 | Matig-intensieve activiteit | Activiteiten waarbij het voelt alsof je het urenlang kunt volhouden, maar je ademt zwaar en het is moeilijker om een gesprek te voeren. |
| 7-8 | Hoog-intensieve activiteit | Dit zijn activiteiten waarbij het ongemakkelijk kan voelen. Je kunt slechts één zin of een paar woorden tegelijk zeggen en de activiteit voor langere periode volhouden. |
| 9 | Zeer zware activiteit | Activiteiten die erg moeilijk uit te voeren zijn. Je voelt alsof je nauwelijks kunt ademen en kunt nauwelijks een woord uitspreken. |
| 10 | Maximale activiteit | Activiteiten waarbij het bijna onmogelijk is om door te gaan. Je kunt nauwelijks ademen en niet meer praten. |
Tabel: inspanningsschaal RPE
Wij adviseren om bij zwangere cliënten deze inspanningsschaal te gebruiken voor het monitoren van inspanning en het waar nodig aanpassen van de intensiteit van kracht- en conditietraining.
Langdurige of zeer intensieve training van meer dan 45 minuten kan een te lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) veroorzaken. Zorg daarom voor voldoende energie en koolhydraten vóór het sporten, of beperk de intensiteit en duur van de training om dit risico te vermijden (Soultanakis et al, 1996).
Als een cliënt te veel doet, kan het herstel tussen trainingen onvoldoende zijn. Let daarom op de volgende signalen:
Bij een of meer van deze signalen is het verstandig om de trainingsfrequentie en het trainingsvolume aan te passen.
Hoewel er in deze fase al veel veranderingen in het lichaam plaatsvinden, zijn er meestal nog geen aanpassingen nodig in het trainingsprogramma. Wel kunnen cliënten tijdens dit trimester last hebben van vermoeidheid, misselijkheid, hoofdpijn of andere lichamelijke ongemakken, waardoor ze minder vaak of intensief trainen dan gewenst. Benadruk dat dit volkomen normaal is en dat zelfzorg en voldoende rust prioriteit hebben. Trainingen forceren heeft geen zin als het niet goed voelt – moedig cliënten aan om naar hun lichaam te luisteren en te doen wat voor hen haalbaar is.
In tegenstelling tot het eerste trimester, dat vaak uitdagend is door zwangerschapsklachten, voelen de meeste vrouwen zich in het tweede trimester beter. Ze hebben meer energie, minder klachten en meer flexibiliteit in wanneer en hoe ze trainen. Dit is het ideale moment om optimaal van de trainingen te profiteren, aangezien trainen later in de zwangerschap lastiger kan worden door de groeiende buik.
Aan het begin van het tweede trimester kunnen de meeste vrouwen nog dezelfde oefeningen uitvoeren als vóór de zwangerschap en in het eerste trimester. Naarmate dit trimester vordert, zijn er echter belangrijke aanpassingen in het trainingsprogramma nodig.
Oefeningen waarbij de buik naar beneden is gericht, zoals de plank, push-up op de grond en mountain climber, moeten worden vermeden. Deze oefeningen veroorzaken extra druk op de voorste buikspieren en kunnen diastase – de natuurlijke scheiding van de linea alba (het bindweefsel tussen de ‘six-pack’-spieren) tijdens de zwangerschap – verergeren. Deze oefeningen kunnen worden vervangen door varianten in een verhoogde positie of door andere oefeningen. Hetzelfde geldt voor oefeningen in rugligging; ook deze kunnen beter in een verhoogde positie worden uitgevoerd.
Vanaf dit trimester is het verstandig om high-impact oefeningen zoals hardlopen, touwtjespringen en box jumps te beperken. De groeiende buik zorgt al voor extra druk op de bekkenbodem, en high-impact bewegingen versterken dit effect. Dit verhoogt het risico op blessures, incontinentie en bekkenbodemproblemen. Hoewel sommige vrouwen deze oefeningen probleemloos kunnen voortzetten, raden wij aan om voor veiligere alternatieven te kiezen omdat de risico’s groter zijn dan de voordelen.
Tot slot adviseren we om rustig in en uit posities te rollen tijdens oefeningen. Dit beperkt de druk op de voorste buikspieren en vermindert de kans op ernstige diastasis recti.
In dit trimester kunnen cliënten merken dat bepaalde oefeningen lastiger of oncomfortabeler aanvoelen. Dit is volkomen normaal. Training blijft belangrijk, maar de groeiende buik zorgt voor verminderde ondersteuning van de core en een zwaardere belasting van de bekkenbodem. Dit maakt sommige bewegingen moeilijker uit te voeren. Daarnaast is er een verhoogd risico op oververhitting.
Als coach moet je hier rekening mee houden door oefeningen met veel neerwaartse druk op de bekkenbodem te vermijden, zoals de barbell back squat. Vervang oefeningen door meer ondersteunende varianten, zoals de seated overhead press in plaats van de staande variant. Ook is het belangrijk om langere rustperiodes in te lassen en de intensiteit te verlagen om de lichaamstemperatuur beter te reguleren.
Doordat het lichaam in deze fase voortdurend extra gewicht draagt, kost bewegen meer energie en is er meer herstel nodig. Dit is het moment om de intensiteit van HIIT- of SIT-trainingen te verlagen. De energie hiervan kan beter worden gebruikt voor krachttraining, bevallingsvoorbereidende oefeningen (zoals supported deep squats, clamshells en scapular wall slides) en herstel.
Als een cliënt zich tijdens en na HIIT of SIT nog energiek voelt, kan ze deze trainingen voortzetten of haar schema aanpassen – bijvoorbeeld door ze alleen te doen op dagen zonder krachttraining. HIIT en SIT zijn in deze fase echter niet noodzakelijk.
