In deze opleiding leer je principes uit de leerpsychologie om twee belangrijke redenen. Ten eerste is leren de weg naar duurzame verandering. Ervaringen uit het verleden vormen immers ons toekomstige gedrag.
Door nieuwe kennis en vaardigheden eigen te maken, ontwikkel je duurzamer gedrag. Ten tweede ligt er een uitdaging in het structureren van je leerervaringen, zodat de kennis daadwerkelijk beklijft en je deze effectief kunt toepassen in toekomstige situaties.
Je moet eerst zelf veranderen – en dus leren – voordat je impact kunt maken op het gedrag van je cliënten.
Praktisch gezien ziet dit er zo uit:
De eerste stap is het begrijpen van het leerproces zelf, zodat je jouw cliënten effectief kunt begeleiden bij het opdoen van nieuwe kennis en ervaringen. Leren is een proces van informatie ontvangen, verwerken en opslaan. De basistheorie die je hier leert, gaat niet over voedingskeuzes, maar over hoe het brein leert en informatie verwerkt.
Leren kun je definiëren als elk proces waarbij een ervaring op een bepaald moment leidt tot veranderingen in gedrag in de toekomst. Deze definitie benadrukt twee belangrijke elementen:
Hier maak je kennis met een theorie die je zal helpen om leermomenten optimaal te benutten en de opgedane kennis effectief toe te passen. Deze informatieverwerkingstheorie vormt een fundament voor het begrijpen van gedragsverandering. Door deze theorie te vertalen naar praktische strategieën, ontwikkel je jezelf tot een betere student, professor, en coach.
De informatieverwerkingstheorie, ontwikkeld door Atkinson en Shiffrin in de jaren ’60, biedt inzicht in hoe we informatie ontvangen, verwerken, opslaan en ophalen. Hoewel het een vereenvoudigd model is, vormt het een waardevol uitgangspunt.
Sensorisch geheugen – Hier wordt informatie van de zintuigen kort vastgehouden (0,5-3 seconden).
Werkgeheugen – Hier wordt informatie actief gebruikt en gekoppeld aan bestaande kennis.
Langetermijngeheugen – Hier wordt relevante informatie gecodeerd en langdurig opgeslagen.
Het sensorisch geheugen vangt meer informatie op dan het werkgeheugen kan verwerken. Deze informatie wordt slechts kort vastgehouden (0,5-3 seconden) zonder bewuste verwerking. Dit mechanisme is essentieel voor ons overleven, omdat het ons in staat stelt direct op prikkels te reageren, zelfs zonder bewuste waarneming.
Het werkgeheugen is de plek waar nieuwe informatie uit het sensorisch geheugen samenkomt met bekende informatie uit het langetermijngeheugen. Hier vindt actieve informatieverwerking plaats, maar wel met duidelijke beperkingen: het kan slechts 7-9 informatieblokken tegelijk verwerken en houdt deze maar 5-15 seconden vast.
Stel, een cliënt geeft aan vast te lopen met het bijhouden van calorieën in een fitness-app. Je overweegt de volgende vragen:
Als coach is jouw taak om niet alleen informatie uit het werkgeheugen te gebruiken, maar ook relevante kennis uit het langetermijngeheugen op te halen en deze strategisch in te zetten. Dit helpt de cliënt om opnieuw vertrouwen te krijgen in het proces en gedrag duurzaam te veranderen. De manier waarop je nieuwe sensorische informatie verzamelt, waar je op focust en welke kennis je beschikbaar hebt vanuit het langetermijngeheugen heeft grote invloed op de impact die je kunt maken. Dat maakt leren een echte superkracht.
Niet alle informatie komt in het langetermijngeheugen terecht; het brein filtert op basis van relevantie en belang. Coderen is het proces waarbij informatie van het kortetermijn- naar het langetermijngeheugen gaat. Omdat dit proces energie kost, richt het brein zich voornamelijk op informatie die direct relevant is of positieve feedback oplevert.
