De eerste van twee testmomenten. Hier mag je laten zien hoe goed je theoretisch fundament is. We testen dit met een multiple-choice test waarin je vragen kunt verwachten over zowel het direct ophalen van kennis als de interpretatie daarvan. Dit betekent dat het belangrijk is om de theorie goed te kennen én deze in context te kunnen plaatsen.
In je voorbereiding is het essentieel dat je de gemaakte studieopdrachten opnieuw doorneemt en er actief mee aan de slag gaat. Hiervoor gebruik je de studietips.
Om te voorkomen dat je alleen maar eerder geschreven teksten herleest, raden we je aan om bij hoofdstukken verschillende opdrachten te maken of een studietip toe te passen op een eerder gemaakte opdracht.
Voorbeelden:
Dit zijn slechts drie voorbeelden. We dagen je uit om de stof actief te herhalen in plaats van alleen maar passief door te lezen.
Je krijgt tijd voor 113 toetsvragen. Zodra je de toets opent, start het examen – zorg dus dat je klaar zit en niet weg hoeft totdat je klaar bent. Je moet de toets in één keer afmaken.
Na afronding krijg je direct de uitslag en feedback, zodat je precies weet wat je sterke en zwakke punten zijn.
Als je de toets de eerste keer niet haalt, krijg je één herkansing. Let op: beide kansen moet je benutten binnen de week dat de toets openstaat. We raden je daarom aan om niet te lang te wachten met je eerste poging.
Mocht je een herkansing gebruiken voor je theorie examen, dan heb je geen herkansing voor je praktijkexamen.
Let op: de voorwaardes die in hoofdstuk 6 staan (de grote finale: het examen) gelden hier ook. Dit is slechts een toevoeging op die voorwaardes.
Ja dat mag je, wel moet je beide examens met een voldoende afronden om te slagen.
In principes alles kennis en casuïstiek die wordt meegegeven in de online leeromgeving.
Hieronder een beknopte uitleg per onderwerp:
Energiebalans
Focus op NEAT, metabolisme, honger- en verzadigingssignalen, slaap, en het effect van beweging op energie-inname en -verbruik.
Macronutriënten
Kennis over eiwitten, vetten, koolhydraten, GI/GL, suiker, alcohol en hun rol in gezondheid en lichaamscompositie.
Training
Gaat over progressive overload, hypertrofie vs kracht, VO₂max, metabolische adaptatie, trainingsvormen en hun effect op gezondheid en vetverlies.
Metabool syndroom en metabole ziektes
Richt zich op leefstijlgerelateerde aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, insulineresistentie, en de rol van stress en gedrag.
Vaardigheden en acties
Praktische coachingacties zoals langzamer eten, wandelen na het eten, omgaan met stress, en het kiezen van effectieve leefstijlinterventies.
Droogtrainen
Onderwerpen als leptine, herstelfases, spierbehoud, hormonale aanpassingen, en realistische verwachtingen bij vetverlies.
Meta-skills
Gaat over zelfcompassie, flexibele mindset, terugvalpreventie, en het ontwikkelen van duurzame gedragsstrategieën.
Micronutriënten
Belang van volwaardige voeding, opname van vitamines en mineralen, en het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.
Supplementen
Wanneer supplementen zinvol zijn, placebo-effect, risico’s bij medicatiegebruik, en de voorkeur voor voeding boven suppletie.
Gezondheidsmarkers
Behandelt tailleomtrek, BMI, VO₂max en psychologische voorspellers van gedragsverandering.
Wat meet een voedingscoach?
Praktische meetmethodes zoals taille en gripkracht, interpretatie van data, en realistische verwachtingen.
Is gezondheid meetbaar?
Nut van tests, verschil tussen biomarkers en lifestylemarkers, en praktische toepasbaarheid van metingen.
Individuele psychologie
Zelfdeterminatietheorie (SDT), autonomie, competentie, motivatie en gedragsbeïnvloeding.
Lichaamsrecompositie
Wanneer recompositie mogelijk is, rol van vetpercentage en trainingsniveau.
