6.1 Theoretisch fundament

Content zoeken

Het theoretisch fundament

De eerste van twee testmomenten. Hier mag je laten zien hoe goed je theoretisch fundament is. We testen dit met een multiple-choice test waarin je vragen kunt verwachten over zowel het direct ophalen van kennis als de interpretatie daarvan. Dit betekent dat het belangrijk is om de theorie goed te kennen én deze in context te kunnen plaatsen.

Hoe bereid jij je optimaal voor?

In je voorbereiding is het essentieel dat je de gemaakte studieopdrachten opnieuw doorneemt en er actief mee aan de slag gaat. Hiervoor gebruik je de studietips.

 

Om te voorkomen dat je alleen maar eerder geschreven teksten herleest, raden we je aan om bij hoofdstukken verschillende opdrachten te maken of een studietip toe te passen op een eerder gemaakte opdracht.

 

Voorbeelden:

  1. Kies een studiemaatje uit je groep. Neem ieder een samenvatting van een ander hoofdstuk door en bespreek deze samen. De vertellende student neemt de leiding, terwijl de luisterende student kritische vragen stelt aan de hand van de eigen samenvatting. Zo worden beide samenvattingen scherper én leer je de stof in eigen woorden uit te leggen.
  2. Neem één van je cliënten. Verzamel al het uitgewerkte materiaal, van intake tot evaluatie. Schrijf een samenvatting over hoe de theorie tot leven komt in deze casus. Hoe zie je de ZDT terugkomen? Hydratie en vochtbalans? De sociale omgeving? Zet de theorieën goed uiteen en bespreek dit met je studiemaatje.
  3. Maak flashcards van je samenvatting. Zet een woord of concept op de voorkant en een beknopte uitleg op de achterkant. Ga actief door de stapel heen: leg kaartjes die je goed weet links, en die je nog niet beheerst rechts. Leg aan het einde de linkerstapel onder de rechterstapel. Zo komen de moeilijke vragen steeds als eerste. Pas spaced repetition toe om jezelf uit te dagen en het leerproces te optimaliseren.

Dit zijn slechts drie voorbeelden. We dagen je uit om de stof actief te herhalen in plaats van alleen maar passief door te lezen.

Herhaling van de studietips

Samenvatten

Vertel het aan een ander

Spaced repetition

Slimmer studeren

Voorwaarden

Je krijgt tijd voor 113 toetsvragen. Zodra je de toets opent, start het examen – zorg dus dat je klaar zit en niet weg hoeft totdat je klaar bent. Je moet de toets in één keer afmaken.

 

Na afronding krijg je direct de uitslag en feedback, zodat je precies weet wat je sterke en zwakke punten zijn.

 

Als je de toets de eerste keer niet haalt, krijg je één herkansing. Let op: beide kansen moet je benutten binnen de week dat de toets openstaat. We raden je daarom aan om niet te lang te wachten met je eerste poging.

 

Mocht je een herkansing gebruiken voor je theorie examen, dan heb je geen herkansing voor je praktijkexamen.

 

Let op: de voorwaardes die in hoofdstuk 6 staan (de grote finale: het examen) gelden hier ook. Dit is slechts een toevoeging op die voorwaardes.

Veelgestelde vragen

Mag ik praktijkexamen doen als ik de toets niet heb gehaald?

Ja dat mag je, wel moet je beide examens met een voldoende afronden om te slagen. 

In principes alles kennis en casuïstiek die wordt meegegeven in de online leeromgeving. 

Hieronder een beknopte uitleg per onderwerp:

Energiebalans

 

Focus op NEAT, metabolisme, honger- en verzadigingssignalen, slaap, en het effect van beweging op energie-inname en -verbruik.

Macronutriënten

 

Kennis over eiwitten, vetten, koolhydraten, GI/GL, suiker, alcohol en hun rol in gezondheid en lichaamscompositie.

Training

 

Gaat over progressive overload, hypertrofie vs kracht, VO₂max, metabolische adaptatie, trainingsvormen en hun effect op gezondheid en vetverlies.

Metabool syndroom en metabole ziektes

Richt zich op leefstijlgerelateerde aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, insulineresistentie, en de rol van stress en gedrag.

Vaardigheden en acties

 

Praktische coachingacties zoals langzamer eten, wandelen na het eten, omgaan met stress, en het kiezen van effectieve leefstijlinterventies.

Droogtrainen

 

Onderwerpen als leptine, herstelfases, spierbehoud, hormonale aanpassingen, en realistische verwachtingen bij vetverlies.

Meta-skills

 

Gaat over zelfcompassie, flexibele mindset, terugvalpreventie, en het ontwikkelen van duurzame gedragsstrategieën.

Micronutriënten

 

Belang van volwaardige voeding, opname van vitamines en mineralen, en het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.

Supplementen

 

Wanneer supplementen zinvol zijn, placebo-effect, risico’s bij medicatiegebruik, en de voorkeur voor voeding boven suppletie.