Moedig cliënten aan om extra rustmomenten in te plannen. Vooral na een training is herstel essentieel, aangezien de bekkenbodem tijdens het trainen zwaar wordt belast. Vermijd daarom direct na de training langdurige staande activiteiten, zoals boodschappen doen of huishoudelijke taken, zodat de bekkenbodem voldoende kan herstellen.
De duur van trainen tijdens de zwangerschap is voor iedere vrouw anders. Sommige vrouwen stoppen enkele weken voor de bevalling, terwijl anderen tot aan de bevalling blijven trainen. Er bestaat hiervoor geen vaste richtlijn.
Zoals eerder benadrukt, is het belangrijk dat zwangere vrouwen goed naar hun lichaam luisteren. Voelt een cliënt zich niet goed genoeg voor een training? Adviseer haar dan deze over te slaan en eventueel op een later moment te doen. Ervaart ze duizeligheid, kortademigheid of andere zorgwekkende symptomen? Laat haar dan direct stoppen en contact opnemen met een zorgverlener voor advies.
Zwangere vrouwen moeten direct stoppen met trainen en medische hulp inschakelen bij de volgende symptomen:
Na de bevalling trainen veel vrouwen minder, wat het risico op overgewicht verhoogt (Minig, 2009). Dit is zonde, aangezien het hervatten of starten van een trainingsroutine juist bijdraagt aan langdurige gezondheidsvoordelen. Als coach speel je een belangrijke rol in het stimuleren van een gezonde leefstijl tijdens deze periode.
De opbouw van lichaamsbeweging hangt af van de bevallingswijze en eventuele complicaties. Begin pas wanneer dit medisch verantwoord is. Luister hierbij goed naar je lichaam en voel geen druk om te snel terug te keren naar intensieve training.
Hoewel veel vrouwen geneigd zijn om direct hun pre-zwangerschapstraining te hervatten of te kiezen voor intensieve baby-bootcamps om snel af te vallen, kan dit leiden tot blessures, overtraining en uitputting. De nadruk moet daarom liggen op een geleidelijke opbouw.
Als alles goed verloopt, is er na 4-5 maanden postpartum een sterke en stabiele basis opgebouwd voor terugkeer naar de trainingsroutine van voor de zwangerschap. Dit proces verloopt voor iedere vrouw anders en hangt af van haar individuele herstel.
Als coach is het essentieel om niet alleen de fysieke opbouw te begeleiden, maar ook aandacht te hebben voor de mindset van postpartum vrouwen. Rustig opbouwen, focus op herstel en goed luisteren naar het lichaam vormen samen de sleutel tot een duurzame en succesvolle terugkeer naar training.
Pre- en postnatale training en herstel zijn onderwerpen die veel dieper gaan dan we in deze opleiding kunnen behandelen. Voor meer verdieping raden we je aan om de cursus ‘Pre- & Postnataal Fitness Coach’ van SterkHer – dé specialist op dit gebied – te volgen. Kijk op www.sterkher.nl/cursus-postnataal-fitness/ voor meer info.
Je hebt nu inzicht gekregen in de belangrijkste veranderingen tijdens een zwangerschap en de verhoogde energiebehoefte die hiermee gepaard gaat. Voeding tijdens de zwangerschap draait echter om meer dan alleen energie en calorieën. De kwaliteit en samenstelling van de voeding spelen een essentiële rol in de gezondheid van zowel moeder als baby.
In het volgende deel bespreken we hoe zwangere vrouwen hun voeding optimaal kunnen samenstellen. We kijken naar essentiële voedingsstoffen, voedingsmiddelen die extra aandacht verdienen, wat ze beter kunnen vermijden en wanneer suppletie nodig is.
Er verandert veel in het lichaam tijdens een zwangerschap. Om cliënten goed te begeleiden is het belangrijk voor een voedingscoach goed te weten waarop te letten. Maak een samenvatting over dit hoofdstuk om te helpen de kennis goed te laten landen.
Wil je je kennis over het maken van samenvattingen opfrissen? Bekijk dan gerust de video nog een keer.
https://vimeo.com/1042746534?share=copy
Tips:
Zorg dat je de volgende vragen beantwoordt in je samenvatting:
Tijdens de zwangerschap treden er ingrijpende veranderingen op in verschillende lichaamssystemen, zoals het endocriene, cardiovasculaire, ademhalings-, spijsverterings-, immuun- en spierstelsel, evenals in het metabolisme, om de groeiende foetus te voeden en te ondersteunen.
De zwangerschap duurt gemiddeld veertig weken en is onderverdeeld in drie trimesters: 1e trimester (week 1-12), 2e trimester (week 13-27) en 3e trimester (week 28-40). Elk trimester brengt specifieke fysieke en hormonale aanpassingen met zich mee.
Tijdens en na de zwangerschap heeft het lichaam een verhoogde energiebehoefte.
Extra energiebehoefte verschilt per trimester en individu.
Een gezonde gewichtstoename tijdens de zwangerschap is normaal en zelfs essentieel voor zowel de moeder als de baby.
Ideale gewichtstoename is afhankelijk van verschillende factoren zoals startgewicht en gezondheid van de moeder.
Training tijdens de zwangerschap is voor de meeste zwangeren veilig, mits op de juiste manier uitgevoerd.
Helpt niet alleen om een gezond gewicht te behouden en het risico op complicaties te verlagen, maar bereidt het lichaam ook fysiek voor op de bevalling en het herstel daarna.
Kracht- en conditietraining worden als veilig beschouwd.
Ook training na de bevalling biedt langdurige gezondheidsvoordelen.
Wel moeten er een aantal anatomische en fysiologische veranderingen in overweging worden genomen bij het opstellen van een trainingsplan.