Spiergroei
Richtlijnen rond eiwitinname, trainingsaanpak, gewichtstoename, vetinname en herstel in groeifases.
Hydratatie
Dorstsignaal, urinekleur als indicator en risico’s zoals hyponatriëmie.
Fysieke en sociale omgeving
De obesogene omgeving, werkcontext, sociale verleidingen en hun impact op gedrag.
Lichamelijke systemen
Zenuwstelsel, spierweefsel en de rol van de darmflora in eetgedrag en stemming.
Biopsychosociaal model
Samenhang tussen biologische, psychologische en sociale factoren in leefstijlcoaching.
Intake
Verschillen tussen SMART- en WOOP-doelen en het belang van obstakels en motivatie.
Zwangerschap
Behandelt fysiologische veranderingen, voedingsbehoefte, trainingsaanpassingen en risico’s tijdens de zwangerschap.
Ja dat mag je, wel moet je beide examens met een voldoende afronden om te slagen.
In principes alles kennis en casuïstiek die wordt meegegeven in de online leeromgeving.
Hieronder een beknopte uitleg per onderwerp:
Energiebalans
Focus op NEAT, metabolisme, honger- en verzadigingssignalen, slaap, en het effect van beweging op energie-inname en -verbruik.
Macronutriënten
Kennis over eiwitten, vetten, koolhydraten, GI/GL, suiker, alcohol en hun rol in gezondheid en lichaamscompositie.
Training
Gaat over progressive overload, hypertrofie vs kracht, VO₂max, metabolische adaptatie, trainingsvormen en hun effect op gezondheid en vetverlies.
Metabool syndroom en metabole ziektes
Richt zich op leefstijlgerelateerde aandoeningen zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, insulineresistentie, en de rol van stress en gedrag.
Vaardigheden en acties
Praktische coachingacties zoals langzamer eten, wandelen na het eten, omgaan met stress, en het kiezen van effectieve leefstijlinterventies.
Droogtrainen
Onderwerpen als leptine, herstelfases, spierbehoud, hormonale aanpassingen, en realistische verwachtingen bij vetverlies.
Meta-skills
Gaat over zelfcompassie, flexibele mindset, terugvalpreventie, en het ontwikkelen van duurzame gedragsstrategieën.
Micronutriënten
Belang van volwaardige voeding, opname van vitamines en mineralen, en het verschil tussen bewerkte en onbewerkte voeding.
Supplementen
Wanneer supplementen zinvol zijn, placebo-effect, risico’s bij medicatiegebruik, en de voorkeur voor voeding boven suppletie.
Gezondheidsmarkers
Behandelt tailleomtrek, BMI, VO₂max en psychologische voorspellers van gedragsverandering.
Wat meet een voedingscoach?
Praktische meetmethodes zoals taille en gripkracht, interpretatie van data, en realistische verwachtingen.
Is gezondheid meetbaar?
Nut van tests, verschil tussen biomarkers en lifestylemarkers, en praktische toepasbaarheid van metingen.
Individuele psychologie
Zelfdeterminatietheorie (SDT), autonomie, competentie, motivatie en gedragsbeïnvloeding.
Lichaamsrecompositie
Wanneer recompositie mogelijk is, rol van vetpercentage en trainingsniveau.
Spiergroei
Richtlijnen rond eiwitinname, trainingsaanpak, gewichtstoename, vetinname en herstel in groeifases.
Hydratatie
Dorstsignaal, urinekleur als indicator en risico’s zoals hyponatriëmie.
Fysieke en sociale omgeving
De obesogene omgeving, werkcontext, sociale verleidingen en hun impact op gedrag.
Lichamelijke systemen
Zenuwstelsel, spierweefsel en de rol van de darmflora in eetgedrag en stemming.
Biopsychosociaal model
Samenhang tussen biologische, psychologische en sociale factoren in leefstijlcoaching.
Intake
Verschillen tussen SMART- en WOOP-doelen en het belang van obstakels en motivatie.
Zwangerschap
Behandelt fysiologische veranderingen, voedingsbehoefte, trainingsaanpassingen en risico’s tijdens de zwangerschap.