Gezondheidsmarkers

 

Behandelt tailleomtrek, BMI, VO₂max en psychologische voorspellers van gedragsverandering.

Wat meet een voedingscoach?

 

Praktische meetmethodes zoals taille en gripkracht, interpretatie van data, en realistische verwachtingen.

Is gezondheid meetbaar?

 

Nut van tests, verschil tussen biomarkers en lifestylemarkers, en praktische toepasbaarheid van metingen.

Individuele psychologie

 

Zelfdeterminatietheorie (SDT), autonomie, competentie, motivatie en gedragsbeïnvloeding.

Lichaamsrecompositie

 

Wanneer recompositie mogelijk is, rol van vetpercentage en trainingsniveau.

Spiergroei

 

Richtlijnen rond eiwitinname, trainingsaanpak, gewichtstoename, vetinname en herstel in groeifases.

Hydratatie

 

Dorstsignaal, urinekleur als indicator en risico’s zoals hyponatriëmie.

Fysieke en sociale omgeving

 

De obesogene omgeving, werkcontext, sociale verleidingen en hun impact op gedrag.

Lichamelijke systemen

 

Zenuwstelsel, spierweefsel en de rol van de darmflora in eetgedrag en stemming.

Biopsychosociaal model

 

Samenhang tussen biologische, psychologische en sociale factoren in leefstijlcoaching.

Intake

 

Verschillen tussen SMART- en WOOP-doelen en het belang van obstakels en motivatie.

Zwangerschap

Behandelt fysiologische veranderingen, voedingsbehoefte, trainingsaanpassingen en risico’s tijdens de zwangerschap.

Ja dat mag je, wel moet je beide examens met een voldoende afronden om te slagen. 

In principes alles kennis en casuïstiek die wordt meegegeven in de online leeromgeving. 

Hieronder een beknopte uitleg per onderwerp:

Energiebalans

 

Focus op NEAT, metabolisme, honger- en verzadigingssignalen, slaap, en het effect van beweging op energie-inname en -verbruik.

Macronutriënten

 

Kennis over eiwitten, vetten, koolhydraten, GI/GL, suiker, alcohol en hun rol in gezondheid en lichaamscompositie.

Training

 

Gaat over progressive overload, hypertrofie vs kracht, VO₂max, metabolische adaptatie, trainingsvormen en hun effect op gezondheid en vetverlies.

Metabool syndroom en metabole ziektes

Richt zich op leefstijlgerelateerde aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, insulineresistentie, en de rol van stress en gedrag.

Vaardigheden en acties

 

Praktische coachingacties zoals langzamer eten, wandelen na het eten, omgaan met stress, en het kiezen van effectieve leefstijlinterventies.

Droogtrainen

 

Onderwerpen als leptine, herstelfases, spierbehoud, hormonale aanpassingen, en realistische verwachtingen bij vetverlies.

Meta-skills

 

Gaat over zelfcompassie, flexibele mindset, terugvalpreventie, en het ontwikkelen van duurzame gedragsstrategieën.

Micronutriënten

 

Belang van volwaardige voeding, opname van vitamines en mineralen, en het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.

Supplementen

 

Wanneer supplementen zinvol zijn, placebo-effect, risico’s bij medicatiegebruik, en de voorkeur voor voeding boven suppletie.

Gezondheidsmarkers

 

Behandelt tailleomtrek, BMI, VO₂max en psychologische voorspellers van gedragsverandering.

Wat meet een voedingscoach?

 

Praktische meetmethodes zoals taille en gripkracht, interpretatie van data, en realistische verwachtingen.

Is gezondheid meetbaar?

 

Nut van tests, verschil tussen biomarkers en lifestylemarkers, en praktische toepasbaarheid van metingen.

Individuele psychologie

 

Zelfdeterminatietheorie (SDT), autonomie, competentie, motivatie en gedragsbeïnvloeding.

Lichaamsrecompositie

 

Wanneer recompositie mogelijk is, rol van vetpercentage en trainingsniveau.

Spiergroei

 

Richtlijnen rond eiwitinname, trainingsaanpak, gewichtstoename, vetinname en herstel in groeifases.

Hydratatie

 

Dorstsignaal, urinekleur als indicator en risico’s zoals hyponatriëmie.

Fysieke en sociale omgeving

 

De obesogene omgeving, werkcontext, sociale verleidingen en hun impact op gedrag.

Lichamelijke systemen

 

Zenuwstelsel, spierweefsel en de rol van de darmflora in eetgedrag en stemming.

Biopsychosociaal model

 

Samenhang tussen biologische, psychologische en sociale factoren in leefstijlcoaching.

Intake

 

Verschillen tussen SMART- en WOOP-doelen en het belang van obstakels en motivatie.

Zwangerschap

Behandelt fysiologische veranderingen, voedingsbehoefte, trainingsaanpassingen en risico’s tijdens de zwangerschap.