Tijdens je eerste rijles moet je veel nieuwe handelingen tegelijk onder de knie krijgen. Je hebt waarschijnlijk nog nooit gestuurd, gas gegeven of een groot, zwaar voertuig bestuurd. Daarnaast moet je rekening houden met andere weggebruikers en continu afstanden inschatten. Het schakelen vormt hierbij een extra uitdaging. Als dit alles plaatsvindt op een druk verkeerspunt in een onbekende stad, is de kans op succes klein. Je handelingssnelheid neemt dan sterk af. Om deze nieuwe vaardigheden te leren, moet je ze bewust stap voor stap doorlopen. Er is veel nieuwe informatie te verwerken voordat je vlot en automatisch kunt handelen.
Om effectief en efficiënt te leren en kennis duurzaam te verankeren, is het essentieel te begrijpen welke obstakels we kunnen tegenkomen en hoe we deze kunnen omzeilen voordat we aan het leerproces beginnen. Ook moeten we weten wat we kunnen verwachten tijdens dit proces. We verkennen verschillende theorieën en strategieën die je helpen om je leerproces te optimaliseren.
De Cognitieve Belasting Theorie (CBT), ontwikkeld door John Sweller, beschrijft de werking en beperkingen van het werkgeheugen bij het verwerken van nieuwe informatie. Het werkgeheugen heeft zowel een beperkte capaciteit als duur, waardoor een overmaat aan complexe of irrelevante informatie het leerproces kan belemmeren.
CBT maakt onderscheid tussen drie typen cognitieve belasting:
| Intrinsieke belasting | Dit is de belasting die onlosmakelijk verbonden is met de taak zelf. Hoe complexer de taak en hoe minder voorkennis iemand heeft, des te hoger wordt de intrinsieke belasting. Om effectief te leren moet de complexiteit van de taak daarom goed aansluiten bij het niveau van de lerende. |
| Extraneuze belasting | Dit verwijst naar overbodige informatie die het leerproces onnodig belemmert, zoals slecht opgezet lesmateriaal, afleidingen en irrelevante details. Het verminderen van deze extraneuze belasting maakt het leerproces efficiënter. |
| Germane belasting | Dit is de cognitieve belasting die actief bijdraagt aan het leerproces door informatie zo te organiseren en verwerken dat het de kennisstructuur versterkt. Deze vorm van belasting is juist wenselijk en moet worden aangemoedigd. |
Een uitgebreid onderzoek van Van Merriënboer en Sweller (2005) toont aan hoe belangrijk cognitieve belasting is bij het ontwerpen van educatieve programma’s. Goed ontworpen instructies die onnodige belasting (extraneuze) verminderen en nuttige belasting (germane) optimaliseren, leiden tot aanzienlijk betere leerresultaten.
Om effectief leren te faciliteren, moet de cognitieve belasting in balans worden gebracht. Onderzoek (Sweller, 1988) heeft enkele strategieën geïdentificeerd:
Segmentatie: Deel complexe informatie op in kleinere, beheersbare eenheden.
Vermijd redundantie: Minimaliseer irrelevante of herhaalde informatie in leermaterialen.
Gebruik visuele hulpmiddelen: Diagrammen en afbeeldingen kunnen tekstuele uitleg versterken, zolang ze goed aansluiten bij de inhoud.
Werk met scaffolding: Ondersteun lerenden door ze geleidelijk meer verantwoordelijkheid te geven wanneer hun kennis en vaardigheden toenemen.
Als coach vertaal je dit naar de praktijk door je cliënten te begeleiden met eenvoudige interventies die je doordacht en stapsgewijs aanbiedt. Ondersteun je aanpak met visueel aantrekkelijk materiaal zoals handouts, korte video’s of praktische apps.
Net zoals deze opleiding die je gaat volgen!
Leren is een continu proces waarin handelingen verschuiven van inspannend naar automatisch. Dit principe, uitgewerkt in de dual processing theory (Kahneman & Tversky, 2002), toont aan dat taken die eerst veel bewuste inspanning kosten, door herhaling en groeiende competentie steeds vloeiender en efficiënter worden.
Neem bijvoorbeeld iemand met jarenlange rijervaring die de route naar huis niet meer bewust waarneemt. Deze persoon kan over de dag nadenken of van muziek genieten, terwijl het brein automatisch handelt en gevaren in de gaten houdt. Als een voetganger plotseling oversteekt, remt het lichaam al voordat het bewuste denken wordt ingeschakeld.
De dual processing theory beschrijft twee manieren waarop mensen informatie verwerken:
Effectief leren vereist een balans tussen beide systemen. Automatische processen (Systeem 1) maken complex gedrag beheersbaar, terwijl bewuste processen (Systeem 2) nodig zijn voor het aanleren van nieuwe kennis en vaardigheden (Kahneman, 2011). In de coachingpraktijk betekent dit dat herhaling en reflectie essentieel zijn om kennis van Systeem 2 naar Systeem 1 te laten verschuiven. Hierdoor wordt gewenst gedrag natuurlijk en automatisch.
Retrieval Practice: Actief leren door herinneren
Een krachtige methode om kennis te verankeren is retrieval practice. Bij deze methode haal je actief eerder geleerde informatie uit je geheugen op. In plaats van passief te herlezen of te herbeluisteren, test je jezelf door vragen te beantwoorden, situaties opnieuw uit te leggen of te reflecteren zonder de oorspronkelijke informatie erbij te pakken.
Retrieval practice versterkt de verbindingen in je brein, waardoor je kennis later effectiever kunt toepassen. Wetenschappelijk onderzoek, waaronder een meta-analyse van Adesope, Trevisan en Sundararajan (2017), laat zien dat retrieval practice niet alleen het langetermijngeheugen verbetert, maar ook het vermogen vergroot om kennis in nieuwe situaties toe te passen. Deze aanpak werkt beter dan traditionele leermethoden zoals herhalen of samenvatten.
Retrieval practice werkt om de volgende drie redenen:
Retrieval practice biedt waardevolle inzichten voor zowel coaches als hun cliënten. Neem bijvoorbeeld een cliënt die moeite heeft met gezonde voedingskeuzes. Door regelmatig de gemaakte keuzes en strategieën te bespreken, kan de cliënt reflecteren op successen en verbeterpunten. Deze reflectie helpt bij het opnieuw toepassen van eerder geleerde strategieën en vergroot het vertrouwen in het proces.
Dit principe sluit naadloos aan bij het bredere proces van automatisering. Door handelingen vaak te herhalen met gerichte feedback, worden ze steeds vloeiender en meer automatisch. Wanneer je een basiscompetentie beheerst, kun je de complexiteit geleidelijk verhogen.
Een bestuurder die vertrouwd is met een standaardauto kan daarna overstappen naar een bus, een raceauto of het rijden in bergachtig terrein. Dit proces van het stapelen van kennis toont hoe automatisering ruimte schept voor het aanleren van nieuwe vaardigheden en het aangaan van complexere uitdagingen.
https://vimeo.com/1042281297?share=copy
| Actie | Waarom | |
|---|---|---|
| 1. Creëer bewuste leerervaringen | Reflecteer na elke praktijkles of studieblok op wat je hebt geleerd. Stel jezelf vragen zoals: Wat heb ik vandaag ontdekt? Hoe kan ik dit toepassen in mijn werk als coach? | Dit helpt je om nieuwe kennis actief te koppelen aan praktijkervaringen, waardoor deze beter beklijft in het langetermijngeheugen. |
| 2. Beperk cognitieve belasting | Breek complexe onderwerpen op in kleinere, overzichtelijke stappen. Bijvoorbeeld: begin met het leren van een theoretisch principe en pas dit daarna toe in een praktische oefening. |
Door deze opdeling (segmentatie) verwerk je informatie in behapbare delen, wat het leerproces effectiever maakt (Cognitive Load Theory). |
| 3. Gebruik retrieval practice | Test jezelf regelmatig door eerder geleerde kennis terug te halen, bijvoorbeeld door samenvattingen te maken zonder je aantekeningen erbij te pakken of door quizvragen te beantwoorden. | Retrieval practice versterkt de verbindingen in je brein, waardoor je kennis effectiever kunt gebruiken in toekomstige situaties. |
| 4. Maak gebruik van visuele hulpmiddelen | Maak schema’s, visualiseer processen en gebruik diagrammen om complexe concepten inzichtelijk te maken. | Visuele hulpmiddelen stellen je werkgeheugen in staat om informatie efficiënter te verwerken en beter vast te houden. |
| 5. Automatiseer basiskennis | Herhaal veelgebruikte technieken en theorieën totdat je ze moeiteloos beheerst. Bijvoorbeeld: leg een theorie uit aan een medestudent of oefen een coachingstechniek in een rollenspel. |
Door automatisering komt er ruimte vrij in je denkvermogen (cognitieve capaciteit) voor complexere taken (Dual Processing Theory). |
| 6. Minimaliseer afleidingen | Creëer een rustige leeromgeving en schrap onnodige informatie uit je studiemateriaal. Concentreer je op de essentie. | Door afleidende elementen (extraneuze belasting) te beperken, wordt je leerproces effectiever. |
| 7. Combineer theorie en praktijk | Pas elke nieuwe theorie die je leert meteen toe in een praktische situatie. Bijvoorbeeld: bestudeer de informatieverwerkingstheorie en gebruik deze kennis om een concrete oefening voor een cliënt te ontwikkelen. | Door praktische toepassing begrijp je de stof beter en blijft de kennis langer hangen. |
| 8. Gebruik scaffolding | Werk stapsgewijs toe naar zelfstandigheid. Begin met intensieve begeleiding bij een nieuwe taak en verminder deze geleidelijk naarmate je zelfvertrouwen groeit. | Dit voorkomt overbelasting tijdens het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden. |
| 9. Reflecteer op je leerproces | Houd een leerlogboek bij waarin je vastlegt wat je hebt geleerd, welke uitdagingen je bent tegengekomen en hoe je deze hebt aangepakt. | Reflectie geeft je beter inzicht in wat wel en niet werkt, waardoor je je leermethode kunt verfijnen. |
| 10. Bouw aan je langetermijngeheugen | Herhaal en organiseer je kennis systematisch. Gebruik hulpmiddelen zoals mindmaps en flashcards om informatie te structureren en actief op te halen. | Goed gestructureerde en regelmatig herhaalde informatie wordt beter opgeslagen in het langetermijngeheugen. |
| 11. Focus op leren als duurzame verandering | Stel langetermijndoelen voor jezelf die verder reiken dan de opleiding, bijvoorbeeld hoe je de opgedane kennis over vijf jaar in je werk wilt toepassen. | Door je te richten op de lange termijn leer je met een duidelijk doel voor ogen, wat je motivatie verhoogt. |
Door deze acties uit te voeren, optimaliseer je niet alleen je eigen leerproces, maar begrijp je ook beter hoe je deze principes kunt toepassen bij je cliënten. Zo wordt leren een krachtig hulpmiddel voor duurzame verandering.
We bieden je gerichte studietips om deze acties op strategische momenten in de opleiding uit te voeren. Hiermee voorkom je dat je stukken doelloos doorleest en ga je actief met de kennis aan de slag, waardoor deze tot leven komt.
Dit maakt het leerproces niet alleen leuker, maar ook effectiever.
Een ervaring in het heden die gedrag in de toekomst beïnvloedt.
Dit effect wordt duurzaam als die ervaringen ertoe leiden dat we de kansen om kennis toe te passen herkennen en effectief kunnen benutten.
We hebben een gelimiteerde mentale capaciteit voor informatieverwerking.
Informatie gaat van sensorisch naar werkgeheugen en dan naar langetermijngeheugen.
Door oude kennis te combineren met nieuwe input kunnen we eerdere ervaringen toepassen.
Beschrijft werkgeheugenverwerking en beperkingen.
Belasting verschilt per duur, hoeveelheid en complexiteit.
Verdeeld in intrinsieke, extraneuze en germane belasting.
Verbetert leereffect via segmentatie, redundantievermijding, visuele hulpmiddelen en scaffolding.
Leren verschuift van inspannend naar automatisch gedrag.
Systeem 1: Snel en intuïtief
Systeem 2: Bewust en analytisch
Deze systemen werken samen: Systeem 1 maakt gedrag automatisch, terwijl Systeem 2 nieuwe vaardigheden aanleert (Kahneman, 2011).
Deze methode haalt actief eerder geleerde informatie uit je geheugen op
Actieve betrokkenheid: Door zelftesten verbind je nieuwe kennis met bestaande kennis
Tegen de vergeetcurve in: Regelmatig ophalen houdt kennis vers
Transfer: Verbetert toepassing van kennis in nieuwe situaties